Worksheets1 B. Woorden 1.5
Total questions: 6
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Centraal staan
a)
In het midden staan, veel aandacht krijgen
b)
Bij het station staan.
c)
In het centrum staan.
d)
Alleen zijn
2.
Creatief zijn
a)
iets nieuws kunnen maken of bedenken
b)
Breien
c)
Goed kunnen sporten
d)
iemand verrassen
3.
Gemotiveerd zijn
a)
Goed kunnen sporten
b)
Mogelijk maken
c)
Graag je best ervoor willen doen
d)
Zeker zijn van jezelf
4.
Het ver schoppen
a)
Veel aandacht krijgen
b)
Goed kunnen voetballen
c)
Aantrekkelijk vinden
d)
Veel bereiken, veel succes hebben in het leven
5.
Het idool
a)
Bekend persoon die je erg bewondert
b)
Apart persoon
c)
Aantrekkelijk persoon
d)
Mogelijkheid
6.
Een kans bieden
a)
Iets kopen
b)
Veel bereiken
c)
Aan de loterij meedoen
d)
Iets wordt mogelijk
100 %
