Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


De sport raften kan zeer spectaculair zijn.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

2.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Je aan de coronamaatregelen houden is belangrijk gebleken.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

3.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Tijdens de wedstrijd wordt iedereen uitvoerig beoordeeld.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

4.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


We kunnen dit jaar met ons hockeyteam kampioen worden.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

5.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Gisteren ben ik na de training snel naar huis gefietst.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

6.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Meestal is er wel een klusje in huis te doen.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

7.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Het weer lijkt gunstig voor een zeiltochtje.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

8.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Sommige wiskundesommen blijven lastig.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

9.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Gisteren bleek zijn fiets onbruikbaar.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

10.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


De zon schijnt fel mijn slaapkamer in.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

11.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Het schijnt een mooie dag te worden.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

12.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


We blijven voorlopig nog op afstand van elkaar.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

13.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


In mijn pauze heb ik een kopje thee gedronken.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

14.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Mijn nieuwe tandarts lijkt een aardige man.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

15.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Ik word elke dag door een onbekend nummer gebeld.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde