wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatik VWO Kapitel 1-5

Total questions: 30

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Vertaal: hij is

(a)  

2.

Vertaal: u bent

(a)  

3.

Vertaal: jullie zijn

(a)  

4.

Vertaal: wij zijn

(a)  

5.

Vertaal: men heeft

(a)  

6.

Vertaal: jullie hebben

(a)  

7.

Vertaal: ik word

(a)  

8.

Vertaal: jullie zullen

(a)  

9.

Vertaal: jij zal

(a)  

10.

De namen van jaargetijden, maanden, dagen en windrichtingen zijn:

a)

vrouwelijk

b)

mannelijk

c)

onzijdig

11.

Woorden die eindigen op -ur, -heit, -keit, -schaft, -ung, -ei, -ik, -ion, tät zijn:

a)

vrouwelijk

b)

mannelijk

c)

onzijdig

12.

Veel woorden die eindigen op -chen, -lein zijn:

a)

mannelijk

b)

onzijdig

c)

vrouwelijk

13.

Maak het meervoud van: das Hefte

(a)  

14.

Maak het meervoud van: der Onkel

(a)  

15.

Maak het meervoud van: der Ball

(a)  

16.

Maak het meervoud van: das Mädchen

(a)  

17.

Maak het meervoud van: der Opa

(a)  

18.

Wat is het geheugensteuntje om de uitgangen van de zwakke werkwoorden in de t.t. te onthouden?

a)

ganzvonbams

b)

feesttenten

c)

niet klieren met ieren

19.

Vertaal: jij heet (heißen)

(a)  

20.

Vertaal: jij praat (reden)

(a)  

21.

Vertaal: ik speel (spielen)

(a)  

22.

Maak het voltooid deelwoord van: studieren

(a)  

23.

Maak het voltooid deelwoord van: versorgen

(a)  

24.

Hoe maak je een voltooid deelwoord? ... + ... + ...

(a)  

25.

Vertaal: een man (Mann)

(a)  

26.

Vertaal: een kind (das)

(a)  

27.

Vertaal: geen rekening (Rechnung)

(a)  

28.

Vertaal: uw fiets (das Fahrrad)

(a)  

29.

Vertaal: jullie huis (das Haus)

(a)  

30.

Vertaal: zijn kleren (die Kleidung)

(a)