Font size
WorksheetsGrammatik VWO Kapitel 1-5
Total questions: 30
Worksheet time: 28mins
Vertaal: hij is
(a)
Vertaal: u bent
(a)
Vertaal: jullie zijn
(a)
Vertaal: wij zijn
(a)
Vertaal: men heeft
(a)
Vertaal: jullie hebben
(a)
Vertaal: ik word
(a)
Vertaal: jullie zullen
(a)
Vertaal: jij zal
(a)
De namen van jaargetijden, maanden, dagen en windrichtingen zijn:
vrouwelijk
mannelijk
onzijdig
Woorden die eindigen op -ur, -heit, -keit, -schaft, -ung, -ei, -ik, -ion, tät zijn:
vrouwelijk
mannelijk
onzijdig
Veel woorden die eindigen op -chen, -lein zijn:
mannelijk
onzijdig
vrouwelijk
Maak het meervoud van: das Hefte
(a)
Maak het meervoud van: der Onkel
(a)
Maak het meervoud van: der Ball
(a)
Maak het meervoud van: das Mädchen
(a)
Maak het meervoud van: der Opa
(a)
Wat is het geheugensteuntje om de uitgangen van de zwakke werkwoorden in de t.t. te onthouden?
ganzvonbams
feesttenten
niet klieren met ieren
Vertaal: jij heet (heißen)
(a)
Vertaal: jij praat (reden)
(a)
Vertaal: ik speel (spielen)
(a)
Maak het voltooid deelwoord van: studieren
(a)
Maak het voltooid deelwoord van: versorgen
(a)
Hoe maak je een voltooid deelwoord? ... + ... + ...
(a)
Vertaal: een man (Mann)
(a)
Vertaal: een kind (das)
(a)
Vertaal: geen rekening (Rechnung)
(a)
Vertaal: uw fiets (das Fahrrad)
(a)
Vertaal: jullie huis (das Haus)
(a)
Vertaal: zijn kleren (die Kleidung)
(a)
