wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Erfelijkheid

Total questions: 25

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.
Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Welke bewering over de jonge planten is juist?
a)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
b)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
c)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
d)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
2.

Bij maïsplanten komt een dominant gen R voor dat er voor zorgt dat maïskorrels heel hard worden. Een plant met genotype Rr wordt gekruisd met een andere plant met genotype Rr.

Hoeveel procent de maïsplanten in de F1 heeft harde zaden?

a)

25%

b)

50%

c)

75%

d)

82,2%

3.

Hoe wordt het genoemd wanneer enkele dieren met bepaalde gunstige eigenschappen worden gebruikt om mee te fokken?

a)

Kunstmatige selectie

b)

Veredeling

c)

Ongeslachtelijke voortplanting

4.

Een recessieve eigenschap schrijven we als:

a)

kleine letter

b)

hoofdletter

5.

een eigenschap opgeschreven als Dd

a)

homozygoot dominant

b)

homozygoot recessief

c)

heterozygoot

d)

heterozygoot dominant

6.

Een wipneus is dominant over rechte neus.

Een homozygote dominante moeder, en een homozygote recessieve vader krijgen een kindje

a)

dit kindje heeft een rechte neus

b)

dit kindje heeft een wipneus

c)

je weet niet wat dit kindje voor neus heeft

7.

Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

8.

Een recessief gen komt tot uiting wanneer

a)

Hij samen met een dominant allel staat

b)

Hij homozygoot voorkomt

c)

Hij heterozygoot voorkomt

d)

hij komt nooit tot uiting

9.

Wanneer een dier BB voor een eigenschap heeft dan is hij

a)

Homozygoot Dominant

b)

Heterozygoot Recessief

c)

Homozygoot recessief

d)

Heterozygoot Recessief

10.
Kleurenblindheid is een recessieve aandoening. We kunnen dan zeggen dat kleurenblindheid ontstaat bij mensen met:
a)
Twee zwakke genen (a-a)
b)
Twee sterke genen (A-A)
c)
Twee ongelijke genen (A-a)
d)
Als hij altijd ziek wordt
11.

Hoeveel genen heb je voor één eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

12.

Een dominant gen komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Je genotype kun je veranderen

a)

waar

b)

niet waar

14.

Waardoor ontstaat het fenotype?

a)

genotype

b)

invloeden uit het milieu

c)

geen van beiden

d)

zowel genotype als invloeden vanuit het milieu

15.

Bij een mutatie zijn een of meerdere genen veranderd of gemuteerd

a)

waar

b)

niet waar

16.

Stoffen in sigarettenrook en asbest horen bij mutagene invloeden

a)

waar

b)

niet waar

17.

Wat zijn manieren om erfelijkheidsonderzoek toe te passen voor de geboorte? (drie mogelijkheden)

a)

Echoscopie

b)

Vruchtwaterpunctie

c)

Bloedonderzoek

d)

Vlokkentest

e)

Karyogram

18.

Is de witte vachtkleur dominant of recessief?

a)

Dominant

b)

Recessief

19.

Is cavia nummer 15 heterozygoot (Aa) of homozygoot (AA/aa)?

a)

Aa

b)

aa

c)

Dat kun je niet bepalen

d)

AA

20.

Wat is het genotype van cavia nummer 11

a)

AA

b)

Aa

c)

aa

d)

Dat weet je niet.

21.

Het albino-fenotype bij fretten is ooit ontstaan door een mutatie in één fret die veel nakomelingen kreeg.

Waar heeft deze mutatie waarschijnlijk plaatsgevonden?

a)

In een lichaamscel

b)

In een geslachtscel

22.

Een zwarte vacht bij cavia's is dominant over wit. Een witte cavia wordt gekruist met een homozygote zwarte cavia. Wat is de kans op een homozygoot jong?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

23.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Een mutant is een organisme

a)

waarvan het DNA in de cellen plotseling veranderd is

b)

waarvan het plotseling veranderde DNA tot uiting is gekomen

c)

Waarvan de zaadcellen/eicellen een mutatie bevatten

d)

waarvan de lichaamscellen een mutatie bevatten

25.

Hoe wordt de ongeslachtelijke manier van voortplanten genoemd zoals deze te zien is in de afbeelding?

a)

Eggen

b)

Knollen

c)

Enten

d)

Stekken