wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proefexamen Prehistorie

Total questions: 85

Worksheet time: 46mins

Name
Class
Date
1.

Situeer de prehistorie in de tijd

a)

tot 3500 v.C.

b)

tot 5500 v.C.

c)

tot 800 v.C.

d)

tot 500 n.C.

e)

tot jaar 1

2.

Welke voorouder uit de lijst is het oudst?

a)

Australopithecus

b)

Homo habilis

c)

homo erectus

d)

homo neanderthaler

e)

homosapiens

3.

Welke voorouder uit de lijst is het oudst?

a)

homo erectus

b)

homo habilis

c)

homo neanderthaler

d)

homo sapiens

e)

homo sapiens sapiens

4.

Welke voorouder uit de lijst is het oudst?

a)

homo erectus

b)

homo sapiens

c)

homo neanderthaler

5.

Homo erectus =

a)

handige mens

b)

wetende mens

c)

rechtopstaande mens

d)

zuidelijke aap

6.

Homo sapiens =

a)

handige mens

b)

wetende mens

c)

rechtopstaande mens

d)

zuidelijke aap

7.

Homo habilis=

a)

handige mens

b)

wetende mens

c)

rechtopstaande mens

d)

zuidelijke aap

8.

Wat was eerst?

a)

domesticatie van dieren

b)

sedentarisatie van de mens

c)

de mens als aaseter

d)

homo sapiens

e)

menselijke controle van het vuur

9.

Wat was eerst?

a)

domesticatie van dieren

b)

sedentarisatie van de mens

c)

homo sapiens

d)

menselijke controle van het vuur

10.

Wat was eerst?

a)

domesticatie van de hond

b)

uitvinding van de landbouw

11.

Vanwaar komen de eerste mensen?

a)

Afrika

b)

Europa

c)

Amerika

d)

Azië

e)

Australië

12.

Duid tijd en ruimte aan van de agrarische revolutie

a)

Vruchtbare Sikkel

b)

10 000 v.C.

c)

5 500 v.C.

d)

Afrika

e)

3500 v.C.

13.

Wat is dit?

a)

Venusbeeld

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Muurschildering

e)

Vuursteen

14.

Wat is dit?

a)

Venusbeeld

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Muurschildering

e)

Vuursteen

15.

Wat is dit?

a)

Venusbeeld

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Muurschildering

e)

Vuursteen

16.

Wat is dit?

a)

Venusbeeld

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Muurschildering

e)

Vuursteen

17.

Wat stelt dit voor?

a)

Vruchtbaarheidssymbool

b)

Huwelijkscadeau

c)

Landbouwsymbool

d)

Jachtsymbool

18.

Wat is dit?

a)

Venusbeeld

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Megaliet

e)

Monoliet

19.

geloof in meerdere goden =

a)

polytheïsme

b)

heidendom

c)

monotheïsme

d)

islam

e)

judaïsme

20.

Waar vinden we deze grotschildering?

a)

Lascaux

b)

Levanzo

c)

Altamira

d)

Knossos

21.

Welk domein: Grotschilderingen in de prehistorie

a)

Culturele domein

b)

Economische domein

c)

Politieke domein

d)

Sociale domein

22.

Welk domein: polytheïsme

a)

Culturele domein

b)

Economische domein

c)

Politieke domein

d)

Sociale domein

23.

Welk domein: grafgiften

a)

Culturele domein

b)

Economische domein

c)

Politieke domein

d)

Sociale domein

24.

Wat kwam als laatste?

a)

gepolijste werktuigen

b)

eenvoudige vuistbijlen

c)

werktuigen uit afgeslagen stukken steen

d)

choppers

25.

Wanneer situeer je het eerste gebruik van vuur door de mens?

a)

max anderhalf miljoen jaar geleden

b)

500 000 jaar geleden

c)

40 000 jaar geleden

d)

2 miljoen jaar geleden

26.

In welke tijd leefde Ötzi de ijsman?

a)

kopertijd

b)

ijzertijd

c)

bronstijd

d)

steentijd

27.

Waar leefde Ötzi de ijsman?

a)

Hellas

b)

Mesopotamië

c)

Egypte

d)

De Alpen

e)

Onze gewesten

28.

De prehistorie eindigt met

a)

de opkomst van landbouw

b)

de domesticatie van dieren

c)

het ontstaan van het schrift

d)

de industrialisatie

e)

de klassieke oudheid

29.

Wat is dit?

a)

hunebed of dolmen

b)

Kleitablet

c)

Monoliet

d)

Aardewerk

e)

Maalsteen

30.

Einde van de laatste ijstijd

a)

ca. 10 000 v.C.

b)

ca. 5 000 v.C.

c)

ca. 1000 v.C.

d)

ca. 1500 n.C.

e)

ca. 15 000 v.C.

31.

Menhir =

a)

grafmonument

b)

rechtopstaande steen

c)

tablet waarop geschreven is

d)

huis

32.

dolmen =

a)

grafmonument

b)

rechtopstaande steen

c)

tablet waarop geschreven is

d)

huis

33.

Vanaf 5 500 v.C.

a)

Kopertijd

b)

Steentijd

c)

IJzertijd

d)

Bronstijd

34.

Wie vond de speerdrijver uit?

a)

Homo sapiens

b)

Homo habilis

c)

Homo erectus

d)

Neanderthaler

e)

Homo Rudolphenis

35.

Welke mensensoort was waarschijnlijk de eerste om vuur te gebruiken?

a)

Homo erectus

b)

Homo sapiens

c)

Homo habilis

d)

Homo neanderthaler

36.

Welke mensensoort was de eerste om werktuigen te vervaardigen om mee te snijden?

a)

Homo erectus

b)

Homo sapiens

c)

Homo habilis

d)

Homo neanderthaler

37.

Welke mensensoort was de eerste om pijl en boog te gebruiken?

a)

Homo erectus

b)

Homo sapiens

c)

Homo habilis

d)

Homo neanderthaler

38.

Welke mensensoort was de eerste die zijn doden begroef?

a)

Homo erectus

b)

Homo sapiens

c)

Homo habilis

d)

Homo neanderthaler

39.

Waarover weten we nog zo goed als niets?

a)

Nut van choppers

b)

ontstaan van gesproken taal

c)

ontstaan van het schrift

d)

voordelen van vuur

e)

nut van een speerdrijver

40.

Welke mensensoort is de dichtste familie van de moderne mens?

a)

Neanderthaler

b)

Homo habilis

c)

Homo sapiens

d)

Homo erectus

e)

T-rex

41.

Ontstaan van de homo sapiens

a)

ca. 320 000 v.C.

b)

ca. 500 000 v.C.

c)

ca. 2,5 miljoen jr v.C.

d)

ca. 50 000 v.C.

42.

Ontstaan van de vroege homo

a)

ca. 320 000 v.C.

b)

ca. 500 000 v.C.

c)

ca. 2,5 miljoen jr v.C.

d)

ca. 50 000 v.C.

43.

Wat is dit?

a)

Bola

b)

Harpoen

c)

Wurgtouw

d)

Slinger

e)

Zweep

44.

Wat is dit?

a)

Bola

b)

Harpoen

c)

Silex

d)

Slinger

e)

Zweep

45.

Wat is dit?

a)

Bola

b)

Harpoen

c)

Silex

d)

Slinger

e)

Vuurboog

46.

Versteende rest van plant of dier uit een ver verleden.

a)

Bola

b)

Fossiel

c)

Dinosaurus

d)

Archeologie

47.

Soort lasso, met stenen aan de uiteinden, bedoeld om dieren aan hun poten te vangen.

a)

Bola

b)

Fossiel

c)

Slinger

d)

Speerdrijver

e)

Vuurboog

48.

Wat is het TWEEDE continent waar de vroegste mensen woonden?

a)

Afrika

b)

Europa

c)

Azië

d)

Amerika

e)

Oceanië

49.

Welke informatiebronnen hebben we over mensen in de prehistorie? Duid er 2 aan.

a)

Overblijfselen van mensen

b)

Sporen van menselijke handelingen

c)

Geschreven teksten

d)

IJzeren werktuigen

e)

Papieren geld

50.

Een mens onderscheidt zich van dieren door drie kenmerken. Welke?

a)

Gesproken taal

b)

Rechtop lopen

c)

Voldoende hersenen

d)

Werktuigen vervaardigen

e)

Zang

51.

Australopithecus =

a)

Zuidelijke mensaap

b)

Rechtoplopende mens

c)

Wetende mens

d)

Handige mens

e)

Homo neanderthaler

52.

Toen de mensen nog als jagers en voedselverzamelaars leefden, leefden ze dan in grote of kleine groepen?

a)

Grote groepen

b)

Kleine groepen

53.

Mensen die geen vaste woonplaats hebben en rondtrekken.

a)

Aaseters

b)

Nomaden

c)

Vleeseters

d)

Graseters

e)

Homo sapiens

54.

Bijvoorbeeld: wolf, beer, panter, vos

a)

Aaseters

b)

Nomaden

c)

Vleeseters

d)

Graseters

e)

Homo sapiens

55.

Stillen hun honger met de resten van de prooien van grote dieren.

a)

Aaseters

b)

Nomaden

c)

Vleeseters

d)

Graseters

e)

Homo sapiens

56.

Welk werelddeel leefde het langst in de prehistorie?

a)

Oceanië

b)

Afrika

c)

Europa

d)

Amerika

e)

Azië

57.

Plaats bij het juiste domein: bola en slinger

a)

economisch

b)

politiek

c)

sociaal

d)

cultureel

58.

Plaats bij de juiste domeinen: overgang in de samenleving van jagers naar landbouwers.

a)

economisch

b)

politiek

c)

sociaal

d)

cultureel

59.

Vuursteen =

a)

Silex

b)

Chopper

c)

Vuistbijl

d)

Koper

e)

Harpoen

60.

De oudste pijl en boog.

a)

11 000 jaar oud

b)

30 000 jaar oud

c)

7 000 jaar oud

d)

250 000 jaar oud

e)

44 000 jaar oud

61.

Waar kwam de prehistorie voor het eerst ten einde?

a)

Oceanië

b)

Afrika

c)

Europa

d)

Amerika

e)

Azië

62.

Het aantal mensen tussen 12 000 v.C. en 2 000 v.C. ...

a)

Bevolkingsgroei

b)

Bevolkingsdaling

c)

bleef ongeveer gelijk

63.

In welk gedeelte van Europa raakt de landbouw voor het eerst bekend?

a)

Zuid-Europa

b)

Noord-Europa

c)

Zuidwest-Europa

d)

Noordoost-Europa

e)

Zuidoost-Europa

64.

Op een vaste plaats blijven wonen

a)

Sedentair worden

b)

Domesticeren

c)

Revolutie

d)

Evolutie

e)

Nomadisch leven

65.

In sommige gebieden gebeurt de overgang snel.

a)

Sedentair worden

b)

Domesticeren

c)

Revolutie

d)

Evolutie

e)

Nomadisch leven

66.

Wilde dieren tot huisdier maken.

a)

Sedentair worden

b)

Domesticeren

c)

Revolutie

d)

Evolutie

e)

Nomadisch leven

67.

De prehistorische mens probeert de gunst van de goden te verkrijgen door:

a)

offers aan de vruchtbaarheidsgodin

b)

beeldjes & godsdienstige rituelen

c)

piramiden te bouwen

d)

grafgiften aan de doden

e)

kerken te bouwen

68.

Duid de oorzaken aan v.d. agrarische revolutie.

a)

Mens ontdekt evolutie van zaad tot plant

b)

Laatste ijstijd eindigt

c)

Mens domesticeert dieren

d)

Mens leert schrijven

e)

Uitvinding ggo's

69.

Duid het EINDE én het BEGIN aan van de bronstijd.

a)

5 500 v.C.

b)

10 000 v.C.

c)

3300 v.C.

d)

1200 v.C.

e)

800 v.C.

70.

Eerste gebruik van vuur door de mens was al eerder, maar wanneer MAAKTE de mens zelf voor het eerst vuur ?

a)

tussen 400 000 en 300 000 jr geleden

b)

ca. 40 000 jaar geleden

c)

anderhalf miljoen jaar geleden

d)

tussen 100 000 en 50 000 jr geleden

71.

Duid alle gevolgen aan van de agrarische revolutie

a)

Nieuwe werktuigen

b)

Nieuwe beroepen en taken

c)

Betere woningen

d)

Domesticatie v.d. hond

e)

Lekkerder vlees

72.

Wat was laatst?

a)

ijzertijd

b)

bronstijd

c)

steentijd

d)

kopertijd

e)

prehistorie

73.

Beschrijf de godsdienst van de prehistorische mens ?

a)

natuurreligie

b)

monotheïsme

c)

islam

d)

christendom

e)

judaïsme

74.

Duid twee zaken aan die je associeert met de agrarische revolutie

a)

sedentarisatie

b)

domesticatie

c)

grotschilderingen

d)

Venusbeeldjes

e)

jachttaferelen

75.

Waarop kunnen we ons NIET baseren om een beeld te krijgen van de prehistorie?

a)

Geschreven bronnen

b)

Mondelinge bronnen

c)

Venusbeeldjes

d)

Grotschilderingen

e)

Fossielen

76.

De eerste om zich op twee benen voort te bewegen.

a)

Homo habilis

b)

Homo erectus

c)

Homo sapiens

d)

Homo neanderthaler

e)

Australopithecus

77.

De eersten die op groot wild jaagden zoals bizons, neushoorns en mammoeten.

a)

Neanderthaler en homo sapiens

b)

Homo habilis en homo erectus

c)

Homo erectus

d)

Australopithecus

e)

Homo rudolfensis

78.

Instrument waarmee je door wrijving van hout op hout hitte opwekt.

a)

Bola

b)

Stoofhout

c)

Silex

d)

Slinger

e)

Vuurboog / vuurboor

79.

Wie kon het best werktuigen maken?

a)

Handige mens

b)

Zuidelijke aap

c)

Wetende mens

d)

Rechtopstaande mens

80.

Duid twee bekende vindplaatsen aan van grotschilderingen

a)

Altamira

b)

Haçilar

c)

Lascaux

d)

Stonehenge

e)

Knossos

81.

Duid de vroege Turkse landbouwnederzetting aan.

a)

Altamira

b)

Haçilar

c)

Lascaux

d)

Stonehenge

e)

Knossos

82.

Wat was het machtigste wapen van de mens ca. 20 000 jaar geleden?

a)

Vuur

b)

Bola

c)

Slinger

d)

Speerdrijver

e)

Buskruit

83.

Welke mensensoort overleefde de laatste ijstijd?

a)

Homo sapiens

b)

Homo habilis

c)

Neanderthaler

d)

Homo erectus

e)

Homo rudolfensis

84.

Wat was er eerst?

a)

Jacht en visvangst

b)

Akkerbouw

c)

Fruitteelt

d)

Veeteelt

e)

Industrie

85.

Wat was er laatst?

a)

Jacht en visvangst

b)

Akkerbouw

c)

Fruitteelt

d)

Veeteelt

e)

Industrie