WorksheetsH4 opfrissen basis genetica
Total questions: 17
Worksheet time: 10mins
Kruisbessen
Bij kruisbessenstruiken bevatten de kruisbessen enkele zaden per bes. Zaden uit één bes van een kruisbes worden door een merel uitgepoept. Twee van deze zaden ontkiemen.
Jorid zegt dat de cellen van het zaad en van de kruisbessenplant die daaruit groeit, hetzelfde genotype en hetzelfde fenotype hebben.
Heeft Jorid gelijk?
ja
nee
Bij kruisbessenstruiken vindt bestuiving plaats van de stamper door stuifmeel van een andere plant. Daarna volgt bevruchting en ontstaat er een groot aantal zaadjes.
Wat is hierbij het resultaat als die zaadjes zijn uitgegroeid tot plantjes? Er zijn twee antwoorden goed.
De plantjes hebben allemaal hetzelfde genotype.
De plantjes hebben allemaal hetzelfde fenotype.
De plantjes verschillen in genotypen.
De plantjes verschillen in fenotypen.
Als een kruisbessenplant ontstaat door een afgesneden tak in de grond te poten (een stek), dan is het genotype van deze nieuwe plant (A)
de plant waar de tak van is afgesneden.
Wat moet je invullen op A?
gelijk aan
verschillend van
Kunnen de planten die uit de twee zaden ontstaan verschillen in fenotype en genotype?
Alleen in fenotype
Alleen in genotype
Zowel in fenotypen als in genotype
Van rups tot vlinder
Bij de gedaanteverwisseling van insecten groeit uit het ei een rups. De rups verpopt zich. Na enige tijd komt uit de pop een vlinder.
Hebben de rups en de vlinder die daaruit ontstaan hetzelfde fenotype? En hetzelfde genotype?
De rups en de vlinder hebben hetzelfde fenotype en hetzelfde genotype
De rups en de vlinder hebben hetzelfde fenotype, maar de genotypen zijn verschillend.
De rups en de vlinder hebben verschillende fenotypen en verschillende genotypen.
De rups en de vlinder hebben verschillende fenotypen, maar verschillende genotypen.
Bij vlinders bevruchten de mannetjes de vrouwtjes, waarbij een groot aantal eieren wordt gevormd.
Wat is hiervan het resultaat nadat de eieren zich tot rupsen hebben ontwikkeld? Er zijn twee antwoorden goed.
Een groot aantal rupsen met hetzelfde fenotype.
Een groot aantal rupsen met hetzelfde genotype.
Een groot aantal rupsen met verschillen in fenotype.
Een groot aantal rupsen met verschillen in genotyen.
Indy zegt dat alle bevruchte eicellen van een vlinder hetzelfde genotype en fenotype hebben.
Heeft Indy gelijk?
Ja
Nee
Bekijk de afbeelding. We geven de allelen voor de haarlijn aan met de letters A en a.
Heeft jongen 3 voor deze eigenschap het dominante of het recessieve kenmerk?
Hij heeft het dominante kenmerk.
Hij heeft het recessieve kenmerk.
Uit de afbeelding kan je niet concluderen welk kenmerk hij heeft.
Men kruist een bruingele cavia met een witte. In de F2 krijgt men 134 bruingele, 265 lichtgele en 137 witte dieren.
Waarvan is hier sprake?
X-chromosomale overerving
dihybride kruising
intermediair fenotype
multipele allelen
Een genotype met twee dezelfde allelen noemen we ook wel
monohybride
dihybride
homozygoot
heterozygoot
Tt is het genotype voor een bepaalde eigenschap. Hoe noemen we iemand met dit genotype?
Homozygoot dominant
Homozygoot recessive
Heterozygoot
Heterozygoot dominant
Een stukje DNA dat codeert voor/leidt tot een bepaalde eigenschap heet een ...
(a)
Wanneer de eigenschap voor bruine ogen dominant is en een persoon heeft bruine ogen dan is hij/zij waarschijnlijk .... voor deze eigenschap
Homozygoot
Heterozygoot
Homozygoot en heterozygoot zijn beide mogelijk
Hoe geven bij een kruising de eerste generatie nakomelingen aan?
Met F1
Met F2
Met P
Hoe geven bij een kruising de ouders aan?
Met F1
Met F2
Met P
