wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie H3 H4 en herhaling H1 en H2

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Het indexcijfer van het basisjaar is altijd:

a)

200

b)

50

c)

100

d)

1000

2.

Een indexcijfer rond je af op helen. Rond het volgende indexcijfer af op helen. 150,5567

a)

150

b)

151

c)

150,5

d)

150,6

3.

Rond het volgende indexcijfer goed af: 156,3456

a)

156

b)

157

c)

156,3

d)

156,4

4.

De rapportcijfers van het AMXL worden in periode 1, 2 en 3 afgerond op 1 decimaal. Wat wordt het volgende rapportcijfer van het vak economie: 6,547

a)

6,5

b)

6,6

c)

7

d)

6

5.

De rapportcijfers van het AMXL worden in periode 1, 2 en 3 afgerond op 1 decimaal. Wat wordt het volgende rapportcijfer van het vak economie: 6,57

a)

7

b)

6

c)

6,5

d)

6,6

6.

Bij geld afrekenen werk je met euro's. Hoe rond je het volgende getal af in 2 decimalen? 6,3457

a)

6,35

b)

6,34

c)

6

d)

7

7.

Van maand naar week berekenen doe je als volgt:

a)

€ 1.000 x 52 : 12

b)

€ 1.000 x 12 : 52

c)

€ 1.000 x 4

d)

€ 1.000 : 4

8.

Van week naar maand berekenen doe je als volgt:

a)

€ 1.000 x 52: 12

b)

€ 1.000 x 12 : 52

c)

€ 1.000 x 4

d)

€ 1.000: 4

9.

Van kwartaal naar jaar bereken je

a)

€ 1.000: 4

b)

€ 1.000 x 4

c)

€ 1.000 x 3

d)

€ 1.000: 3

10.

Van jaar naar kwartaal bereken je:

a)

€1.000 x 4 =

b)

€1.000 : 4 =

c)

€1.000 x 3 =

d)

€1.000 : 3 =

11.

Hoeveel maanden heeft een kwartaal?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

12.

vmbo kantine omzet 2.000 € 14.000 2.220 € 17.500

Bereken de prijsstijging in procenten.

a)

14.000: 17.500 x 100

b)

17.500 ; 14.000 X 100

c)

(17.500 - 14.000): 14.000 X 100

d)

(17.500 - 14.000): 17.500 X 100

13.

Omzet = € 815.500

Inkoopwaarde omzet = € 644.700

Bedrijfskosten = € 101.200

Bereken de inkoopwaarde van de omzet in een percentage van de omzet.

a)

644.700 : 101.200 x 100 =

b)

101.200 : 644.700 x 100 =

c)

815.500 : 644.700 x100 =

d)

644.700 : 815.500 x 100 =

14.

Omzet = € 815.500

Inkoopwaarde omzet = € 644.700

Bedrijfskosten = € 101.200

Bereken de brutowinst.

a)

€ 815.000 - €644.700 - €101.200 =

b)

€ 815.000 - €644.700 + €101.200 =

c)

€ 815.000 - €644.700 =

d)

€ 815.000 + €644.700 =

15.

Omzet = € 815.500

Inkoopwaarde omzet = € 644.700

Bedrijfskosten = € 101.200

Bereken de nettowinst.

a)

€ 815.500 - € 644.700 =

b)

€ 644.700 - € 815500 + 101.200

c)

€ 815.500 - € 644.700 - 101.200

d)

€ 815.500 + € 644.700 + 101.200

16.

Omzet = € 815.500

Inkoopwaarde omzet = € 644.700

Bedrijfskosten = € 101.200

Bereken de bedrijfskosten in percentage van de omzet.

a)

€ 815.500 101.200 x 100 =

b)

€101.200 : €644.700 x 100

c)

€644.700: €815.500x 100

d)

€101.200: €815.500x 100

17.

Rond het volgende getal af op 2 decimalen.

€1.200,204

a)

€ 1.200,2

b)

€ 1.200,20

c)

€ 1.200,3

d)

€ 1.200,30

18.

Hoeveel bedraagt de inkoopwaarde van de omzet in percentage van de omzet?

a)

88.000: 220.000 x 100

b)

77.000:220.000 x 100

c)

220.000 x 88.000 : 100

d)

220.000:88.000 x 100

19.

Met hoeveel procent is de omzet in juni gestegen ten opzichte van het vorig jaar?

a)

€2.000: €22.000 x 100 =

b)

€20.000 : €22.000 x 100 =

c)

€2.000:€20.000 x 100 =

d)

€22.000 : €20.000 x 100 =

20.

Omzet is €200.000

Inkoopwaarde is €50.000

Bedrijfskosten is 40.000

Bereken de brutowinst.

a)

€250.000

b)

€10.000

c)

€290.000

d)

€150.000

21.

Omzet is €200.000

Inkoopwaarde is €50.000

Bedrijfskosten is 40.000

Bereken de brutowinst in een percentage van de omzet.

a)

€150.000: €200000 x 100 =

b)

€50.000: €200.000 x 100 =

c)

€10.000:€200.000 x 100 =

d)

€150.000: €50.000 x 100 =

22.

Omzet is €200.000

Inkoopwaarde is €50.000

Bedrijfskosten is 40.000

Bereken de nettowinst.

a)

€150.000

b)

€110.000

c)

€250.000

d)

€160.000

23.

Omzet is €200.000

Inkoopwaarde is €50.000

Bedrijfskosten is 40.000

Bereken de nettowinst in een percentage van de omzet.

a)

€150.000:€200.000 x 100 =

b)

€190.000:€200.000 x 100 =

c)

€110.000:€200.000 x 100 =

d)

€110.000:€50.000 x 100 =

24.

Een voorbeeld van plaats en niet van promotie is:

a)

tv reclame

b)

website

c)

advertentie

d)

busreclame

25.

Van €6,- voor €4.99

a)

plaatsbeleid

b)

productbeleid

c)

prijsbeleid

d)

promotiebeleid

26.

De kunst van verkopen noemen we:

a)

marketingmix

b)

marketing

c)

plaatsbeleid

d)

productbeleid

27.

Een combinatie van de 5 p's noemen we:

a)

marketing

b)

marketingmix

c)

promotiebeleid

d)

prijsbeleid

28.

De inkoopprijs van

de verkochte artikelen noemen we:

a)

omzet

b)

inkoopwaarde

c)

brutowinst

d)

nettowinst

29.

De verkoopopbrengst in een bepaalde periode noemen we:

a)

afzet

b)

omzet

c)

inkoopwaarde

d)

brutowinst

30.

De ingrediënten die in een product verwerkt zijn noemen we:

a)

grondstoffen

b)

eindproducten

c)

bedrijfskolom

d)

recycling

31.

Terugwinnen van bruikbare materialen uit afval noemen we:

a)

biologische producten

b)

duurzaam ondernemen

c)

recycling

d)

marketingmix

32.

Wie hoort NIET tot de bedrijfskolom

a)

fabriek

b)

winkelier

c)

groothandel

d)

consument

33.

Mike had in het basisjaar 2016 een inkomen van €50.000. In 2017 bedroeg zijn inkomen €58.000 en in 2018 €59.500. Bereken indexcijfer van 2017.

a)

€58.000 : €50.000 x 100

b)

€50.000 : €58.000 x 100

c)

€58.000 : €59.500 x 100

d)

€59.500: €50.000 x 100

34.

In 2017 bedroeg zijn inkomen €58.000 en in 2018 €59.500. Met hoeveel procent is het inkomen in 2017 en 2018 gestegen?

a)

(€59.500 - €58.000):€59.500

b)

(€59.500 - €58.000):€59.500 x 100

c)

(€59.500 - €58.000):€58.000 x 100

d)

(€59.500 - €58.000):€50.000

35.

Indexcijfer 2018 = 116. Indexcijfer 2019 = 119. Met hoeveel procent is het inkomen van Mike gestegen tussen 2018 en 2019?

a)

119 - 116 = 3%

b)

(116-119):119 x 100 =

c)

(119 - 116): 119 =

d)

(119 - 116): 116 =

36.

Indexcijfer basisjaar = 100 = 2017.

Indexcijfer 2020 = 116.

Met hoeveel procent is het inkomen van Piet gestegen?

a)

2020 - 2017 = 3

b)

100 - 116 = -16

c)

2017 - 2020 = -3

d)

116 - 100 = 16%

37.

Indexcijfer 2020 = 100 = €200.000

Indexcijfer 2019 = 146. Hoeveel bedraagt het inkomen van 2019?

a)

€200.000 : 100 x 146 =

b)

€200.000 : 100 x 146 =

c)

€200.000 : 146 x 100 =

d)

€200.000 x 146 : 100 =

38.

Indexcijfer 2028 = 100 = €200.000

Inkomen 2019 = 291.000. Hoeveel is het indexcijfer van 2019? (Afronden op helen !)

a)

145,6

b)

145

c)

146

d)

147

39.

Indexcijfer 2018 = 100 = €376.000

Inkomen 2019 = €268.000. Hoeveel is het indexcijfer van 2019? (Afronden op helen !)

a)

71,2

b)

71

c)

72

d)

73

40.

Indexcijfer 2018 = 100 = €376.000

Inkomen 2019 = €318.000. Hoeveel is het indexcijfer van 2019? (Afronden op helen !)

a)

84,57

b)

84,6

c)

84

d)

85