Font size
WorksheetsHoofd- en bijzinnen
Total questions: 15
Worksheet time: 17mins
1. Leg uit wat het onderwerp is aan de hand van deze zin.
Mijn vrienden hebben mij thuis opgehaald.
Mijn vrienden
hebben
mij
thuis
opgehaald
Leg uit wat de persoonsvorm is aan de hand van deze zin
Mijn vrienden hebben mij thuis opgehaald.
Mijn vrienden
hebben
mij
thuis
opgehaald
Hoe kun je het onderwerp vinden?
(a)
Hoe kun je de persoonsvorm vinden?
(a)
Wijs de persoonsvorm in deze zin aan.
Onze kat mag een dag niet eten.
Onze kat
mag
een dag
niet eten
Wijs het onderwerp in deze zin aan.
De politieman wilde hem aanhouden.
De politieman
wilde
hem
aanhouden
Benoem een voegwoord.
(a)
Wijs in deze zin het voegwoord aan.
Mijn tante gaat trouwen en ik ben uitgenodigd voor het feest.
gaat
trouwen
en
voor het
3. Wijs in deze zin het voegwoord aan
We zijn het eerste uur vrij, omdat de wiskundedocent ziek is.
vrij
omdat
is
4. Wijs in deze zin het voegwoord aan
Hij kijkt vaak op zijn telefoon, want hij verwacht een belangrijk berichtje.
op
zijn telefoon
want
verwacht
5. Wijs in deze zin het voegwoord aan
Mijn moeder is dol op dansen, terwijl mijn vader daar niets aan vindt.
is
op
terwijl
vindt
Verklaar wat een samengestelde zin is.
(a)
Verander deze enkelvoudige zin in een hoofd- en bijzin
Mijn broer wil een nieuwe telefoon.
Verander deze enkelvoudige zin in een hoofd- en bijzin
Mijn vader wilde pannenkoeken bakken.
Verander deze enkelvoudige zin in een hoofd- en bijzin.
Hij heeft een krantenwijk.
