wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

6STW - oefeningen EVRB

Total questions: 7

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Als een voorwerp oostwaarts beweegt met afnemende snelheid, dan wijst de versnellingsvector

a)

noordwaarts

b)

oostwaarts

c)

westwaarts

d)

zijn zin is niet noodzakelijk bekend

2.

Een chauffeur zit aan het stuur van zijn wagen en kijkt op de kilometerteller. Wat leest hij daarop af?

a)

de gemiddelde snelheid van de auto

b)

de snelheid van de auto

c)

de ogenblikkelijke snelheid van de auto

3.

Met welke situatie kan deze grafiek overeenstemmen?

a)

een chauffeur rijdt met constante snelheid

b)

een chauffeur vertrekt met zijn wagen

c)

een chauffeur geeft gas om een andere wagen voorbij te steken

d)

een chauffeur remt in een bocht

4.

Welke grafiek is NIET in overeenstemming met de andere 3? Kijk goed naar de assen!

a)

grafiek 1

b)

grafiek 2

c)

grafiek 3

d)

grafiek 4

5.

Deze 3 grafieken proberen een eenparig versnelde beweging met beginsnelheid te beschrijven. Welke uitspraak is juist?

a)

Grafiek a is fout

b)

Grafiek b is fout

c)

Grafiek c is fout

d)

Dit zijn alle drie goede grafieken

6.

Welke van onderstaande grafieken stelt het best de beweging voor van een fietser, die al in beweging is en verder zonder trappen eerst een helling afrijdt, dan een stukje over een horizontale baan rijdt en tenslotte een steilere helling oprijdt? (Veronderstel dat er geen wrijving is.)

a)

grafiek a

b)

grafiek b

c)

grafiek c

d)

grafiek d

7.

Welke van onderstaande grafieken hoort niet thuis in het rijtje? Verklaar je antwoord.

a)

grafiek a

b)

grafiek b

c)

grafiek c