Font size
WorksheetsGoed gebekt taak 11
Total questions: 30
Worksheet time: 20mins
Wat betekent deze uitdrukking?
Het gaat goedschiks of kwaadschiks
Iemand werkt mee of hij/ zij doet het gedwongen, maar het gebeurt.
Het loopt of goed of slecht af.
De volgorde is niet van belang.
Wat betekent deze uitdrukking?
Het was voor haar niet te harden op die afdeling.
Was niet uit te houden.
Was makkelijk werk.
Was maar voor tijdelijk.
Wat betekent deze uitdrukking?
Gestolen goed gedijt niet.
Gestolen spullen ben je zo weer kwijt.
Van spullen die je gestolen hebt, geniet je niet echt.
Gestolen spullen kun je nooit verhandelen.
Wat betekent deze uitdrukking?
Het is hem naar het hoofd gestegen.
Hij heeft het verschrikkelijk warm.
Hij heeft een betere baan gekregen.
Hij heeft verbeelding gekregen.
Wat betekent deze uitdrukking?
Na lang aandringen ging hij overstag.
Werd hij boos.
Gaf hij toe.
Begon hij te huilen.
Wat betekent deze uitdrukking?
Dat hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.
Een gebeurtenis waar je naar uitkijkt.
Een steeds terugkomende gedachte.
Een gevaar dat voortdurend dreigt.
Wat betekent deze uitdrukking?
Even wachten tot de kruitdampen zijn opgetrokken.
Alles duidelijk in beeld is.
De drukte/ de ophef voorbij is.
De ruzie voorbij is.
Wat betekent deze uitdrukking?
Het zakken voor dat examen was een hard gelach.
Goed te voorspellen.
Leedvermaak voor de anderen.
Moeilijk te verdragen/ te verteren.
Wat betekent deze uitdrukking?
De voorzitter staat er gekleurd op.
Valt in negatieve zin op.
Krijg veel aandacht.
Staat goed bekend.
Wat betekent deze uitdrukking?
De positie van de minister is in het geding.
Trekt alle aandacht.
Is onbeduidend.
Staat ter discussie; moet besproken worden.
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Iemand ergens opmerkzaam op maken.
gniffelen
attenderen
sanctioneren
citeren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Letterlijk weergeven wat iemand zegt.
conserveren
surveilleren
citeren
souffleren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Toezicht houden
surveilleren
chargeren
sanctioneren
relativeren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Iets in goede conditie/ staat houden
attenderen
chargeren
conserveren
souffleren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Iemand iets influisteren/ voorzeggen.
relativeren
citeren
attenderen
souffleren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Iets met zekerheid toezeggen.
gniffelen
garanderen
relativeren
chargeren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Onderdrukt lachen.
attenderen
chargeren
gniffelen
sanctioneren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Overdrijven om iets belachelijk te maken.
chargeren
gniffelen
attenderen
conserveren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
De betrekkelijkheid van iets inzien.
surveilleren
chargeren
garanderen
relativeren
Welk werkwoord past bij de volgende omschrijving?
Iets goedkeuren
sanctioneren
garanderen
relativeren
souffleren
Vul aan met het juiste werkwoord.
Van toeten nog blazen (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Voet bij stuk (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
De bloemetjes buiten (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Op zijn poot (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Ergens een slag naar (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Het op iemand gemunt (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Zijn gal (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Het hoofd in de schoot (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Zijn neus (a)
Vul aan met het juiste werkwoord.
Iemand iets onder de neus (a)
