wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ideale wereld H1 + H4

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Op het plaatje zie je een

a)

Onnatuurlijke grens

b)

Open grens

c)

Natuurlijke grens

2.

Wat voor soort grens is dit?

a)

Natuurlijke grens

b)

kunstmatige grens

3.

Waarom is er tussen Frankrijk en Spanje al eeuwen een dezelfde grens?

a)

Fransen en Spanjaarden spreken dezelfde taal.

b)

Er is een natuurlijke grens van bergen waardoor het lastig is om land in te pikken.

c)

Fransen en Spanjaarden hebben bijna dezelfde gewoonten.

4.
Wat voor soort grens is dit?
a)
Natuurlijke grens
b)
Kunstmatige grens
5.

Waar of niet waar?

Zachte (open) grenzen liggen vast en zijn duidelijk zichtbaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Peter onderzoekt de armoede in de wereld. Welk schaalniveau is dit?

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

7.

Wat zijn de drie economische hotspots van Nederland?

a)

Schiphol airport

b)

Haven van Rotterdam Seaport

c)

Eindhoven Brainport

d)

Westen Nederland Randstad

8.

Bij welk niveau hoort de uitspraak?

''West-Europa behoort tot het centrum en Oost-Europa tot de periferie''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

9.

Bij welk niveau hoort deze uitspraak? ''In het drukke stadscentrum van Maastricht hebben de mensen een hoger salaris dan in de buitenwijken''

a)

Mondiaal schaalniveau

b)

Continentaal schaalniveau

c)

Nationaal schaalniveau

d)

Regionaal schaalniveau

e)

Lokaal schaalniveau

10.

De islamitische wereld is een vorm van een mondiale culturele regio.

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Wat voor soort regio hoort bij een gemeente?

a)

Bestuurlijke regio

b)

Natuurlijke regio

c)

Economische regio

12.

Bij het vernieuwen van steden wil de regering dat blanke en zwarte mensen door elkaar wonen. Dit noemen we segregatie. (leerdoel 10)

a)

juist

b)

onjuist

13.

Iemand doet twee beweringen:

I Ruimtelijke segregatie is een scheiding van etnische groepen, maatschappelijke segregatie een scheiding van inkomensgroepen.

II Ruimtelijke segregatie leidt vaak tot maatschappelijke segregatie.

a)

Alleen bewering I is juist

b)

Alleen bewering II is juist

c)

Beide beweringen zijn juist

d)

Beide beweringen zijn onjuist

14.

Je ziet een luchtfoto van Kaapstad. Welk begrip past het beste bij deze foto? (leerdoel 11)

a)

Ruimtelijke segregatie

b)

Maatschappelijke segregatie

c)

Integratie

15.

Deze foto is een voorbeeld van....

a)

Objectieve onveiligheid

b)

Subjectieve onveiligheid

c)

Buurt- en wijkvoorzieningen

d)

Sociale cohesie

16.

Leefbaarheid word bepaald door.....

a)

Sociale veiligheid

b)

Fysiek veiligheid

17.

In welke wijk is de leefbaarheid het grootste?

a)
b)
c)
d)
18.

Boris stelt: Als de bebouwingsdichtheid hoog is, is er weinig ruimte voor groen. Dat is slecht voor de leefbaarheid.


Is dit juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist