WorksheetsWerkwoorden in de verleden tijd (TOEN)
Total questions: 10
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Gisteren .......... ik in de tuin.
a)
speelde
b)
speel
2.
Vorige week .......... mijn zus een mooi kunstwerk.
a)
maakt
b)
maakte
3.
Vorige jaar .......... wij veel bij juf Els.
a)
leren
b)
leerden
4.
Ik .......... vorige zaterdag in de tuin.
a)
werk
b)
werkte
5.
Hij .......... vorige zomer op het strand.
a)
speelde
b)
speelt
6.
Gisteren .......... ik met mijn vrienden op het plein.
a)
voetbal
b)
voetbalde
7.
Ik .......... gisteren het afval met mijn mama.
a)
sorteerde
b)
sorteer
8.
Wij .......... vorige maand een mooie paraplu.
a)
kleuren
b)
kleurden
9.
Mijn mama .......... gisteren mijn papa.
a)
knuffelt
b)
knuffelde
10.
Mijn papa .......... gisteren nog laat aan de computer.
a)
werkte
b)
werkt
100 %
