wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 basis thema 3 ademhaling

Total questions: 15

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is waar?

a)

Warmte is een vorm van energie

b)

Helder kalkwater is een indicator voor Koolstofmonoxide

c)

De luchtpijp vertakt zich in 2 longblaasjes

d)

Je longen nemen koolstofdioxide op uit de lucht

2.

Wat is waar?

a)

Als je regelmatig stofzuigt heb je meer last van huisstofmijt

b)

Bij mensen met astma is het slijmvlies in de luchtwegen te dun

c)

Frank is buiten adem tijdens het hardlopen. Dat komt doordat zijn spiercellen meer zuurstof nodig hebben.

d)

Waterdamp is water in de vorm van een vloeistof

3.

Wat is waar?

a)

Astma is een ziekte die ontstaat doordat het strottenklepje niet goed werkt.

b)

Als je slikt sluit de huig je neusholte af

c)

Ventileren in huis moet alleen in de zomer

d)

Water is een brandstof

4.

Wat is de brandstof van een kaars?

a)

Kaarsvet

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

5.

Hieronder staan drie uitspraken over energie. De energie ontstaat bij verbranding in je lichaam.

Welke uitspraak is Niet waar ?

2 antwoorden

a)

Deze energie gebruik je om spieren te bewegen

b)

Deze energie gebruik je om zuurstof in je lichaam te vormen

c)

Deze energie gebruik je om warm te blijven

6.

Bij verbranding in een automotor komt energie vrij.

In welke 2 vormen komt deze energie vrij (2 antwoorden)

a)

Als beweging

b)

Als licht

c)

Als warmte

7.

Waar is de bouw van een long mee te vergelijken?

a)

Met een prei, omdat een long een dichte stevige buis is

b)

Met een radijsje, omdat een longblaasje rode bolletjes zijn met een witte binnenkant

c)

Met een bloemkool, omdat een long bestaat uit een stronk met vertakkingen

8.

In het reactieschema van verbranding in je lichaam ontbreken twee woorden.

Vul op je antwoordblad de goede woorden in.


Glucose + …1…… --> Koolstofdioxide + Water + ……2….

a)

zuurstof + koolstofmonoxide

b)

zuurstof + energie

c)

koolstofmonoxide + energie

9.

Wat is waar?

a)

In ingeademde lucht zit meer water dan in uitgeademde lucht

b)

In Ingeademde lucht zit meer zuurstof dan in uitgeademde lucht

c)

In ingeademde lucht zit meer stikstof dan in uitgeademde lucht

d)

In ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan in uitgeademde lucht.

10.

Mirjam moet veel niezen. Dit komt doordat ze veel huisstofmijt in huis heeft. Haar moeder zegt dat ze haar haar huis beter moet ventileren.

Waarom kan ventileren helpen tegen huisstofmijt?

Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Door ventileren daalt de luchtvochtigheid in huis. Huisstofmijten houden van vocht.

b)

Door ventileren stijgt de luchtvochtigheid in huis. Huisstofmijten houden niet van vocht.

c)

Door ventileren wordt het kouder in huis. Huisstofmijten houden van warmte.

d)

Door ventileren wordt het warmer in huis. Huisstofmijten houden niet van warmte.

11.

Hoe ontstaat een longontsteking?

a)

door een allergische reactie

b)

door een infectie

c)

door stuifmeel

d)

door tabaksrook

12.

12 Benoem onderdeel 3, 5 en 7

schrijf de antwoorden achter elkaar!!!

gebruik geen enter!!!!

4 lines
13.

Welke 2 verbrandingsproducten ontstaan er bij de verbranding van hout?

4 lines
14.

Afb 2. ademhaling (schematisch)

In tekening 1 zie je iemand die inademt. In tekening 2 zie je een uitademing.

Hoe kun je dit zien? Leg je antwoord uit

4 lines
15.

Wat geven de longblaasjes af aan het bloed?

a)

Waterdamp

b)

Zuurstof

c)

Koolstofdioxide

d)

Stikstof