Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets "de bloedsomloop"

Total questions: 26

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De kleine bloedsomloop loopt via

a)

hart - hersenen - hart

b)

hart - longen - hart

c)

hart - hersenen - longen - hart

d)

hart - longen - hersenen - hart

2.

Je ziet hier het hart.

Wat is de naam van nummer 5?

a)

longader

b)

longslagader

c)

aorta

d)

holle ader

3.

Je ziet hier het hart.

In het hart zijn 4 ruimtes.

Wat is de naam van ruimte met nummer 9?

a)

linkerboezem

b)

rechterboezem

c)

linkerkamer

d)

rechterkamer

4.

Je ziet hier het hart.

In het hart zijn 4 ruimtes.

Wat is de naam van ruimte met nummer 2?

a)

linkerboezem

b)

rechterboezem

c)

linkerkamer

d)

rechterkamer

5.

Je ziet hier het hart.

In het hart zijn 4 ruimtes.

Wat is de naam van ruimte met nummer 4?

a)

linkerboezem

b)

rechterboezem

c)

linkerkamer

d)

rechterkamer

6.

Je ziet hier het hart.

Wat zit er in de opening tussen de hartboezem en de hartkamer?

a)

een hartklep

b)

een spierwand

c)

een verbindingsader

d)

een slagader

7.

Welk orgaan wordt er bedoeld bij nummer 1 ?

a)

de lever

b)

het hart

c)

de longen

d)

de hersenen

8.

Welke organen horen bij de kleine bloedsomloop?

a)

hart

b)

lever

c)

hersenen

d)

longen

e)

spieren

9.

Welke organen horen bij de grote bloedsomloop?

a)

hart

b)

longen

c)

spieren

d)

lever

e)

darmen

10.

Je ziet hier een schematische bloedsomloop. Hoe heten de roodgekleurde bloedvaten?

(a)  

11.

Je ziet hier een schematische bloedsomloop. Hoe heten de blauwgekleurde bloedvaten?

(a)  

12.

Kijk goed: Je ziet hier de bloedsomloop. Wat is de naam van bloedvat nummer 2 ?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

bovenste holle ader

d)

longader

13.

Stelling: In de grote bloedsomloop wordt er zuurstof toegevoegd aan je bloed

a)

waar

b)

niet waar

14.

Je ziet hier 3 soorten bloedvaten. Wat is de naam van nummer 1 (het blauwe bloedvat)?

a)

ader

b)

slagader

c)

haarvat

15.

Je ziet hier 3 soorten bloedvaten. Wat is de naam van nummer 2 (rood-blauw)?

a)

ader

b)

slagader

c)

haarvat

16.

Je ziet hier 3 soorten bloedvaten. Wat is de naam van nummer 3 (het rode bloedvat)?

a)

ader

b)

slagader

c)

haarvat

17.

Het bloed dat naar het hart toe stroomt is

a)

zuurstofarm

b)

zuurstofrijk

18.

Het bloed dat van het hart af naar de organen stroomt is

a)

zuurstofarm

b)

zuurstofrijk

19.

Waarvoor dienen de kleppen in je aders?

a)

om het bloed sneller te laten stromen

b)

om het bloed 1 richting op te laten stromen

c)

om meer zuurstof toe te voegen aan het bloed

20.

Dit zijn de 4 ruimtes in het hart. wat is de naam van ruimte nummer 4 ?

a)

linkerkamer

b)

rechterkamer

c)

linkerboezem

d)

rechterboezem

21.

Je ziet hier de bloedsomloop. Welk woord hoort er in het bovenste vakje te staan?

(a)  

22.

Je ziet hier de bloedsomloop. Wat hoort er te staan in het vakje links?

(a)  

23.

Je ziet hier de bloedsomloop. Wat hoort er te staan in het vakje rechts?

(a)  

24.

Je ziet hier de bloedsomloop. Wat hoort er te staan in het onderste vakje ?

(a)  

25.

Ik kan op de toets de bloedvaten vanuit het hart met alle organen verbinden op de goede manier

a)

ja, dat kan ik!

b)

ja, maar misschien maak ik 1 foutje

c)

ik weet het niet, ik moet er echt nog mee oefenen!

d)

nee dat kan ik niet, ik ga serieus oefenen!

26.

Stelling: in de kleine bloedsomloop wordt zuurstof toegevoegd aan je bloed.

a)

waar

b)

niet waar