wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

eindtoets 2 kader thema 3 leerjaar 2

Total questions: 18

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

1 Wat is waar?

a)

In je lichaam vindt alleen overdag verbranding plaats.

b)

Helder kalkwater is een indicator voor Koolstofmonoxide

c)

De functie van neusharen is grote stofdeeltjes tegenhouden.

d)

Ingeademde lucht heeft dezelfde samenstelling als uitgeademde lucht.

2.

1 Wat is waar?

a)

Als je regelmatig stofzuigt heb je meer last van huisstofmijt

b)

Bij mensen met astma is het slijmvlies in de luchtwegen te dun

c)

Frank is buiten adem tijdens het hardlopen. Dat komt doordat zijn spiercellen meer zuurstof nodig hebben.

d)

Te veel koolstofdioxide in de lucht zorgt ervoor dat je minder snel werkt en dat je meer fouten maakt

3.

1 Wat is waar?

a)

Astma is een ziekte die ontstaat doordat het strottenklepje niet goed werkt.

b)

Als je slikt sluit de huig je neusholte af

c)

Je bloed vervoert koolstofdioxide naar de longen.

d)

In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als in uitgeademde lucht.

4.

Hoe kan slijm zich verplaatsen van de neusholte naar de keelholte?

a)

door de langsstromende lucht

b)

door de neusharen in je neus

c)

door de slijmcellen in het neusslijmvlies

d)

door de trilharen in het neusslijmvlies

5.

Wat geeft pijl 1 aan?

a)

koolstofdioxide-arm bloed

b)

koolstofdioxide-rijke lucht

c)

zuurstofarm bloed

d)

zuurstofrijke lucht

6.

Welke schadelijke stof veroorzaakt luchtvervuiling?

a)

condens

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof

d)

zwaveldioxide

7.

Wat is geen verschijnsel van hooikoorts?

a)

beschadigde longblaasjes

b)

niesbuien

c)

ontstoken slijmvlies

d)

tranende ogen

8.

Wat is waar?

a)

In ingeademde lucht zit meer water dan in uitgeademde lucht

b)

In Ingeademde lucht zit meer zuurstof dan in uitgeademde lucht

c)

In ingeademde lucht zit meer stikstof dan in uitgeademde lucht

d)

In ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan in uitgeademde lucht.

9.

Erik drinkt een glas cola en laat daarna een harde boer.

Uit welk gas bestaat een boer vooral?

a)

edelgas

b)

koolstofdioxide

c)

waterdamp

d)

zuurstof

10.

Vul nummer 1 t/m 5 in

het reactieschema van verbranding in je lichaam

1 + 2 --> 3 + 4 + 5

Gebruik geen enter!

4 lines
11.

Mirjam moet veel niezen. Dit komt doordat ze veel huisstofmijt in huis heeft. Haar moeder zegt dat ze haar haar huis beter moet ventileren.

Waarom kan ventileren helpen tegen huisstofmijt? Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Door ventileren daalt de luchtvochtigheid in huis. Huisstofmijten houden van vocht.

b)

Door ventileren stijgt de luchtvochtigheid in huis. Huisstofmijten houden niet van vocht.

c)

Door ventileren wordt het kouder in huis. Huisstofmijten houden van warmte.

d)

D Door ventileren wordt het warmer in huis. Huisstofmijten houden niet van warmte.

12.

Wat is de functie van de huig?

a)

De huig voorkomt dat lucht in de mondholte komt tijdens het ademhalen.

b)

De huig voorkomt dat lucht in de slokdarm komt tijdens het ademhalen.

c)

De huig voorkomt dat voedsel in de luchtpijp komt tijdens het slikken.

d)

De huig voorkomt dat voedsel in de neusholte komt tijdens het slikken

13.

Femke maakt met haar vinger een tekening op een koud raam. Daarna zorgt ze dat er condens op het raam komt. Daardoor wordt de tekening zichtbaar.

Hoe maakt Femke de condens?

a)

door koude lucht tegen het raam te blazen

b)

door met een föhn tegen het raam te laten blazen

c)

door tegen het raam te ademen

14.

Benoem onderdeel 3, 5 en 7

Gebruik tussen de antwoorden geen enter!!

4 lines
15.

In de 20e eeuw namen mensen die in kolenmijnen werkten een kanarie mee in een kooitje. Deze kanaries gebruikten ze als waarschuwing om kolendampvergiftiging te voorkomen.

Hoe waarschuwde de kanarie de mijnwerkers? Leg uit.

(gebruik geen enter)

4 lines
16.

Laura zet een kaars in een potje. In het potje giet ze een laagje kalkwater. Ze steekt de kaars aan en meteen daarna doet ze de deksel op het potje. De kaars gaat uit en het kalkwater wordt troebel.

Twee leerlingen doen over deze proef een uitspraak.

Ella zegt dat de kaars uitgaat doordat de zuurstof in het potje is verbruikt.

Jos zegt dat het kalkwater troebel wordt doordat er in het potje koolstofdioxide is ontstaan.

Wie heeft of hebben er gelijk?

a)

Ella

b)

Jos

c)

Elle + Jos

d)

geen van beide

17.

Afb. 2 ademhalingsstelsel van een dolfijn (schematisch)

De weg van het voedsel en de weg van de lucht gaan bij een dolfijn anders dan bij een mens.

Welk onderdeel, dat een mens wél heeft, heeft een dolfijn niet? Noem één onderdeel.

4 lines
18.

Wat is de meest gebruikte brandstof in je lichaam?

a)

glucose

b)

eiwit

c)

koolstofdioxide

d)

vet