Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zelftest K1 t/m K3 - V2B

Total questions: 28

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(sein) Ich ....... dreizehn Jahre alt.

a)

bist

b)

bin

c)

seid

d)

sind

2.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(sein) Wie alt ...... Sie?.

a)

bist

b)

bin

c)

seid

d)

sind

3.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(sein) Der Bruder ....... ein netter Kerl.

a)

ist

b)

bin

c)

seid

d)

sind

4.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(haben) Ihr ...... die Prüfung bestanden.

a)

hast

b)

habt

c)

hat

d)

haben

5.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(haben) Wir ..... einen tollen Hund.

a)

hast

b)

habt

c)

hat

d)

haben

6.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(haben) Die Frau ..... ihrem Mann ein Geschenk gegeben.

a)

hast

b)

habt

c)

hat

d)

haben

7.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(werden) Wie alt ....... du?.

a)

werde

b)

wirst

c)

werden

d)

werdet

8.

Welke vorm van het werkwoord hoort op de stippen:

(werden) Sie (ev) ....... bestimmt Schauspielerin.

a)

werde

b)

wirst

c)

werden

d)

wird

9.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(wohnen) Du ..... in Roermond

a)

wohnst

b)

wohne

c)

wohnen

d)

wohnt

10.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(reden) Ihr ...... viel zu viel!

a)

redest

b)

redet

c)

reden

d)

rede

11.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(antworten) Alex ....... auf die Frage!

a)

antwort

b)

antworten

c)

antwortet

d)

antwortest

12.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(tanzen) Wir ...... die ganze Nacht!

a)

tanzt

b)

tanze

c)

tanzen

d)

getanzt

13.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(anfassen) Ich ..... den Hund .....

a)

anfasse

b)

fasse an

c)

fasst an

d)

anfassen

14.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(schneien) In Süd-Limburg ..... es.

a)

schneit

b)

schneiet

c)

schneien

d)

schneist

15.

Wat is de juiste vorm van het zwakke werkwoord?

(spielen) Ich habe mit meinem Neffen .......

a)

spiele

b)

spielst

c)

spielt

d)

gespielt

16.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


het lesrooster

a)

der Stundenplan

b)

die Stundenplan

c)

das Stundenplan

17.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


het huiswerk

a)

der Test

b)

die Homearbeit

c)

die Hausaufgaben

18.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


's morgens

a)

mittags

b)

morgens

c)

abends

19.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


natuurkunde

a)

Physik

b)

Chemie

c)

Erdkunde

20.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


vandaag

a)

jetzt

b)

heute

c)

der Tag

21.

Wat is de juiste vertaling van het woord? Let op lidwoorden!


achtste

a)

achtste

b)

achte

c)

achtzehnte

22.

Wat is de juiste vertaling van het woord (NL-DU)? Let op lidwoorden!


wie

a)

wie

b)

wo

c)

wer

23.

Wat is de juiste vertaling van het woord (NL-DU)? Let op lidwoorden!


op dinsdag

a)

am Mittwoch

b)

am Donnerstag

c)

am Dienstag

24.

Wat is de juiste vertaling van het woord (NL-DU)? Let op lidwoorden!


de taal

a)

die Stunde

b)

die Sprache

c)

die Sprachen

25.

Wat is de juiste vertaling van het woord (NL-DU)? Let op lidwoorden!


de vakken

a)

das Fach

b)

das Fächer

c)

die Fächer

26.

Wat is de meervoudsvorm van het onderstaande woord?


die Klasse

a)

die Klässe

b)

die Klassen

c)

die Klasse

27.

Wat is de meervoudsvorm van het onderstaande woord?


das Heft

a)

das Hefte

b)

die Hefte

c)

die Heften

28.

Wat is de meervoudsvorm van het onderstaande woord?


der Lehrer

a)

die Lehrern

b)

die Lehreren

c)

die Lehrer