wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lj 2 herh Lezen H4

Total questions: 26

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je
a)
alinea
b)
onderwerp
c)
hoofdgedachte
d)
tussenkopje
2.
Je kunt met één of met een paar woorden zeggen wat het onderwerp is
a)
goed
b)
fout
3.
Om het onderwerp te vinden, hoef je een tekst niet helemaal te lezen.
a)
goed
b)
fout
4.
Vaak worden er in het middenstuk verschillende delen van het onderwerp besproken. Dit noemen we
a)
alinea's
b)
inleiding
c)
tussenkopjes
d)
deelonderwerpen
5.
Waar kijk je naar als je het onderwerp van een tekst wilt weten?
a)
Titel, afbeeldingen, tussenkopjes
b)
Titel, alinea's
c)
Afbeeldingen, titel, alinea's
d)
De hele tekst
6.

Wat is een kernzin altijd?

a)

De belangrijkste zin van de alinea

b)

De eerste zin van de alinea

c)

Het onderwerp van de alinea

d)

De laatste zin van de alinea

7.

Een tekst bestaat meestal uit:

a)

begin, vervolg, eind

b)

inleiding, middenstuk, slot

c)

anekdote, deelonderwerp, conclusie

d)

voorbeeld, kern, eind

8.

Een deelonderwerp bestaat uit

a)

1 of meer alinea's

b)

maximaal 1 alinea

c)

minimaal 2 alinea's

9.
Wat moet je als eerst doen als je een tekst leest?
a)
Naar plaatjes, bron, titel, inleiding en slot kijken. 
b)
De tekst lezen.
c)
Naar plaatjes, bron en titel kijken.
d)
Naar de vragen kijken. 
10.
Het onderwerp van de tekst beschrijf je
a)
Zo kort mogelijk
b)
Zo uitgebreid mogelijk
c)
In drie zinnen
d)
Niet
11.

Wat is de bron van een tekst

a)

Geeft aan waar een tekst vandaan komt

b)

De aanleiding van de tekst

c)

Het slot van de tekst

d)

De conclusie

12.

Wat is een alinea?

a)

Dit noemen we ook wel het onderschrift.

b)

De 'naam' van de tekst. Staat altijd helemaal bovenaan en is vaak dik gedrukt.

c)

Een stukje tekst in de tekst. Het heeft vaak een eigen onderwerp.

13.

Welke uitspraak is waar?

a)

Een goede tekst heeft minimaal vijf deelonderwerpen.

b)

In de titel van de tekst vind je altijd één van de deelonderwerpen

c)

Witregels kunnen helpen om deelonderwerpen te vinden

14.
Deelonderwerpen zijn hetzelfde als tussenkopjes
a)
Onjuist
b)
Juist 
15.
Het onderwerp is een hele zin
a)
Juist
b)
Onjuist
16.

Wat is de titel van de tekst?

a)

rood met witte strepen

b)

www.artsenzondergrenzen.nl

c)

Artsen zonder Grenzen

d)

Tekst 1

17.

Het woord herbouwen bestaat uit twee delen, namelijk een voorvoegsel en een werkwoord.

Schrijf ze alle twee op:

(a)  

18.

Het voorvoegsel 'her' betekent

a)

niet

b)

zonder

c)

opnieuw

d)

slecht

19.

Herbouwen betekent dus

(a)  

20.

Benoem drie andere woorden die met het voorvoegsel 'her' beginnen.

4 lines
21.

Het voorvoegsel 'non' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

22.

Het voorvoegsel 'wan' betekent:


(denk aan wandaad)

a)

niet meer, van vroeger

b)

tussen

c)

slecht , verkeerd

d)

niet, zonder

23.

Het voorvoegsel 'ex' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

24.

Het voorvoegsel 'on' betekent:

a)

niet meer, van vroeger

b)

slecht

c)

verkeerd, fout

d)

niet, zonder

25.

Noem drie woorden die met het voorvoegsel 'on' beginnen.

4 lines
26.

Welke onderstaande woorden hebben een voorvoegsel?

a)

morgen

b)

herkennen

c)

beter

d)

onaardig

e)

supervet