wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

het immuunsysteem

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Welke bloedcellen zijn onderdeel van het immuunsysteem?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes
d)
Bloedplasma
2.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
3.

wat in je lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers?

a)

afweersysteem

b)

bloedsomloop

c)

uitscheidingsstelsel

d)

medicijnen

4.

wat zijn kenmerken van een infectieziekte?

meerder antwoorden mogelijk.

a)

besmettelijk

b)

veroorzaakt door een virus of bacterie

c)

veroorzaakt door een supervirus

d)

ongeneeslijk

5.

waar of niet waar:

Bacteriën maken gebruik van een gastheercel

a)

waar

b)

niet waar

6.

antibiotica is een medicijn tegen

a)

alle infectieziekten

b)

bacteriën en virussen

c)

bacteriën

d)

virussen

7.

Wat is de juiste naam van coronavirus dat momenteel de wereld veroverd?

a)

COVID-19

b)

COVID-16

c)

COVID-12

d)

COVID-21

8.

Waarom beschouwen we een virus niet als een levend organisme?

a)

Omdat virussen geen celkern hebben

b)

Omdat virussen niet opgebouwd zijn uit cellen

c)

Omdat virussen geen eigen stofwisseling hebben

d)

Omdat virussen voor de voortplanting andere organismen nodig hebben

9.

Welke van deze figuren kan geen virus zijn?

a)

Figuur 1

b)

Figuur 2

c)

Figuur 3

d)

Figuur 4

10.

Virussen kunnen lang overleven buiten het lichaam van een gastheer

a)

Juist

b)

Fout

11.

Virussen kunnen we bestrijden met antibiotica

a)

Juist

b)

Fout

12.

Het lichaam zal meestal zelf het virus bestrijden

a)

Juist

b)

Fout

13.

Door wat kan je een infectieziekte krijgen?

a)

Schimmel

b)

Virus

c)

Schimmel en een virus

d)

Bacterie

e)

Virus en een bacterie

14.

Een antigeen is

a)

Lichaamsvreemd

b)

Lichaamseigen

c)

Een ander woord voor een witte bloedcel

15.

Een antistof is..

(twee antwoorden zijn goed)

a)

Lichaamseigen

b)

Lichaamsvreemd

c)

Iets dat gemaakt wordt door witte bloedcellen

d)

Iets dat gemaakt wordt door de rode bloedcellen

16.

Joke denkt dat ze besmet is met een virus. Haar moeder zegt dat ze geen koorts heeft en dus niet besmet is. Heeft de moeder van Joke gelijk?

a)

Ja, want als je besmet bent heb je koorts

b)

Nee, want als je besmet bent, merk je in het begin soms niets. incubatietijd

17.
Wat is een ander woord voor inenting?
a)
Vaccin/vaccinatie
b)
Serum
18.

Waar bevinden zich witte bloedcellen?

a)

In de bloedvaten

b)

In de bloedvaten en daarbuiten

c)

In de darmen

d)

Tussen de organen

19.

Natuurlijk immuniteit is...

a)

wanneer je natuurlijke antistoffen ingespoten krijgt

b)

wanneer je kunstmatige antistoffen ingespoten krijgt

c)

wanneer je zelf natuurlijke antistoffen maakt

d)

wanneer je zelf kunstmatige antistoffen maakt

20.

Kunstmatige immuniteit is...

a)

...als je een vaccin toegediend krijgt

b)

...als je witte bloedcellen ingespoten krijgt

c)

...als jouw lichaam zelf antistoffen aanmaakt na een vaccinatie

d)

... als jouw lichaam zelf antigenen aanmaakt na een vaccinatie

21.

Corona is een

a)

infectie

b)

bacterie

c)

virus

d)

antistof

22.

Een antistof kan zich hechten aan verschillende ziekteverwekkers

a)

Waar, antistoffen werken op verschillende antigenen

b)

Niet waar, antistoffen werken op slechts één type lichaamsvreemde stof

c)

Waar, antistoffen werken op een groep van dezelfde antigenen

d)

Niet waar, dit is niet de functie van antistoffen