Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M3, NE Idioom H1 en H2 (spelling, woorden, grammatica)

Total questions: 22

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Zijn ouders ... hem om veel te sporten. (aanmoedigen, bijdragen)

(a)  

2.

Een samengestelde zin kan bestaan uit (meerdere antwoorden zijn goed):

a)

Een hoofdzin en een hulpzin

b)

Een hoofdzin en een bijzin

c)

Een bijzin en een hulpzin

d)

Twee bijzinnen

e)

Twee hoofdzinnen

3.

De kat heeft mijn eten opgegeten en mijn broertje at mijn snoep op.

a)

hoofdzin + hoofdzin

b)

hoofdzin + bijzin

c)

bijzin + hoofdzin

d)

bijzin + bijzin

4.

Om twee zinnen aan elkaar te zetten, maak je gebruik van..

a)

een plakwoord

b)

een voegwoord

c)

een tussenvoegsel

5.

Welk woord past op de puntjes? Hakim voetbalt goed, ... hij geeft veel assists.

a)

want

b)

omdat

c)

of

d)

daardoor

6.

Ik weet niet of hij mij ... (geloven)

(a)  

7.

Ik ... (zijn) echt teleurgesteld, omdat jij je nooit aan de afspraken houdt.

(a)  

8.

Welk leesteken moet op de puntjes? Jeffrey zei ... 'Wat heb jij in hemelsnaam aan?'

a)

,

b)

:

c)

.

d)

?

9.

Welk leesteken moet op de puntjes? Wat ben jij van plan...

a)

,

b)

:

c)

.

d)

?

10.

Welk leesteken moet op de puntjes? Jij bent het met mij eens ... toch?

a)

,

b)

:

c)

.

d)

?

11.

Welke zinnen zijn waar?

a)

In een hoofdzin staan de persoonsvorm en het onderwerp altijd naast elkaar.

b)

In een hoofdzin kunnen de persoonsvorm en het onderwerp NIET naast elkaar staan.

c)

In een bijzin kunnen de persoonsvorm en het onderwerp uit elkaar staan.

d)

In een bijzin staat de persoonsvorm op de laatste of de een na laatste plaats.

12.

Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin? Hij zit al de hele middag te gamen.

(a)  

13.

Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin? Soraya belde haar oma op.

(a)  

14.

Wat is het onderwerp in deze zin? Soraya belde haar oma op.

(a)  

15.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin? Soraya belde haar oma op.

(a)  

16.

Wat is de bijwoordelijke bepaling in deze zin? Gister heeft Jim huiswerk gemaakt.

(a)  

17.

Wat is het meervoud? Fotograaf

(a)  

18.

Wat is het meervoud? Melodie

(a)  

19.

Wat is het meervoud? Bacterie

(a)  

20.

Wat is de betekenis van het onderstreepte woord? Op de Breestaat was vandaag veel ophef.

a)

heisa

b)

drukte

c)

uitverkoop

21.

Wat is de betekenis van het onderstreepte woord? Onlangs heeft Mehmet een nieuwe auto gekocht.

a)

Lang geleden

b)

Recent

c)

Eerst

22.

Wat is de betekenis van het onderstreepte woord? De oppositie is het niet eens met de nieuwe maatregelen van het kabinet.

a)

De mensen in het land

b)

De regering

c)

De partijen die niet in de regering zitten