wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

waarnemen

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
2.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
3.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
4.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
5.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
6.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
7.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
8.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
9.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
10.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
11.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
12.

Een zintuig: Het is een orgaan dat reageert op prikkels

a)

waar

b)

niet waar

13.

Wat hoort niet bij de (centrale)zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

zintuigen

14.

Welke zintuig reageert op de adequate prikkel 'licht'?

a)

Oor

b)

Oog

c)

neus

d)

huid

15.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> impuls --> zenuw --> hersenen --> impuls --> zenuw

b)

Zintuig --> prikkel --> impuls --> hersenen --> zenuw

c)

Prikkel -> impuls --> zenuw --> hersenen --> zenuw --> impuls

d)

Zintuig --> impuls --> hersenen --> zenuw --> impuls

16.

Is de volgende zin een goed voorbeeld van een prikkel?

De temperatuur van het kopje thee is warm.

a)

Ja

b)

Nee

17.

In je huid heb je vier soorten zintuigen, welke zintuigen zijn dat?

a)

Warmtezintuigen, bloedvaten, tastzintuigen en pijnzintuigen

b)

Drukzintuigen, zweetkliertjes, bloedvaten en koudezintuigen

c)

Warmtezintuigen, tastzintuigen, koude zintuigen en drukzintuigen

18.
Wat is de adequate prikkel van het oor?
a)
Geluidstrillingen
b)
Licht
c)
Geur
d)
Waarnemen
19.
Het oor zorgt voor je evenwicht.
a)
Juist
b)
Onjuist