wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6: energie

Total questions: 15

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de definitie van energie?

(a)  

2.

Wat klopt over energie?

a)

De hoofdeenheid van energie is de kilocalorie.

b)

Energie is een bepaald grootheid die we kunnen meten.

c)

De eenheid van energie is de Kj

d)

1 kilojoule = 1000 cal

3.

Welke stellingen over de energieconsumptie van de mens zijn fout?

a)

Als 2 personen dezelfde lengte hebben, dan hebben ze dezelfde hoeveelheid energie nodig.

b)

Een zwangere vrouw moet minder voedsel opnemen, aangezien ze ook energie van haar baby krijgt.

c)

Pubers moeten de grootste hoeveelheid energierijk voedsel opnemen, omdat ze het meest verbruiken.

d)

1 joule aan energie is meer dan 1 kilocalorie.

4.

Welk begrip past niet in de rij?

a)

diesel

b)

biogas

c)

steenkool

d)

stookolie

5.

Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die altijd voorradig zijn.

a)

fout

b)

juist

6.

Welke van onderstaande stoffen is géén fossiele brandstof?

a)

hout

b)

steenkool

c)

olie

d)

aardgas

7.

Welke begrippen passen er allemaal bij een volledige verbranding?

a)

oude wagen

b)

blauwe vlam

c)

weinig zuurstofgas

d)

CO2

e)

koolstofmonoxidevergiftiging

8.

Wat zijn allemaal toepassingen van potentiële energie?

a)

stromend water van een stuwmeer

b)

lege batterij

c)

opgeslagen water in een watertoren

d)

een bal die je op een bepaalde hoogte vasthoudt

9.

Welke energievorm wordt er omgezet bij de verbranding van aardgas?

a)

fossiele energie

b)

verbrandingsenergie

c)

chemische energie

d)

potentiële energie

10.

Is deze stelling juist of fout? Verklaar.

Wanneer de batterij in een voorwerp leeg is, is de elektrische energie ervan verbruikt.

(a)  

11.

Welke energieomzettingen vinden in je lichaam plaats?

Je gaat een half uurtje lopen na het drinken van een sportdrank.

(plaats een pijltje tussen de stoffen die omgezet worden vb. potentiële energie --> kinetische energie + thermische energie)

(a)  

12.

Welke energieomzettingen vinden er in deze situatie plaats?

Je steekt je computer in het stopcontact, waardoor je pc-scherm oplicht en je pc langzaam opwarmt, waarbij de ventilator hem probeert af te koelen.

(a)  

13.

Welke energieomzettingen vinden er in deze situatie plaats?

Een windmolen staat op een plaats waar er veel wind is.

(a)  

14.

Welke energieomzettingen vinden er in deze situatie plaats?

Een kaars is aan het branden.

(a)  

15.

Welke energieomzetting vind er bij deeltje 4 in de verbrandingscentrale plaats?

(a)