wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bedrijfseconomie hfdst 2 (integraal in balans)

Total questions: 25

Worksheet time: 6hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Tot de constante

kosten van een bakkerij rekenen we...

a)

de huur van het bedrijfspand

b)

de grondstofkosten

c)

de brandstofkosten van de bestelwagen

d)

geen van bovenstaande voorbeelden

2.

is de volgende bewering juist:

De constante kosten van een bedrijf zijn afhankelijk van de productie-omvang.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Gegevens van een tweedehands autobedrijf:

De gemiddelde verkoopprijs van een auto is € 5.000.

De gemiddelde variabele kosten zijn € 3.000 per auto en veranderen niet als het bedrijf meer of minder produceert.

De totale constante kosten bedragen € 500.000.

Bereken de break-evenafzet.

a)

100 auto's

b)

167 auto's

c)

250 auto's

d)

500 auto's

4.

De marktaandelen (op basis van de AFZET) van de drie grootste aanbieders van computers, die tevens tot de duurste aanbieders gerekend kunnen worden, zijn in een jaar wereldwijd: Compaq = 13,2%; Dell = 9,8% en IBM = 7,9%. Het marktaandeel op basis van de OMZET van IBM is...

a)

groter dan 7,9%.

b)

gelijk aan 7,9%.

c)

kleiner dan 7,9%.

5.

De regering van een land besluit het btw-tarief van bepaalde goederen te verlagen van 21% naar 9%.

Wat wordt de consumentenprijs van een product dat eerst €22,99 kostte?

a)

€ 25,06

b)

€ 20,71

c)

€ 19,00

d)

€ 30,32

6.

Een bedrijf bereikt bij een afzet en productie van 25.000 stuks het break-evenpunt. De totale omzet van het bedrijf is dan € 4.000.000. De gemiddelde variabele kosten bedragen dan € 120. Hoeveel bedragen dan de totale constante kosten van dat bedrijf?

a)

€ 1.600.000

b)

€ 1.200.000

c)

€ 1.000.000

d)

€ 800.000

7.

Wat is de nettowinst van de snackbar over deze periode?

a)

€69.200

b)

€116.300

c)

€73.400

d)

€26.300

8.

Wat is de brutowinst van de snackbar over deze periode?

a)

€69.200

b)

€116.300

c)

€73.400

d)

€26.300

9.

Bakkerij Janssens is gespecialiseerd in vlaaien.

In februari verkopen zij 18.000 vlaaien tegen een gemiddelde prijs van € 12,50. De bakkerij heeft in die maand in totaal € 105.000 aan kosten.


Hoeveel bedraagt de omzet van de bakkerij?

a)

€125.000

b)

€105.000

c)

€330.000

d)

€225.000

10.

Een plaatselijke snackbar heeft in 2019 op de verkoop van patat een omzet gehaald van €153.000. In dat jaar werden er 68.000 porties patat verkocht.


Wat is de gemiddelde verkoopprijs van een portie patat?

a)

€1,50

b)

€2,25

c)

€0,85

d)

€1,85

11.

Op een normale dag komen er 2.000 bezoekers naar diergaarde Blijdorp. Op een zonnige dag komen er 120% bezoekers extra.


Hoeveel bezoekers komen op een zonnige dag?

a)

2400

b)

4400

c)

2000

d)

2120

12.

Een onderneming haalde vorig jaar een omzet van € 248 mln. De winst bedroeg in dat jaar € 65 mln.


Bereken de winst in procenten van de omzet. Afronden op één decimaal.

(a)  

13.

Wat is niet een voorbeeld van een vaste kost voor een bedrijf?

a)

de rentelasten

b)

de huur van het gebouw

c)

de afschrijvingslasten

d)

de kosten van grondstoffen

14.

Een game-winkel bepaalt de verkoopprijs van zijn games door de inkoopprijs met 60% te verhogen.

Bereken de verkoopprijs van een game die is ingekocht voor €19,00

(denk aan het €-teken en aan twee cijfers achter de komma!)

(a)  

15.

Een game-winkel bepaalt de verkoopprijs van zijn games door de inkoopprijs met 60% te verhogen.

Bereken de inkoopprijs van een game die wordt verkocht voor € 44,80

(denk aan het €-teken en aan twee cijfers achter de komma!)

(a)  

16.

Voor een stoelenfabrikant geldt dat de variabele kosten per stoel 20 euro zijn. Verder heeft het bedrijf te maken met een vaste kostenpost van 160.000 euro. De boekhouder van het bedrijf heeft uitgerekend dat de break-even afzet 2.000 stuks is. Wat is de verkoopprijs van een stoel?

a)

€ 10

b)

€ 20

c)

€ 100

d)

€ 200

17.

Jildou koopt bij de MC Donalds een bigmag menu voor € 6,95. Het btw percentage is 9%. Wat is de prijs exclusief btw?

a)

€ 6,38

b)

€ 5,74

c)

€ 7,37

d)

€ 8,41

18.

Voor een bezoek aan de kapper betaalde Jelle in 2018 € 17,95 (incl. 6%) In 2009 is de btw verhoogd naar 9%. Hoeveel betaalt hij nu bij de kapper?

a)

€ 19,57

b)

€ 18,49

c)

€ 18,46

d)

€ 17,46

19.

Livia verkoopt aardbeien voor € 3,50 per bakje. Ze heeft deze ingekocht voor € 2,20 per bakje. Ze verkoopt in een week 103 bakjes. Bereken de brutowinstopslag in procenten van de inkoopprijs.

a)

159,1%

b)

37,1%

c)

62,9%

d)

59,1%

20.

De gemiddelde inkoopprijs van een broek is € 48,- Het brutowinstopslagpercentage is 60% (de brutowinst in procenten van de inkoopprijs).

De winkelier verkoopt 120 broeken per week. De totale kosten zijn € 1.260,- per week. Bereken de nettowinst.

a)

€ 7.956

b)

€ 2.196

c)

€ 3.456

d)

€ 4.500

21.

Juist of onjuist: De inkoopprijs + btw is de consumentenprijs

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

De omzet neem zeker toe

a)

Als de prijs stijgt en de afzet daalt

b)

Als de prijs daalt en de afzet stijgt

c)

Als de prijs stijgt en de afzet gelijk blijft

d)

Als de prijs gelijk blijft en de afzet daalt

23.

De frisdrankautomaat in het leerlingenverblijf is aangeschaft voor € 24.000. Over 5 jaar wordt de automaat vervangen.

De jaarlijkse afschrijving is € 4.300


Vraag: bereken de restwaarde in hele euro's (denk aan het €-teken in je antwoord!)

(a)  

24.
Wat verstaan we onder de restwaarde van een productiemiddel?
a)
De waarde van alle resten
b)
De waarde aan het eind van het jaar
c)
De waarde die bij eventuele verkoop over blijft
d)
De waarde aan het eind van de maand
25.
Op een machine met een aanschafprijs van € 40.000,-- werd jaarlijks 20% van de aanschafprijs afgeschreven. Na vier jaar besluit de ondernemer een nieuwe machine te kopen. De inruilprijs blijkt € 5.000,-- te zijn.
Wat is het verschil tussen de boekwaarde en de inruilprijs?
a)
De boekwaarde is €3000 hoger dan de inruilprijs.
b)
De boekwaarde is €3000 lager dan de inruilprijs.
c)
De boekwaarde is €13000 hoger dan de inruilprijs.