wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2HV Van bergen naar zee 1-4 (oefening)

Total questions: 44

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een gletsjer?

a)

IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift

b)

IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift.

c)

IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift.

2.

Zet in goede volgorde van de stroming

a)

Delta, middenloop, benedenloop, bovenloop

b)

Bovenloop, middenloop, benedenloop, delta

c)

Bovenloop, benedenloop, middenloop, delta

d)

Delta, benedenloop, middenloop, bovenloop

3.
Wat wordt er voornamelijk als sediment (gesteente) afgezet in de benedenloop?
a)
Grind
b)
Rotsblokken
c)
Schelpen
d)
Klei
4.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

5.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

6.

Wat voor soort dal zie je op de foto?

a)

Een U dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

c)

Een V dal, ontstaan door een rivier

d)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

7.

Op de afbeelding is een firnbekken te zien

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

9.

Afbraak van gesteente onder invloed van het weer en plantengroei

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

10.

Zet in goede volgorde van klein naar groot:

a)

grind, rotsen, zand, klei

b)

rotsen, grind, zand, klei

c)

klei, zand, rotsen, grind

d)

klei, zand, grind, rotsen

11.

De bron van een rivier ligt op het hoogste punt van het stroomgebied van een rivier.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.
Door erosie
a)
worden dalen dieper en breder.
b)
worden bergen hoger.
c)
worden bergen lager.
d)
worden gletsjers groter en langer.
13.

Waar vindt erosie en sedimentatie plaats in de rivier?

a)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = erosie

b)

buitenbocht = erosie, binnenbocht = erosie

c)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = sedimentatie

d)

binnenbocht = erosie, buitenbocht = sedimentatie

14.
Chemische verwering is het sterkst in gebieden met :
a)
een koud en droog klimaat
b)
een koud en vochtig klimaat
c)
een warm en droog klimaat
d)
een warm en vochtig klimaat
15.

Waardoor verandert een gebergte uiteindelijk in een oud gebergte?

a)

door aardbevingen

b)

door erosie en verwering

c)

door neerslag en atmosfeer

d)

door lage en hoge luchtdruk

16.

Yorric zegt: de Alpen worden nog steeds hoger want de Afrikaanse plaat beweegt nog steeds naar de Europese plaat


Charlotte zegt: de Alpen worden juist afgebroken, want verwering en erosie zorgen ervoor dat het gebergte lager wordt.

a)

Yorric is tha man. Hij heeft gelijk. (Jongens hebben sowieso altijd gelijk)

b)

Charlotte is het slimst. Zij heeft gelijk. (Meisjes zijn sowieso slimmer dan jongens)

c)

Yorric en Charlotte hebben allebei gelijk. (Zijn meisjes en jongens dan toch even slim?)

d)

Yorric en Charlotte kunnen beter terug naar de brugklas. Ze hebben allebei GEEN gelijk.

17.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

18.

Het uiteenvallen van gesteente waarbij de samenstelling van het gesteente niet verandert heet ...

a)

mechanische verwering

b)

chemische verwering

19.

Gebied dat hoger ligt dan 1.500 meter boven NAP

a)

Hooggebergte

b)

Heuvelland

c)

Middelgebergte

d)

Laagland

20.
Als het verhang bij een rivier (totale lengte van 100 km) 10 cm is, dan is het verval...
a)
100 cm
b)
100 m
c)
1 km
21.
Om welk begrip gaat het hier: "de totale hoeveelheid water die een rivier afvoert"?
a)
verhang
b)
verval
c)
debiet
d)
regiem
22.

Bekijk de afbeelding. Zie je hier een oud of een jong gebergte?

a)

oud

b)

nieuw

23.

Hoogteverschil in het landschap

a)

Plaat

b)

Aardkorst

c)

Reliëf

d)

Verwering

24.

Zie de foto. Dit is een voorbeeld van een

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

25.

Welke kenmerken horen bij een jong gebergte?

a)

hoog,

b)

afgeronde toppen

c)

steil

d)

spitse bergtoppen

e)

diepe dalen

26.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

27.

Plooiïngebergte is ontstaan door buiging van de aardkorst.

a)

Goed

b)

Fout

28.

Bekijk het kaartje hiernaast. Cijfer 1is

a)

Bern

b)

Geneve

c)

Basel

d)

Zürich

29.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter b is

a)

Tirol

b)

Karinthië

c)

Dolomieten

30.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter A is

a)

Duitsland

b)

italië

c)

Frankrijk

d)

Oostenrijk

31.

Een zijmorene is

a)

verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uit geeft geschoven

b)

gletsjerpuin dat aan de zijkant van een ijstong geschoven is.

c)

sediment dat achterblijft als een gletsjer smelt.

32.

Wat is een regenrivier?

a)

Rivier dat smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

33.

Wat is een gemengde rivier?

a)

Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

c)

Rivier die smeltwater van gletsjers afvoert.

34.

Wat is een gletsjer rivier?

a)

Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

c)

Rivier die smeltwater van gletsjers afvoert.

35.

Bekijk de afbeelding. Welk gebied van de Rijn hoort bij de Bovenloop?

a)

Gebied A

b)

Gebied B

c)

Gebied C

36.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 1?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

37.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 2?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

38.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 4?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

39.

Bekijk de afbeelding. Wat zie je bij 1?

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

Gletsjerpoort

d)

Zijmorene

40.

Bekijk de afbeelding. Wat is hard gesteente?

a)

Gedeelte A

b)

Gedeelte B

41.

Bekijk de afbeelding. Dit is

a)

U dal

b)

V dal

c)

ontstaan door een rivier

d)

ontstaan door een gletsjer

42.

Welk begrip komt niet voor op deze foto

a)

Morenen

b)

Gletsjer

c)

Oud gebergte

d)

U-dal

43.

1: Deze rotsen in zee zijn van een heel hard soort gesteente gemaakt.

2: Op deze foto kun je erosie herkennen

3: Deze boog is voor toeristen gemaakt

4: Deze boog zul je over 500 jaar waarschijnlijk niet meer terug kunnen vinden.

a)

1, 2, 3 en 4 zijn juist.

b)

1 en 4 zijn juist.

c)

De stellingen kloppen bijna, maar net niet helemaal

d)

1, 2 en 4 zijn juist

44.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop