NEW
Font size
WorksheetsVoorkennistest cirkelbewegingen
Total questions: 21
Worksheet time: 11mins
Alleen levende wezens kunnen een kracht uitoefenen.
Waar
Niet waar
Wrijving is geen kracht, maar iets wat er voor zorgt dat een uitrollende fiets tot stilstand komt
Waar
Niet waar
Als je een bal boven de grond loslaat, valt deze vanzelf omlaag. Daar is geen kracht voor nodig
Waar
Niet waar
Als je een bal weggooit, is er na het gooien een kracht op de bal een kracht die er voor zorgt dat de bal verder beweegt.
Waar
Niet waar
Een rollende bal stopt als zijn kracht is verbruikt.
Waar
Niet waar
Op een boek dat stil op tafel licht, werkt geen kracht.
Waar
Niet waar
Op een boek dat stil op tafel licht, werkt één kracht, namelijk de zwaartekracht.
Waar
Niet waar
De resulterende kracht op een boek dat stil op tafel licht is nul.
Waar
Niet waar
Voor een beweging is een kracht nodig
Waar
Niet waar
Als je met een constante snelheid, zonder tegenwind fiets, is de voorwaartste kracht op de fiets constant.
Waar
Niet waar
Als je met een constante snelheid fiets, is je resulterende kracht nul.
Waar
Niet waar
Als je met een constante snelheid fietst, is je voorwaartste kracht iets groter dan de tegenwerkende wrijvingskrachten.
Waar
Niet waar
Een resulterende kracht ongelijk aan nul op een voorwerp veroorzaakt altijd in een versnelling.
Waar
Niet waar
Als de snelheid van een fiets toeneemt, neemt ook de versnelling toe.
Waar
Niet waar
Als de resulterende kracht op twee verschillende voorwerpen even groot is, krijgen deze voorwerpen altijd de zelfde versnelling.
Waar
Niet waar
Zware en lichte voorwerpen die vallen onder invloed van de zwaartekracht (dus zonder wrijving) krijgen dezelfde versnelling.
Waar
Niet waar
Een fietster waarom de nettokracht nul is, beweegt niet, of met een constante snelheid in een rechte lijn.
Waar
Niet waar
Als een boek een kracht uitoefent op een tafel, dan oefent de tafel een evengrote, tegengesteld gerichte kracht uit op het boek.
Waar
Niet waar
Twee voorwerpen kunnen alleen krachten op elkaar uitoefenen als ze met elkaar in contact zijn.
Waar
Niet waar
Op een astronaut in een ruimtestation werkt de zwaartekracht van de aarde.
Waar
Niet waar
De aarde oefent een kracht uit op een appel (zwaartekracht). De appel oefen niet een kracht uit op de aarde.
Waar
Niet waar
