Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het huis

Total questions: 16

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een voorbeeld van een constructie met dezelfde functie maar met een andere vorm?

a)

Bushokje en overkapping voetbalstadion

b)

Bril en lenzen

c)

Paraplu en parasol

2.

Wat is een voorbeeld van een constructie met dezelfde vorm maar met een andere functie?

a)

Bushokje en overkapping voetbalstadion

b)

Bril en lenzen

c)

Paraplu en parasol

d)

Bureaustoel en bioscoopstoel

3.

Wat is een constructie?

(a)  

4.

Op constructies werken er altijd krachten. Bijvoorbeeld druk en trekkrachten die werken in het materiaal.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wat betekend de schaal 1 : 20 ?

a)

1 cm op de tekening is 20 cm in het echt

b)

1 cm in het echt is 20 cm op de tekening

c)

1 meter in het echt is 20 meter op de tekening

d)

1 meter op de tekening is 20 meter in het echt

6.

Noem een voorbeeld van een stofeigenschap:

(a)  

7.

In welke drie fasen kunnen stoffen voorkomen?

a)

Vloeibaar

b)

Nat

c)

Vast

d)

Gas

e)

Hard

8.

Wat is de juiste formule om dichtheid te berekenen?

a)

ρ = m : v

b)

ρ = m x v

c)

ρ = m - v

9.

Hoe kun je de massa berekenen?

a)

ρ = m : v

b)

m = ρ x v

c)

v = m : ρ

10.

Hoe kun je het volume berekenen?

a)

ρ = m : v

b)

m = ρ x v

c)

v = m : ρ

11.

Waarom is dichtheid wel een stofeigenschap maar massa niet?

(a)  

12.

als je in de winter in zee zwemt koel je snel af. Dat komt doordat het water (de tussenstof) in contact staat met je huid. Welke vorm van warmtetransport kan plaatsvinden zonder 'tussenstof'?

a)

Geleiding

b)

Stroming

c)

Straling

13.

Warme lucht stijgt op en koude lucht daalt.. dit komt doordat warme lucht een ...1... dichtheid heeft dan koude lucht. Daardoor is warme lucht ....2...

a)

1: Grotere / 2: Zwaarder

b)

1: Kleinere / 2: Zwaarder

c)

1: Grotere / 2: Lichter

d)

1: Kleinere / 2: Lichter

14.

Geef aan of de onderstaande stelling juist of onjuist is: Warme lucht krimpt in, de luchtdeeltjes gaan dichter bij elkaar zitten.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

De massa van 1m3 koude lucht is groter dan de massa van 1 m3 warme lucht.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

In een hoog gebouw is het meestal bij de vloer iets kouder dan bij het plafond.

a)

Niet waar

b)

Waar