wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstverbanden en signaalwoorden

Total questions: 17

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

In een tekst zijn er ...... tussen woorden,

zinnen en alinea’s.

a)

teksten

b)

leestekens

c)

verbanden

d)

regels

2.

Hoe noem je woorden die wijzen op een

verband tussen zinnen of alinea’s?

a)

trefwoorden

b)

synoniemen

c)

uitdrukkingen

d)

signaalwoorden

3.

Wat is een voorbeeld van een tekstverband? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

echter

d)

voorbeeld

4.

Op welk tekstverband wijzen de

signaalwoorden maar, toch en echter?

(a)  

5.

Op welk tekstverband wijzen de

signaalwoorden want en omdat?

a)

reden

b)

oorzaak-gevolg

c)

opsomming

d)

tegenstelling

6.

Om welk tekstverband gaat het hier?

Ik kreeg een hapje en een drankje.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

voorbeeld

d)

opsomming

7.

In welke zin wijzen de signaalwoorden

op een volgorde in tijd?

a)

Ik wil langskomen. Ik heb echter geen tijd.

b)

Eerst ga ik sporten, daarna kom ik langs.

c)

Ik heb tijd om langs te komen en ook veel zin.

d)

Ik kom langs, omdat ik daar veel zin in heb.

8.

Welke twee signaalwoorden herken je?

a)

ze en aan

b)

aan en met

c)

toen en haal

d)

eerst en toen

9.

Om welk tekstverband gaat het hier?

(a)  

10.

Welk rood signaalwoord wijst op een tegenstelling?

(a)  

11.

Lees de tekst. Welk tekstverband herken je?

(a)  

12.

Een signaalwoord is hetzelfde als een tekstverband?

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Een voorbeeld van een tekstverband is 'ten eerste, ten tweede, ten derde ...'

a)

waar

b)

niet waar

14.

je kunt een opsomming o.a. herkennen aan streepjes, dots, getallen of een dubbele punt?

a)

waar

b)

niet waar

15.

Voor een cake heb je nodig: bloem, boter, suiker, een ei en bakpoeder.


Waaraan herken je een opsomming in bovenstaande zin?

a)

dubbele punt

b)

dubbele punt - de komma's

c)

dubbele punt - de komma's - 'en'

d)

geen van bovenstaande antwoorden is goed

16.

Aan de ene kant vind ik Nederlands heel leuk. Aan de andere kant vind ik Nederlands heel moeilijk.


Welk tekstverband herken je in bovenstaande zin?

(a)  

17.

Quizizz in de les Nederlands is ...

a)

Leuk! Moeten we vaker doen.

b)

Saai. Ik maak liever opdrachten in het boek.