NEW
Font size
WorksheetsTV H3 klas 1 (lw, zn, pv-tt)
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Een zelfstandig naamwoord is ...
een woord voor mensen, dieren, planten, dingen en namen
een woord dat zegt wat iets of iemand doet
Benoem het onderstreepte woord.
De leraar deelde dropjes uit.
lidwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Benoem het onderstreepte woord.
De leraar deelde dropjes uit.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
De leraar deelde dropjes uit.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster van kinderboeken.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Benoem het onderstreepte woord.
J.K. Rowling is een beroemde schrijfster van kinderboeken.
lidwoord
werkwoord
zelfstandig naamwoord
Hoeveel lidwoorden staan er in deze zin?
In het huis aan de overkant van de straat woont een man met een hond.
drie
vier
vijf
zes
Hoeveel werkwoorden staan er in deze zin?
De postbode komt vroeg in de middag op een brommer de post bezorgen.
één
twee
drie
geen
Hoeveel zelfstandig naamwoorden staan er in deze zin?
In het huis aan de overkant van de straat woont een man met een hond.
drie
vier
vijf
zes
In welke zin is het onderstreepte woord een werkwoord?
In Freestyle Jazz komen verschillende dansen terug.
De kinderen dansen de hele middag.
In welke zin is het onderstreepte woord een zelfstandig naamwoord?
Mijn oudste broer feest de hele nacht met zijn vrienden.
Na het kampioenschap hadden we een groot feest.
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(kunnen) Mees ...... netjes schrijven.
kan
kun
kunt
kon
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(hebben) Loes ...... kaartjes gemaakt.
had
hebt
heeft
hebben
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(houden) Daniel ...... van lezen.
houd
houdt
hield
hout
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(vinden) Ik ...... sushi erg lekker.
vindt
vond
vint
vind
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(spellen) Quinty ...... de woorden in het dictee bijna allemaal goed.
spelt
spellt
speld
speelt
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(vieren) Tim ...... zijn verjaardag vandaag.
vier
vieren
viert
vierd
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(geven) Veerle ...... het huiswerk door aan Bram.
geeft
geevt
geefd
gaf
persoonsvorm tegenwoordige tijd
(veranderen) Zerga ...... graag van haarkleur.
verander
verandert
veranderd
veranderdt
