wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Holanderen

Total questions: 100

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

In welk deel van de wereld ligt Nederland

a)

Europa

b)

Zuid Amerika

2.

Welk land ligt ten zuiden van Nederland

a)

Belgie

b)

Duitsland

3.

Welk land ligt ten oosten van Nederland

a)

Belgie

b)

Duitsland

4.

Welk land is groter

a)

Marokko

b)

Nederland

5.

Welk land is kleiner

a)

Nederland

b)

Turkije

6.

Wat betekent Nederland

a)

Laag land

b)

Waterland

7.

Kijk naar de foto.Wat is dit

a)

Een dijk

b)

Een haven

8.

Wat gebeurt er met Nederland als er geen dijken zijn

a)

Nederland krijgt meer regen

b)

Nederland staat onder water

9.

Welke stad ligt in de Randstad

a)

Eindhoven

b)

Utrecht

10.

In Nederland wonen daar veel mensen of weinig mensen

a)

Weel nensen

b)

Weinig mensen

11.

Wat is de hoofdstad van Nederland

a)

Amsterdam

b)

Den Haag

12.

In welke stad zit de regering van Nederland

a)

Dan Haag

b)

Rotterdam

13.

Waar woont de koning van Nederland

a)

Groningen

b)

Zuid Holland

14.

Waar ligt de grootste zeehaven van Nederland

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

15.

Hoe heet de nationale luchthaven van Nederland

a)

Europoort

b)

Schiphol

16.

Waar ligt Schiphol

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

17.

Wie helpt u als u in Nederland aankomt

a)

De regering

b)

Mijn partner

18.

Is Nederland vaak droog of nat

a)

Droog

b)

Nat

19.

Als u naar Nederland komt moet u dan opnieuw uw rijbewijs halen

a)

Ja

b)

Nee

20.

In Nederland zijn de wegen daar druk of rustig

a)

Druk

b)

Rustig

21.

In Nederland zijn daar veel fietsen of weinig fietsen

a)

Veel

b)

Weinig

22.

Wat is typisch Nederlands in het verkeer

a)

Boten

b)

Fietsen

23.

Leven Nederlanders veel binnen of buiten

a)

Binnen

b)

Buiten

24.

Wie ziet u op het plaatje

a)

De Koning van Spanje

b)

Willem van Oranje

25.

Was de koning van Spanje katholiek of protestants

a)

Katholiek

b)

Protestants

26.

Hoe lang duurde de oorlog met Spanje

a)

8jaar

b)

80 jaar

27.

Hoe lang bestaat de Nederlandse staat ongeveer

a)

Vijftig jaar

b)

Vierhonderd jaar

28.

Waren de VOC schepen voor de handel of voor de visvangst

a)

Voor de handel

b)

Voor de visvangst

29.

Wie schilderede dit schilderij

a)

Rembrandt van Rijn

b)

Willem van Oranje

30.

Is er in Nederland scheiding van kerk en staat

a)

Ja

b)

Nee

31.

Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede Wereldoorlog

a)

Duitsland

b)

Engeland

32.

Welke grote Nederlandse stad is in 1940 gebombardeerd

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

33.

Waarom is Anne Frank beroemd

a)

Ze schreef een dagboek

b)

Ze was baas van een museum

34.

Welke kolonie van Nederland werd onafhankelijk vlak na de Tweede Wereldoorlog

a)

Indonesie

b)

Suriname

35.

Uit welk land kwamen veel gastarbeiders

a)

Uit Engeland

b)

Uit Turkije

36.

Welke kolokie van Nederland werd in 1975 onafhankelijk

a)

Nederlandse Antillen

b)

Suriname

37.

Wie zijn dit

a)

Koning Willem Alexander en koningin Maxima

b)

Prinses Beatrix en haar man Claus

38.

Wie zijn dit

a)

Koning Willem Alexander en koningin Maxima

b)

Prinses Beatrix en haar man Claus

39.

Hoe heet de kroonprinses

a)

Amalia

b)

Beatrix

40.

Is Nederland een democratie

a)

Ja

b)

Nee

41.

In welke stad zit het parlament van Nederland

a)

Amsterdam

b)

Den Haag

42.

Wat is de belangrijkste wet in Nederland

a)

De grondwet

b)

Het parlement

43.

Wie is de voorzitter van de raad van ministers

a)

De koning

b)

De minister president

44.

Wie vergaderen in deze zaal

a)

De Eerste Kamer

b)

De Tweede Kamer

45.

Hoe vaak zijn er verkiezingen in Nederland

a)

Elke vier jaar

b)

Elke zes jaar

46.

Hoe oud moet u zijn om te mogen stemmen in Nederland

a)

18jaar

b)

21jaar

47.

Heeft Nederland een politieke partij of meer politieke partijen

a)

Een politieke partij

b)

Meer politieke partij

48.

Wat is de functie van deze man

a)

Burgemeester

b)

Minister president

49.

Is discriminatie toegestaan in Nederland

a)

Ja

b)

Nee

50.

Hebben vrouwen in Nederland meer rechten dan mannen of dezelfde rechten

a)

Dezelfde rechten als mannen

b)

Meer rechten dan mannen

51.

Mogen vrouwen in Nederland zelf kiezen met wie ze willen trouwen

a)

Ja

b)

Nee

52.

Is het discrimineren van homoseksuelen strafbaar of toegestaan in Nederland

a)

Strafbaar

b)

Toegestaan

53.

Heeft Nederland een staatsgodsdienst of zijn er veel godsdiensten

a)

Ee is een staatsgodsdienst

b)

Er zijn veel godsdiensten

54.

Zijn de kranten radio en televisie vrij in hun mening in Nederland

a)

Ja

b)

Nee

55.

Heeft Nederland veel televisiekanalen of is er een staatstelevisie

a)

Er is een staatstelevisie

b)

Er zijn veel tekevisiekanalen

56.

Is homoseksualiteit togestaan of strafbaar in Nederland

a)

Strafbaar

b)

Toegestaan

57.

Is wapenbezit zonder vergunning toegestaan of strafbaar in Nederland

a)

Strafbaar

b)

Toegestaan

58.

Is vrouwenbesnijdenis toegestaan of strafbaar in Nederland

a)

Strafbaar

b)

Toegestaan

59.

Is het slaan van vrouwen toegestaan of strafbaar in Nederland

a)

Strafbaar

b)

Toegesraan

60.

Hebbe alle mensen in Nederland hetzelfde geloof

a)

Ja

b)

Nee

61.

Welke taal spreken de mensen in Nederland

a)

Duits

b)

Nederland

62.

Is het belengrijk om snel Nederlands te leren

a)

Ja

b)

Nee

63.

Wat leert u in de Nederlandse taalles

a)

Alle Europese talen

b)

De Nederlandse taal

64.

Moet u voor een taalcursus betalen

a)

Ja

b)

Nee

65.

Wie betaalt de taalcursus

a)

De school betaalt

b)

Ik betaal zelf

66.

Gaan in Nederland alleen kinderen naar school of ook volwassenen

a)

Alleen kinderen

b)

Kinderen en volwassenen

67.

Worden verjaardagen in Nederland gevierd

a)

Ja

b)

Nee

68.

Wat doen Nederlanders meestal als ze bij iemand op bezoek gaan

a)

Ze gaan zomaar naar binnen

b)

Ze maken meestal een afspraak

69.

Opas en omas in Nederland wonen die bij hun kinderen of wonen ze apart

a)

Ze wonen apart

b)

Ze wonen bij de hun kinderen

70.

Is het voor het leren van de taal goed om met kinderen naar de Nederlandse televisie te kijken

a)

Ja

b)

Nee

71.

Wie is in Nederland verantwoordelijk voor wat kinderen doen

a)

De ouders

b)

De school

72.

Hoe oud zijn de meeste kinderen in Nederlandaks ze naar school gaan

a)

Vier jaar

b)

Vijf jaar

73.

Vanaf welke leeftijd is onderwijs verplicht in Nederland

a)

Vier jaar

b)

Vijf jaar

74.

Tot welke leeftijd is onderwijs verplicht in Nederland

a)

Twaalf jaar

b)

Achttien jaar

75.

Leren kinderen als ze spelen

a)

Ja

b)

Nee

76.

Wie kiest in Nederland de school voor het kind

a)

De gemeente

b)

De ouders

77.

Zijn er in Nederland op school aparte klassen voor jongensen voor meisjes

a)

Ja

b)

Nee

78.

Dragen kindren in Nederland op school een uniform

a)

Ja

b)

Nee

79.

Wat kan deze jongen doen met een computer

a)

Alleen spelen

b)

Spelen en leren

80.

Voortgezet onderwijs is dat voor kinderen vanaf vier jaar of vanaf twaalf jaar

a)

Vanaf vier jaar

b)

Vanaf twaalf jaar

81.

Gaan alle kindeeen vanaf taalf jaar naar hetzelfde soort onderwijs of zijn er twee richtingen

a)

Er is een soort

b)

Er zijn twee richtingen

82.

Tot welke leeftijd moeten kinderen in Nederland naar school

a)

Zestien jaar

b)

Achttien jaar

83.

Vanaf welke leeftijd mogen jongeren hun eigen keuzes maken

a)

Vanaf zestien jaar

b)

Vanaf achttien jaar

84.

Is het verplicht om uzelf te verzekeren tegen ziektekosten

a)

Ja

b)

Nee

85.

Wie betaalt in Nederland uw verzekering tegen ziektekosten

a)

De gemeente

b)

Mijn partner

86.

Als u ziek wordt waar kan u in Nederland dan het beste eerst naartoe gaan

a)

Naar de huisarts

b)

Naar het zieken huis

87.

Waar haalt men in Nederland medicijnen op recept

a)

Bij de apotheek

b)

Bij de drogist

88.

Waar gaat u in Nederland in een noidgeval naartoe

a)

Naar de drogist

b)

Naar het ziekenhuis

89.

Waar werken de meeste specialisten

a)

Bij de huisartsenpost

b)

In het ziekenhuis

90.

Voor wie is het consultatiebureau

a)

Voor grote kinderen

b)

Voor kleine kinderen

91.

Wie werken er in Nederland

a)

Alleen mannen

b)

Mannen en vrouwen

92.

Wanneer moet u werk gaanzoeken zo snel moegelijk of later

a)

Zo snel moegelijk

b)

Later

93.

Waar is in Nederland sreeds minder werke te vinden

a)

In de industrie

b)

In de zorg

94.

Waar is in Nederland veel werk te vinden

a)

In de industrie

b)

In de zorg

95.

Waar is het in Nederland gemakkelijker on werk te vinden

a)

In de beveiliging

b)

In de landbouw

96.

Hoe vindt u in Nederland gemakkelijker werk via de keant of via familie

a)

Via de krant

b)

Via familie

97.

Waar kunt u zich in Nederland inschrijven als u werk zoekt

a)

Bij een school

b)

Bij en uitzendbureau

98.

Geeft men elkaar in Nederland bij een sollicitatiegesprek eerst een hand of gaat men direct zitten

a)

Men gaat direct zitten

b)

Men geeft elkaar eerst een hand

99.

Krijgt u in Nederland een uitkering of moet uw partner voor u zorgen

a)

Ik krijg een uitkering

b)

Mijn partner moet voor mij zorgen

100.

Is het leven in Nederland duur of goedkoop

a)

Duur

b)

Goedkoop