wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Groep 5 Taalactief toets woordenschat thema 5

Total questions: 12

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Professor Alberts: 'Ik doe onderzoek naar het ontstaan van de aarde, maar eerlijk gezegd heb ik amper een idee hoe dat is gegaan.


Wat is een professor?

a)

Een ruimtevaarder

b)

Iemand die een televisie-uitzending maakt

c)

iemand die heel geleerd is.

2.

Welk woord betekent ongeveer hetzelfde als het onderzoek?

a)

het couplet

b)

de toestand

c)

de proef

d)

de verbeelding

3.

Wat is een ander woord voor ontstaan?

a)

het begin

b)

de ontwikkeling

c)

de groei

d)

het ronddraaien

4.

Wat is een ander woord voor amper?

a)

geen

b)

helemaal

c)

nauwelijks

d)

precies

5.

Welk beroep heeft iemand die dingen onderzoekt om er steeds meer over te weten te komen?

a)

fotograaf

b)

reisleider

c)

tekstdichter

d)

wetenschapper

6.

Het is een smeerboel in de keuken. Welk woord past bij smeerboel?

a)

fris

b)

netjes

c)

opgeruimd

d)

troep

e)

vies

7.

Alfonso is een rasechte Spanjaard. Wat betekent rasecht?

a)

een beetje echt

b)

helemaal echt

c)

half echt

d)

niet echt

8.

Je probeert zoveel mogelijk te weten te komen van iets. Welk woord past hierbij?

a)

het onderzoek

b)

de verbeelding

c)

de realiteit

d)

de verwijzing

9.

Wat betekent het spreekwoord: 'Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens'?

a)

Je hebt het ergens anders fijner dan thuis

b)

Je hebt het nergens fijn

c)

Je hebt het overal fijn

d)

Je hebt het nergens fijner dan thuis

10.

Welke twee zinnen passen bij het spreekwoord: 'De morgenstond heeft goud in de mond'?

a)

Het mooiste deel van de dag is de middag

b)

Het mooiste deel van de dag is de ochtend

c)

Slaap dus lekker lang uit

d)

Sta dus vooral vroeg op

11.

René werkt in een laboratorium.

Welke twee dingen doet René in het laboratorium?

a)

Hij doet proeven

b)

Hij kijkt naar de sterren

c)

Hij onderzoekt dingen

d)

Hij zendt er tv-programma's uit

12.

Waar ga je naartoe als je een luchtje gaat scheppen?

a)

naar de keuken

b)

naar buiten

c)

naar de tuin

d)

naar de wc