Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VT-Totaal

Total questions: 16

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De eenheid van spanning is:

a)

Ampere

b)

Volt

c)

Ohm

2.

De eenheid van stroom is:

a)

Ampere

b)

Volt

c)

Ohm

3.
Wat betekent het volgende symbool?
a)
Lampje
b)
Batterij
c)
Schakelaar
d)
Meter
4.
Welke schakeling staat op het plaatje?
a)
Serieschakeling
b)
parallelschakeling
c)
hotelschakeling
d)
gemengde schakeling
5.

In het schema geven we een weerstand aan met de letter:

a)

I

b)

R

c)

Rtot

d)

V

6.

In een serieschakeling is de …….. overal hetzelfde.

a)

Spanning

b)

Stroom

c)

weerstand

d)

Lading

7.

U tot betekend ?

a)

Totale weerstand

b)

Totale spanning

c)

Totale stroom

d)

Totale serie

8.

De stroom in een serieschakeling is:

a)

Overal even groot

b)

Overal anders

c)

Na elke weerstand kleiner

d)

Na elke weerstand groter

9.
Met welke schakeling bepaal je spanning over het lampje en de stroomsterkte door het lampje?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
10.
Een stroomkring kan geopend en gesloten worden met een....
a)
Batterij
b)
Lampje
c)
Weerstand
d)
Schakelaar
11.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
12.

Een isolator laat stroom ...

a)

makkelijk door

b)

niet door

c)

moeilijk door

13.

Kunststof is een goede ...

a)

geleider

b)

isolator

14.

Welke stof is GEEN geleider?

a)

IJzer

b)

Koolstof

c)

Koper

d)

Plastic

15.

Door een dunne draad loopt een elektrische stroom met een stroomsterkte van 2 A. De spanning over deze draad is 50 V. Bereken de weerstand van de dunne draad

(a)  

16.

Twee weerstanden van 180 Ω zijn parallel geschakeld. Bereken de vervangingsweerstand Rv.

(a)