wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

faseovergangen

Total questions: 21

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
de straat droogt op na een regenbui
a)
smelten
b)
verdampen
c)
condenseren
d)
vervluchtigen
2.
de straat droogt op na een regenbui
a)
smelten
b)
verdampen
c)
condenseren
d)
vervluchtigen
3.
ramen beslaan in een volle bus
a)
condenseren
b)
verdampen
c)
smelten
d)
rijpen
4.
ijsklontjes in een glas cola op een terras
a)
bevriezen
b)
verdampen
c)
smelten
d)
condenseren
5.
water in een plas als de temperatuur onder 0 komt
a)
rijpen
b)
smelten
c)
condenseren
d)
bevriezen
6.
zeep wat je ruikt in een zeepbakje
a)
smelten
b)
vervluchtigen
c)
verdampen
d)
stollen
7.
het wit wat ontstaat op bomen tijdens een koude winternacht
a)
rijpen
b)
bevriezen
c)
stollen
d)
smelten
8.
een vloeistof heeft een vaste vorm
a)
niet waar
b)
soms
c)
waar
d)
weet niet
9.
een gas kun je samen persen
a)
nee nooit
b)
soms
c)
ja altijd
d)
ligt er aan welk gas
10.
een blokje ijzer heeft een vaste vorm
a)
ja want het is een vaste stof
b)
nee want het is een vaste stof
c)
ja want het is een vloeistof
d)
nee want het is een vloeistof
11.
kaarsvet wordt vloeibaar tijdens het branden van een kaars
a)
stollen
b)
smelten
c)
verdampen
d)
bevriezen
12.
de sneeuwlaag wordt dunner tijdens de vrieskou
a)
smelten
b)
stollen
c)
vervluchtigen
d)
bevriezen
13.
Het wasgoed in een droogtrommel
a)
verdampen
b)
condenseren
c)
rijpen
d)
vervluchtigen
14.
het gras is nat van de dauw
a)
stollen
b)
rijpen
c)
verdampen
d)
condenseren
15.
maken van ijsklontjes in de vriezer
a)
verdampen
b)
bevriezen
c)
rijpen
d)
vervluchtigen
16.
benzine wat je ruikt tijdens het tanken
a)
verdampen
b)
vervluchtigen
c)
condenseren
d)
rijpen
17.
sneeuw wat verdwijnt in de regen
a)
stollen
b)
vervluchtigen
c)
smelten
d)
verdampen
18.
gassen kunnen......
a)
verdampen en smelten
b)
condenseren en smelten
c)
condenseren en rijpen
d)
stollen en rijpen
19.
vaste stoffen kunnen .......
a)
smelten en vervluchtigen
b)
smelten en stollen
c)
stollen en vervluchtigen
d)
vervluchtigen en rijpen
20.
vloeistoffen kunnen....
a)
verdampen en stollen
b)
verdampen en condenseren
c)
condenseren en vervluchtigen
d)
smelten en rijpen
21.
er zijn drie fasen van stoffen. hoeveel faseovergangen kennen we
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6