Font size
Worksheets1e klas - le passé composé
Total questions: 15
Worksheet time: 7mins
Om een passé composé te maken heb je nodig:
een vorm van het werkwoord gaan + een heel werkwoord
een hulpwerkwoord + een voltooid deelwoord
een vorm van het werkwoord gaan + een voltooid deelwoord
een hulpwerkwoord + een heel werkwoord
De meeste werkwoorden in het Frans hebben als hulpwerkwoord:
être
avoir
Kies het juiste antwoord: Tom ... le match. (heeft gewonnen)
a gagné
as gagné
a encouragé
as encouragé
Kies het juiste antwoord: Nous ... au match du foot. (hebben meegedaan)
avez commencé
avons commencé
avons participé
avez participé
Vertaal het ww. en zet in de PC: J'... à Paris. (zijn)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Emma et Julia ... du tennis. (doen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Tu ... un cadeau? (hebben)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Les filles ... dans la classe. (zingen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Vous ... dans un restaurant? (eten)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Hier soir, nous ... un jeu. (spelen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: L'année dernière, j'... Londres avec ma famille. (bezoeken / bezichtigen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Elle ... une nouvelle jupe. (dragen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Les garçons ... pendant le week-end. (voetballen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Tu ... à Rotterdam? (wonen)
(a)
Vertaal het ww. en zet in de PC: Elle ... le garçon. (houden van)
(a)
