wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4: Lucht- en zeestromen (par. 2.1 en 2.2)

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
2.
Wind waait aan het aardoppervlak van:
a)
hoge druk naar lage druk
b)
lage druk naar hoge druk
3.
De wet van Buys Ballot geeft een verklaring voor:
a)
afwijkende neerslagpatronen
b)
afwijkende windrichtingen
c)
afwijkende drukgebieden
d)
afwijkende antwoorden
4.
Waarvoor staat ITCZ?
a)
Intertropische concentratiezone
b)
Intertropische convergentiezone
c)
Intertropische conclusiezone
d)
Geen flauw idee!
5.
De ITCZ bestaat uit een zone van:
a)
lage druk
b)
hoge druk
6.
Moessons zijn:
a)
omgebogen passaten
b)
omgebogen poolwinden
c)
omgebogen westenwinden
d)
omgebogen oostelijke winden
7.

Wat is de juiste volgorde van luchtdrukgebieden? H=hoog, L=laag

a)

H

L

H

L (evenaar)

H

L

H

b)

L

H

L

H (evenaar)

L

H

L

8.

de winden tussen de 30 graden noorder/zuiderbreedte en de evenaar heten de:

a)

moessons

b)

westenwinden

c)

polaire winden

d)

passaten

9.

Bekijk de zuidwesten wind bij Singapore in juli, dit is een

a)

passaat

b)

moesson

10.

Welk klimaatdiagram hoort bij een landklimaat met het hele jaar door neerslag (Df-klimaat)?

a)
b)
c)
d)
11.

Welke letters van Köppen horen bij deze grafiek?

a)

Cs

b)

Cw

c)

As

d)

Aw

12.

Bij welk klimaat kijken we niet naar temperatuur, maar alleen naar de neerslag of het ontbreken van neerslag?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

13.

Hoe noem je in de aardrijkskunde de zijde van een gebergte waar de wind tegenaan blaast, die vaak zorgt voor stijgingsregens en dus meer neerslag kent?

(a)  

14.

Tijdens welke periode is er veel overlast van overstromingen in Peru?

a)

El Niño

b)

La Niña

c)

El hombre

d)

La mujer