wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijd & ruimte

Total questions: 12

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

'In de afgelopen week ben ik naar de kapper geweest, heb ik pizza gegeten, ben ik drie keer wezen hardlopen en heb ik 2 boeken gelezen!'


Dit is een voorbeeld van:

a)

Tijdverdichting

b)

Tijdvertraging

c)

Tijdsprong

d)

Flashback

2.

Stel je ziet dit voorbij komen in een film:

'Drie jaar later..'

Wat is er dan gebeurd?

a)

Er is een tijdsprong gemaakt

b)

Er wordt gebruik gemaakt van een tijdverdichting

c)

Dit is een flashforward

3.

Wat is beeldspraak?

a)

Spreken met beelden

b)

Iets anders zeggen dan dat je bedoelt; beeld en werkelijkheid komen overeen

c)

sprekende beelden

4.

In een boek dat je leest gaat er een heel hoofdstuk over het ontmantelen van een bom in 10 seconden.

Welke begrip hoort daarbij?

a)

Tijdsprong

b)

Tijdverdichting

c)

Tijdvertraging

d)

Flashback

5.

Als er in een verhaal flashbacks en flashforwards voorkomen, is het boek dan chronologisch?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Wat betekent 'chronologisch'?

a)

Dat weet ik niet

b)

In de juiste tijdvolgorde

c)

Dit is een ziekte

d)

Het verhaal gaat langzamer dan in werkelijkheid

7.

Een boek heeft 450 blz. Het duurt ongeveer 7 uur voordat je het uit hebt. Dit is:

a)

De vertelde tijd van het boek

b)

De verteltijd van het boek

8.

Wat is vertelde tijd?

a)

Aantal blz of hoofdstukken

b)

De tijd die in het verhaal verstrijkt

c)

Een chronologisch verhaal

d)

Een verteld verhaal

9.

Bij een flasforward..

a)

Kijk je in de toekomst

b)

Kijk je in het verleden

c)

Gebeurt er niks bijzonders

d)

Wissel je van perspectief

10.

Stel je hebt een dik boek en een dun boek, wat is er dan langer aan het dikke boek?

a)

De verteltijd

b)

De vertelde tijd

c)

Niks

11.

Bij welke begrippen ga je sneller of verder de tijd in?

a)

Tijdsverdichting

b)

Flashforward

c)

Tijdsprong

d)

Tijdvertraging

e)

Flashback

12.

Als er in een boek flashbacks / flasforwards voorkomen is het niet-chronologisch.

a)

Waar

b)

Niet waar