wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen H2

Total questions: 27

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Aaneengesloten stedelijke bebouwing die zich over meer dan een gemeente uitstrekt

a)

Vinex-wijk

b)

Agglomeratie

c)

Suburbs

2.

Deel van de stad waar het zakenleven zit

a)

CBD(Central Business District)

b)

Hoofdstad

c)

Randstad

3.

Stadsvernieuwing waarbij het opvullen van open plekken en het bouwen van nieuwe wijken tegen de oude stad uitgangspunten zijn

a)

Compacte stad

b)

Vinex-wijk

c)

Wereldstad

4.

Het proces waarbij een oude vervallen wijk wordt omgetoverd tot mooie woonwijk

a)

Gentrificatie

b)

Suburbanisatie

c)

Verstedelijking

5.

Belangrijkste stad van een land, vaak zit hier de overheid

a)

Megastad

b)

Primate city

c)

Hoofdstad

6.

Stad met twee delen, een westers en traditioneel deel

a)

Koloniale dubbelstad

b)

Wereldstad

c)

Vinex-wijk

7.

Stad met meer dan 10 miljoen inwoners

a)

Megastad

b)

Wereldstad

c)

Hoofdatd

8.

Een stad die vele malen groter is dan de volgende grote stad van een land

a)

Koloniale dubbelstad

b)

Primate city

c)

Wereldstad

9.

Stedelijk gebied waar Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam in liggen

a)

Randstad

b)

Suburbs

c)

Vinex-wijk

10.

Een stad die op een knooppunt van wegen en dichtbij een grote stad ligt

a)

randstad

b)

Agglomeratie

c)

Compacte stad

11.

Het opknappen van huizen

a)

Renovatie

b)

Agglomeratie

c)

Segregatie

12.

De westerse stad is aantrekkelijk en de bevolking neemt weer toe (Na 2000)

a)

Urbanisatie

b)

Sub-urbanisatie

c)

Re-urbanisatie

13.

Het afbreken van huizen en er nieuwe huizen voor terug zetten. Het aantal huizen neemt af

a)

Segregatie

b)

Sanering

c)

Stedelijk netwerk

14.

Het gescheiden wonen van verschillende bevolkingsgroepen in een land

a)

Segregatie

b)

Sanering

c)

Urbanisatie

15.

Stedelijk gebied waarin de omringende plaatsen verbonden zijn met de centrale plaats

a)

Stadsgewest

b)

Randstad

c)

Woningdichtheid

16.

Gebied waar twee of meer stadgewesten liggen die goed met elkaar verbonden zijn

a)

Stadsgewest

b)

Stedelijk gebied

c)

Primate City

17.

Een groep van steden die onderling goed verbonden zijn

a)

Stedelijk gebied

b)

Stedelijk netwerk

c)

Compacte stad

18.

Het proces waarbij mensen wegtrekken uit de stad

a)

Urbanisatie

b)

Re-urbanisatie

c)

Suburbanisatie

19.

Voorsteden (Gebieden net buiten de stad)

a)

Suburbs

b)

Urbs

c)

Re-urbs

20.

Proces waarbij mensen van het platteland naar de stad trekken

a)

Suburbanisatie

b)

Verstedelijking

c)

Sanering

21.

Percentage bevolking wat in de steden woont

a)

Verstedelijkingsgraad

b)

Verstedelijkingstempo

c)

Verstedelijking

22.

Percentage waarmee de verstedelijkingsgraad elk jaar toeneemt

a)

Verstedelijkingstempo

b)

Vestigingsoverschot

c)

Woningdichtheid

23.

Het gebied wat door één plaats wordt voorzien van goederen en diensten

a)

Verstedelijkingstempo

b)

Verzorgingsgebied

c)

Gentrificatie

24.

Het positieve verschil tussen het aantal mensen dat vertrekt en er bij komt

a)

Vestigingstekort

b)

Vestigingsbalans

c)

Vestigingsoverschot

25.

Een nieuw stadsdeel(na 1995) dat tegen de oude stad is aangebouwd

a)

Randstad

b)

Vinex-wijk

c)

Nieuwbouw

26.

Grote stad die op cultureel, economisch of politieke schaal belangrijk is over heel de wereld. (Tokyo, New York, Parijs)

a)

Megastad

b)

Hoofdstad

c)

Wereldstad

27.

Het aantal woningen per hectare

a)

Woningdichtheid

b)

Verstedelijkingsgraad

c)

CBD