wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Water

Total questions: 17

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hoe is een waterdeeltje (H2O) opgebouwd?

a)

Uit 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom

b)

Uit 1 waterstofatoom en 2 zuurstofatomen

c)

Uit 2 waterstofmoleculen en 1 zuurstofmolecuul

d)

Uit 1 waterstofmolecuul en 2 zuurstofmoleculen

2.

In welke fase bewegen moleculen het meeste?

a)

In de vaste fase

b)

In de vloeibare fase

c)

In de gasvormige fase

3.

(VWO-vraag) In welke fase is de aantrekkingskracht tussen moleculen het grootst?

a)

In de vaste fase

b)

In de vloeibare fase

c)

In de gasvormige fase

4.

Bij welk weersverschijnsel is de fase van water vloeibaar?

a)

Sneeuw

b)

Hagel

c)

Rijp

d)

Mist

5.

Wat is de naam van de faseovergang die is weergegeven met nummer 2?

a)

smelten

b)

stollen

c)

verdampen

d)

condenseren

6.

Wat is de naam van de faseovergang die is weergegeven met nummer 6?

a)

rijpen

b)

sublimeren

c)

stollen

d)

condenseren

7.

(VWO-vraag) Het water van de oceanen komt via de waterkringloop in de wolken terecht. Welke faseovergang heeft het water daarvoor moeten ondergaan?

a)

verdampen

b)

condenseren

c)

smelten

d)

stollen

8.

(VWO-vraag) Het water van de gletsjers komt via de waterkringloop in de rivieren terecht. Welke faseovergang heeft het water daarvoor moeten ondergaan?

a)

smelten

b)

stollen

c)

verdampen

d)

condenseren

9.

In de stengels van een plant en de bast van een boom wordt water getransporteerd. Dit komt onder andere doordat watermoleculen graag aan elkaar plakken. Dit "aan elkaar plakken van watermoleculen" wordt ook wel ... genoemd.

(a)  

10.

In een rietje of een glazen buisje plakken de watermoleculen aan de wand van het rietje of het glazen buisje. Dit "plakken van de watermoleculen aan het rietje of het glas" wordt ook wel ... genoemd.

(a)  

11.

Een ecosysteem is een gebied met alle levende en niet levende factoren, ook wel biotische en abiotische factoren genoemd. Vink bij de antwoorden alle voorbeelden van abiotische factoren aan.

a)

water

b)

lucht

c)

insecten

d)

hond

e)

bodem

12.

(VWO-vraag) Al deze dieren komen voor in een meer in Zweden. Welke dieren (aangegeven met nummers in de afbeelding) zullen waarschijnlijk sterven wanneer het water in het meer heel sterk vervuild raakt?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

13.

Met welke scheidingsmethode(n) kun je een suspensie scheiden?

a)

filtreren

b)

bezinken

c)

centrifugeren

d)

indampen

e)

destilleren

14.

Met welke scheidingsmethode(n) kun je een oplossing scheiden?

a)

destilleren

b)

indampen

c)

extraheren

d)

filtreren

e)

centrifugeren

15.

Welke scheidingsmethode(n) werkt(en) door verschil in dichtheid?

a)

adsoreren

b)

bezinken

c)

centrifugeren

d)

destilleren

e)

indampen

16.

(VWO-vraag) Met welke 3 scheidingsmethoden kun je zand en zout van elkaar scheiden?

a)

extraheren

b)

filtreren

c)

indampen

d)

adsorberen

e)

destilleren

17.

(VWO-vraag) Met chromatografie kun je het mengsel van een viltstift scheiden in de kleuren waaruit het mengsel bestaat. Zet een stip op het papier en zet het papier in de vloeistof. Sommige kleuren zullen op het papier blijven zitten, andere kleuren zullen met de vloeistof door het papier omhoog kruipen. Welke twee scheidingsmethoden worden hier gecombineerd?

a)

extraheren

b)

adsorberen

c)

filtreren

d)

bezinken

e)

destilleren