wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhalen woordenschat 1KBL

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een synoniem?

a)

Woorden die ongeveer dezelfde betekenis hebben

b)

Woorden die je ongeveer hetzelfde schrijft

c)

Woorden die je hetzelfde uitspreekt

2.

Het synoniem voor afwezig.....

a)

Intimideren

b)

Absent

c)

Present

d)

Ongetwijfeld

3.

Het synoniem voor produceren..

a)

Opschrijven

b)

Lezen

c)

Maken

d)

Horen

4.

Het synoniem voor exact....

a)

Leveren

b)

Precies

c)

Gemakkelijk

d)

Slecht

5.

Het synoniem voor tekort....

a)

Absent

b)

Precies

c)

Ongetwijfeld

d)

Gebrek

6.
Wat is een synoniem voor regen
a)
neerslag
b)
hagel
c)
water
d)
vocht
7.

Zoek de twee synoniemen.

a)

fles en glas

b)

rondje en cirkel

c)

bank en bank

d)

fiets en éénwieler

8.

Zoek de twee synoniemen.

a)

koptelefoon en oordopjes

b)

tablet en mobiel

c)

fiets en tweewieler

9.
Hij heeft er zijn handen vol aan
a)
Het is te erg
b)
Iemand voor de gek houden
c)
Betrapt worden
d)
Hij heeft het er er druk mee
10.
Iemand om de tuin leiden
a)
Iemand voor de gek houden
b)
Het is te erg
c)
Overbodig werk doen
d)
Iets doen waar je tegenop ziet
11.
Tegen de lamp lopen
a)
Het is te erg
b)
Iets heel gemakkelijk kunnen doen
c)
Heel hard gillen
d)
Betrapt worden
12.

Jan moet zijn kamer uitmesten

a)

Jan moet in zijn neus knijpen als hij de mest weghaalt

b)

Jan moet zijn kamer opruimen

c)

Jan moet zijn kamer uit.

13.

Ze vliegen elkaar naar de haren.

a)

Ze trekken elkaar aan de haren

b)

Ze hebben vliegen in hun haren

c)

Ze hebben ruzie

14.

Hij zwemt in het geld.

a)

Hij heeft veel geld

b)

Hij betaalt voor het zwembad

c)

Hij zwemt voor geld

15.

Meike houdt haar hoofd koel

a)

Ze blijft rustig

b)

Ze heeft ijs op haar hoofd.

c)

Ze steekt haar hoofd in de vriezer

16.
de kat uit de boom kijken
a)
afwachten
b)
je vervelen
c)
slapen
d)
stoppen
17.

Wat betekent het onderstreepte woord?

Marleen werd een vedette, een beroemd persoon in haar eigen land.

a)

beroemd persoon

b)

eigen land

c)

goed persoon

d)

ander land

18.

Wat betekent het onderstreepte woord?

Je moet de theorie letterlijk, precies zoals het er staat, overschrijven.

a)

theorie

b)

precies

c)

precies zoals het er staat

d)

overnemen

19.

Wat betekent het onderstreepte woord?

Er staat een suppoost, een bewaker, naast het schilderij.

a)

schilderij

b)

dief

c)

politie

d)

bewaker

20.

Wat betekent het onderstreepte woord?

Als jij vandaag aanwezig (present) bent, ben ik trots op je.

a)

vandaag

b)

present

c)

trots

d)

afwezig

21.

Waar of niet waar?

De betekenis van een moeilijk woord kan tussen komma's staan.

a)

waar

b)

niet waar

22.

Waar of niet waar?

De betekenis van een moeilijk woord kan tussen haakjes (...) staan.

a)

waar

b)

niet waar