wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lj 2 herh Lezen H4 tekstsoorten ed

Total questions: 27

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welk tekstdoel hoort bij het plaatje?

a)

Instrueren

b)

Informeren

c)

Betogen

d)

Activeren

2.

Dit is een.. (meerdere antwoorden mogelijk!)

a)

instruerende tekst.

b)

informerende tekst.

c)

een nieuwsbericht.

d)

een flyer.

3.

Amuseren

a)

roman, strip, kort verhaal,

mop, column

b)

studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje

c)

ingezonden brief, sommige columns

d)

gebruiksaanwijzing, instructie

e)

reclamefolder, advertentie

uitnodiging, affiche

4.

Activeren / Overhalen

a)

roman, strip, kort verhaal,

mop, column

b)

studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje

c)

ingezonden brief, sommige columns

d)

gebruiksaanwijzing, instructie

e)

reclamefolder, advertentie

uitnodiging, affiche

5.

Instrueren

a)

roman, strip, kort verhaal,

mop, column

b)

studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje

c)

ingezonden brief, sommige columns

d)

gebruiksaanwijzing, instructie

e)

reclamefolder, advertentie

uitnodiging, affiche

6.

Overtuigen

a)

roman, strip, kort verhaal,

mop, column

b)

studieboek, folder, receptnieuwsbericht, geboortekaartje

c)

ingezonden brief, sommige columns

d)

gebruiksaanwijzing, instructie

e)

reclamefolder, advertentie

uitnodiging, affiche

7.

Wat is het tekstdoel van een krantenartikel?

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overhalen

d)

overtuigen

8.

Als je wilt informeren, welke tekstsoort gebruik je dan?

a)

recensie

b)

woordenboek

c)

krantenartikel

d)

puzzel

9.

Een ingezonden brief is een....

a)

informerende tekst

b)

amuserende tekst

c)

overtuigende tekst

10.

Een folder met informatie over longontsteking is een.....

a)

informerende tekst

b)

amuserende tekst

c)

overtuigende tekst

d)

overhalende tekst

11.

De songtekst van het nieuwe nummer van Lil Kleine is een....

a)

informerende tekst

b)

amuserende tekst

c)

overhalende tekst

d)

instruerende tekst.

12.

Een flyer van een politieke partij waarin staat dat je op die partij moet stemmen is een..............

a)

instruerende tekst

b)

overhalende tekst

c)

informatieve tekst

d)

amuserende tekst

13.

Het boek Dummie de mummie is een .............

a)

informatieve tekst

b)

instruerende tekst

c)

amuserende tekst

d)

overtuigende tekst

14.

Een reclame voor de nieuwste Iphone is een ..............

a)

amuserende tekst

b)

overhalende tekst

c)

informerende tekst

d)

instruerende tekst

15.

Een gedicht is een

a)

amuserende tekst

b)

informerende tekst

c)

instruerende tekst

d)

overhalende tekst

16.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Het gedicht is prachtig.

a)

prachtig

b)

het

c)

gedicht

d)

is

17.

Wat is het lidwoord in deze zin?

Een cadeau is eergisteren door mijn moeder aan Kees gegeven.

a)

een

b)

cadeau

c)

moeder

d)

Kees

18.

Wat is het lidwoord in deze zin?

Wie kon het glas limonade vanochtend niet drinken?

a)

wie

b)

kon

c)

het

d)

glas

19.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?

Is Harry ook geschrokken van die aardbeving in Japan?

a)

Harry

b)

aardbeving

c)

Japan

d)

Harry en aardbeving

e)

Harry, aardbeving en Japan

20.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?

De meisjes waren trots op hun mooie rapporten.

a)

meisjes

b)

mooie

c)

rapporten

d)

meisjes en mooie

e)

meisjes en rapporten

21.

Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?

Die oude vrouw zou alsnog een nieuwe woning kunnen krijgen.

a)

die

b)

oude

c)

vrouw en woning

d)

oude en nieuwe

e)

nieuwe

22.

Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'gooide'?

a)

lidwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

d)

werkwoord

23.
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin:
De leerkracht is niet oud.
a)
De
b)
leerkracht
c)
niet
d)
oud
24.

Hij maakt ook de moeilijke opdrachten in zijn schrift.


Welk woordsoort?


Hij

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

werkwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

e)

persoonlijk voornaamwoord

25.

Hij maakt ook de moeilijke opdrachten in zijn schrift.


Welk woordsoort?


moeilijke

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

werkwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

e)

persoonlijk voornaamwaard

26.

De docent zegt dat ook tegen hen.


Welk woordsoort?


docent

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

werkwoord

d)

aanwijzend voornaamwoord

e)

persoonlijk voornaamwoord

27.

De jongen stalde zijn fiets naast het fietsenrek onder de brug.


Welk woordsoort?


naast

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

d)

voorzetsel

e)

persoonlijk voornaamwoord