wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proefexamen middeleeuwen 2TSO

Total questions: 70

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

Het hofstelsel was een economisch stelsel. Het is ouder dan het leenstelsel en ontstond na de val van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw.

a)

Juist

b)

Fout

2.

Geef een ander woord voor hofstelsel

a)

domeinstelsel

b)

leenstelsel

c)

feodalisme

d)

feodaliteit

3.

Geef een ander woord voor leenstelsel

a)

hofstelsel

b)

feodaliteit

c)

vazallenstelsel

d)

domaniaal stelsel

4.

Wie behoorde NIET tot de derde stand?

a)

Bisschoppen

b)

Hertogen

c)

Graven

d)

Boeren

e)

Handelaars

5.

Wie behoorde NIET tot de eerste stand?

a)

Bisschoppen

b)

Abten

c)

Keizers

d)

Koningen

e)

Handelaars

6.

Wie staat er aan het hoofd van een abdij?

a)

Koning

b)

Keizer

c)

Abt

d)

Priester

e)

Hertog

7.

In welk(e) land / streek was de verstedelijking ca. 1300 het grootst?

a)

Frankrijk

b)

Engeland

c)

Duitsland

d)

Zuidelijke Nederlanden

8.

Een ander woord voor verstedelijking =

a)

industrialisatie

b)

urbanisatie

c)

leenhulde

d)

ruralisering

9.

Een feodale ceremonie waarbij de vazal door een ritueel publiekelijk trouw zwoer aan zijn heer.

a)

C4

b)

leencontract

c)

vazalleneed

d)

leenhulde

e)

huldeleen

10.

Chlodovech =

a)

Claasvis

b)

Clovis

c)

Cloetvis

d)

Charlemagne

11.

Wat is geen typisch kenmerk van feodaliteit?

a)

leenhulde

b)

leenman

c)

leenheer

d)

vazal

e)

horigheid

12.

Wat is GEEN typisch kenmerk van het domeinstelsel?

a)

leenhulde

b)

leenman

c)

leenheer

d)

vazal

e)

horigheid

13.

De relatie tussen de paus en de Franken was:

a)

slecht, ze voerden oorlog met elkaar

b)

goed, ze waren bondgenoten

c)

slecht, Karel wou keizer worden, maar mocht niet van de paus

d)

Goed, de paus gaf hen veel geld en grondgebied

14.

Wat gebeurde er in 843?

a)

Slag bij Hastings

b)

Verdrag van Verdun

c)

Verdrag van Versailles

d)

Slag van Verdun

15.

Wanneer eindigde het ancien régime?

a)

1700

b)

1900

c)

1492

d)

1789

e)

1945

16.

Wanneer begon het ancien régime?

a)

In de vroege middeleeuwen

b)

In de late middeleeuwen

c)

In de late klassieke oudheid

d)

in de vroegmoderne tijd

17.

Welke middeleeuwse fenomenen bestaan vandaag NIET MEER in België?

a)

Horigheid

b)

Slavernij

c)

Feodaliteit

d)

Domeinstelsel

e)

Landbouw

18.

Duid de vernieuwingen in de landbouw aan die (on)rechtstreeks geleid hebben tot bevolkingsgroei.

a)

Drieslagstelsel

b)

Betere bemesting

c)

Betere ijzeren werktuigen

d)

Inzet van paard en keerploeg

e)

Kunstmest

19.

Een bron die rechtstreeks getuigt over gebeurtenissen in het verleden.

a)

Secundaire bron

b)

Historisch werk

c)

Primaire bron

d)

Geschreven bron

20.

Een bron die gebruik maakt van primaire bronnen om een beeld te schetsen van het verleden.

a)

Secundaire bron

b)

Historisch werk

c)

Primaire bron

d)

Geschreven bron

21.

Met welke cultuur kan je deze afbeelding in verband brengen?

a)

Byantijnen

b)

Franken

c)

Arabieren

d)

Noormannen

22.

Welke Byzantijnse kunstvorm zie je hier?

a)

Koepel

b)

Fresco

c)

Mozaïek

d)

Beeldhouwkunst

23.

Welke Byzantijnse kunstvorm zie je hier?

a)

Fresco

b)

Mozaïek

c)

Jezus

d)

Koepel

24.

Welk gebouw is dit?

a)

Hagia Sophia

b)

Kathedraal

c)

Gravensteen

d)

Kerk

25.

Welk gebouw is dit?

a)

Hagia Sophia

b)

Kathedraal

c)

Gravensteen

d)

Kerk

26.

Welk gebouw is dit?

a)

Hagia Sophia

b)

Kathedraal

c)

Gravensteen

d)

Kerk

27.

Wat zie je op deze kaart in het rood/oranje?

a)

Rijk van Clovis I

b)

Rijk van Pepijn de Korte

c)

Rijk van Karel de Grote

d)

Rijk van Justinianus

e)

Arabische rijk na 750

28.

Wat zie je op deze kaart aangeduid?

a)

Rijk van Clovis I

b)

Rijk van Pepijn de Korte

c)

Rijk van Karel de Grote

d)

Rijk van Justinianus

e)

Arabische rijk na 750

29.

Wat zie je op deze kaart aangeduid?

a)

Rijk van Clovis I

b)

Rijk van Pepijn de Korte

c)

Rijk van Karel de Grote

d)

Rijk van Justinianus

e)

Arabische rijk op zijn hoogtepunt

30.

In een middeleeuws domein stonden de lijfeigenen boven de horigen.

a)

Juist

b)

Fout

31.

Een negatief effect van het leenstelsel was dat de koning zijn greep op het koninkrijk verloor.

a)

Fout

b)

Juist

32.

Waarin verschilden Arabieren en Franken in de vroege middeleeuwen?

a)

Geloof in één God

b)

Geloof in profeten

c)

Religie gebaseerd op een boek

d)

Religie afkomstig uit het Midden-Oosten

e)

Tolerantie tegenover andere godsdiensten

33.

De christelijke herovering van Spanje op de moslims duurde meer dan 700 jaar

a)

Fout

b)

Juist

34.

De christelijke herovering van islamitisch Spanje, noemen we

a)

de reconquista

b)

de kruistochten

c)

het Verdrag van Verdun

d)

de Slag bij Hastings

35.

Wat was GEEN gemarginaliseerde groep in de middeleeuwen?

a)

heksen

b)

homoseksuelen

c)

joden

d)

melaatsen

e)

patriciërs

36.

Rijke kooplui die de steden bestuurden, noemen we:

a)

ambachtslui

b)

dagloners

c)

ambachtsmeesters

d)

patriciërs

37.

Duid de verschillende fasen in de opleiding van een ambachtsman aan.

a)

gezel

b)

leerjongen

c)

meester

d)

dagloner

e)

patriciër

38.

Christen maken of bekeren tot christen =

a)

kerstenen

b)

heidenen

c)

christianiseren

d)

islamiseren

e)

monnikiseren

39.

Alle Frankische koningen tussen ca. 500 en ca. 1500 waren

a)

moslim

b)

jood

c)

heiden

d)

christen

40.

Aan het hoofd van de katholieke kerk staat:

a)

de abt

b)

de paus

c)

de bisschop

d)

de keizer

41.

Afwijking van de kerkelijke geloofsleer =

a)

ketterij

b)

heidendom

c)

christendom

d)

monniken

42.

alle religies die noch monotheïstisch zijn, noch op de Bijbel zijn gebaseerd =

a)

ketterij

b)

heidendom

c)

christendom

d)

jodendom

e)

islam

43.

Vroonhof = pachthof

a)

Juist

b)

Fout

44.

Wat is GEEN deel van een domein?

a)

stadsmarkt

b)

hoeveland / pachthof

c)

Vroonland / vroonhof

d)

Gemene gronden

45.

Het enige grotendeels stenen gebouw in een vroegmiddeleeuws domein?

a)

de kerk

b)

huis van een horige

c)

huis van de landheer

d)

windmolen

46.

Duid alles aan dat GEEN kenmerk is van een agrarische samenleving.

a)

veeteelt

b)

akkerbouw

c)

fruitteelt

d)

industrie

e)

nijverheid

47.

Vanaf wanneer bloeide Brugge als belangrijke stad in de maritieme handel?

a)

15de eeuw

b)

14de eeuw

c)

12de eeuw

d)

13de eeuw

e)

11de eeuw

48.

Alleenstaande vrouwen die met andere vrouwen samenwonen.

a)

heksen

b)

begijnen

c)

monniken

d)

patriciërs

49.

De belangrijkste kerk van een

bisdom

a)

lakenhalle

b)

marktplein

c)

stadhuis

d)

kathedraal

e)

belfort

50.

Een stedelijke wachttoren met een stormklok, waar de stadsrechten of keuren in bewaard worden

a)

lakenhalle

b)

marktplein

c)

stadhuis

d)

kathedraal

e)

belfort

51.

Een gebouw dat zijn oorsprong kent in de middeleeuwen als handels- en stapelplaats van laken.

a)

lakenhalle

b)

marktplein

c)

stadhuis

d)

kathedraal

e)

belfort

52.

Een gebouw waarin de ambtenaren van de gemeente, de burgemeester en de schepenen werken en waar de gemeenteraad vergadert.

a)

lakenhalle

b)

marktplein

c)

stadhuis

d)

kathedraal

e)

belfort

53.

Dé ontmoetingsplek voor handelaars uit Noord- en Zuid-Europa en de belangrijkste plaats voor de handel in luxeproducten

a)

lakenhalle

b)

jaarmarkten van Champagne

c)

jaarmarkten van Gent en Brugge

d)

jaarmarkten van cava

e)

De Hanze

54.

Een verbond tussen steden die handel met elkaar dreven

a)

Hanze

b)

koopmansgilde

c)

ambachtsgilde

d)

marktverbond

e)

jaarmarkten van Champagne

55.

Vlaamse en Noord-Franse steden die zich verenigden voor de handel met Italië

a)

De Hanze van de Zeventien Steden

b)

De Duitse Hanze

c)

De Vlaams-Italiaanse Hanze

d)

De Vlaamse Hanze van Londen

56.

Noem twee steden ca. 1300 met meer dan 20.000 inwoners

a)

Brussel

b)

Antwerpen

c)

Gent

d)

Ieper

e)

Mechelen

57.

middeleeuwse belangenvereniging van vakgenoten in een stad

a)

ambachtsman

b)

gilde

c)

Hanze

d)

wisselbrief

e)

vakbond

58.

Voorrechten die een stad genoot

a)

hofstelsel

b)

domeinstelsel

c)

autonomie

d)

privileges

59.

Keure

a)

Hierin werden de privileges opgeschreven

b)

Contract met de huisbaas

c)

autonomie

d)

perkament

e)

belfort

60.
a)

België

b)

Vlaams gewest

c)

Graafschap Vlaanderen

d)

Nederland

61.

De ambachten hadden het alleenrecht op het uitoefenen van hun job. Dat noemen we

a)

een privilege hebben

b)

een monopolie hebben

c)

adelijk voorrecht

d)

typisch voor patriciërs

62.

Bij wat hoort het woord "tenure"

a)

vazal

b)

ambtenaar

c)

horigen

d)

leenheer

63.

het domein als zelfvoorzienend systeem

a)

autarkie

b)

privilege

c)

belfort

d)

leenheer

e)

industrie

64.

doopsel van Clovis

a)

ca. 800

b)

ca. 700

c)

ca. 500

d)

ca. 1000

65.

Slag bij Poitiers

a)

800

b)

732

c)

750

d)

ca. 500

66.

Welke landen werden door de islamieten veroverd in 711?

a)

België

b)

Spanje

c)

Frankenrijk

d)

Portugal

e)

Italië

67.

Wat zie je hier op de kaart?

a)

Spanje na islamitische verovering

b)

Frankenrijk na slag bij Poitiers

c)

Frankenrijk na verdrag van Verdun

d)

Frankenrijk onder Pepijn de Korte

68.

Wat past NIET in het rijtje?

a)

leen

b)

leenman

c)

leenheer

d)

vazal

e)

kalief

69.

Wat past NIET in het rijtje?

a)

Mohammed

b)

Mekka

c)

Kaäba

d)

vazal

e)

kalief

70.

Eerste jaar van de islamitische tijdrekening

a)

722

b)

711

c)

732

d)

622