Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gehorloget

Total questions: 50

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Ik heb mijn spreekbeurt al gegeven.

a)

Heb

b)

Spreekbeurt

c)

Heb gegeven

d)

Gegeven

2.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Ik heb voor mijn verjaardag een lekkere taart gebakken.

a)

Heb

b)

voor mijn verjaardag

c)

Heb mijn verjaardag

d)

Gebakken

3.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Ik kan het hebben gedaan, maar misschien deed ik het toch niet...

a)

kan

b)

Hebben

c)

Gedaan

d)

Deed

4.

Staat er een voltooid deelwoord in deze zin? Zo ja: welke?

Hij heeft iets op zijn geweten.

a)

Nee, er is geen voltooid deelwoord

b)

Heeft

c)

Geweten

d)

Zijn

5.

Staat er een voltooid deelwoord in deze zin? Zo ja: welke?

Mijn moeder heeft een lekkere appeltaart gebakken.

a)

Nee, er is geen voltooid deelwoord

b)

Heeft

c)

Gebakken

d)

moeder

6.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Wisten ze maar hoe dat gedaan moest worden.

a)

Wisten

b)

Gedaan

c)

Moest

d)

Worden

e)

Gedaan moest worden

7.

Hoe schrijf je het woord voor een klok die op je pols is?

(a)  

8.

Wat is een ander woord voor een verdieping?

een et...

(a)  

9.

Bedenk een grappig en raar voltooid deelwoord met een woord. Bijvoorbeeld Gehorloget, verkeukent, kopgetelefoond, gemeesterd, bejuft, enz.

4 lines
10.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Ik heb een leuk boek gelezen

a)

Heb

b)

Boek

c)

Moest

d)

Gelezen

e)

Gedaan

11.

Vind het voltooid deelwoord in deze zin:

Maartje is 12 jaar geworden

a)

Maartje

b)

Is geworden

c)

Geworden

d)

Gegeten

e)

heeft Gedaan

12.

Wat is het voltooid deelwoord van zwerven?

a)

Gezwerfd

b)

Gezwierfd

c)

Gezworven

d)

Zwervende

e)

Bezworfd

13.

Staat er een voltooid deelwoord in deze zin? Zo ja: welke?

Tygo heeft iets gedeeld maar hij weet niet wat...

a)

Nee, er is geen voltooid deelwoord

b)

Gedeeld

c)

Heeft

d)

Weet

14.

Staat er een voltooid deelwoord in deze zin? Zo ja: welke?

Ik denk altijd als ik huis wegga dat ik sowieso iets ben vergeten

a)

Nee, er is geen voltooid deelwoord

b)

Vergeten

c)

wegga

d)

Sowieso

e)

denk

15.

Wat is het voltooid deelwoord van blijven?

a)

Geblijft

b)

beblijfd

c)

Gebleven

d)

Verblijft

e)

bleef

16.

Wat is het voltooid deelwoord van ophalen?

a)

Geophaald

b)

Opgehaald

c)

Haalde op

d)

Gehaald

e)

Opgedaan

17.

Hoe noem je werken voor je studie ook wel?

een st...

(a)  

18.

Hoe noem je de koffers die je meeneemt op reis ook wel?

Je ba...

(a)  

19.

Wat is een ander woord voor trend of hype?

Een ra..

(a)  

20.

Wat is het voltooid deelwoord van botsen?

a)

Gebotst

b)

Bebotst

c)

gebots

d)

gebotsd

e)

Verbotsd

21.

Wat is het voltooid deelwoord van Lezen?

a)

Gelezen

b)

Lazen

c)

Gelaasd

d)

Gelaarsd

e)

Verlegen

22.

Wat is het voltooid deelwoord van beven

a)

Gebeefd

b)

Gebaafd

c)

Geboofd

d)

Beefde

e)

Gebeeft

23.

Wat is het voltooid deelwoord van eten

a)

Geëet

b)

Gegeten

c)

Geät

d)

Gegaten

e)

Gebeeft

24.

Welke van deze woorden is een voltooid deelwoord

a)

Georganiseerd

b)

Organiseren

c)

Organiseerde

d)

Beorgaan

25.

Welke van deze woorden is een infinitief

a)

Georganiseerd

b)

Organiseren

c)

Organiseerde

d)

Beorgaan

26.

Welke van deze woorden is een infinitief

a)

Reed

b)

Rijden

c)

Gereden

d)

Bomen

27.

Wat is de stam (Ik-vorm) van Rijden

(a)  

28.

Wat is de stam (Ik-vorm) van Blijven

(a)  

29.

Wat is hij-vorm van Blijven

(a)  

30.

Wat is hij-vorm van Verplaatsen?

(a)  

31.

Welke van deze woorden is een infinitief

a)

Konden

b)

Kunnen

c)

Doorgegaan

d)

Dieren

32.

Wat is de ik-vorm verleden tijd van trappen?

a)

trapte

b)

trapde

c)

trop

d)

trapden

33.

Wat is de ik-vorm verleden tijd van lopen?

a)

loopte

b)

liep

c)

loopde

d)

loopten

34.

Wat is de hij-vorm verleden tijd van leren?

a)

leerde

b)

laar

c)

leerte

d)

laart

35.

Wat is de infinitief van het werkwoord in deze zin?

De meester gaat met de bus naar school.

(a)  

36.

Wat is de infinitief van het werkwoord in deze zin?

De juf beantwoordt de telefoon.

(a)  

37.

Wat is de persoonsvorm (pv) in deze zin?

De juf moet vandaag de telefoon beantwoorden.

(a)  

38.

Wat is de persoonsvorm (pv) in deze zin?

De meester heeft zich vandaag een klein beetje verslapen.

(a)  

39.

Wat is de infinitief van het werkwoord in deze zin?

Ik weet het niet.

(a)  

40.

Wat is de persoonsvorm in deze zin:

Er moet een ski-lift door het raam naar boven komen.

(a)  

41.

Welke soorten werkwoord staan in deze zin?:

Ik heb voor mijn verjaardag een lekkere taart gebakken.

a)

persoonsvorm

b)

voltooid deelwoord

c)

infinitief

42.

Welke soorten werkwoord staan in deze zin?:

Ik zou een lekkere taart voor je hebben gebakken...

a)

persoonsvorm

b)

voltooid deelwoord

c)

infinitief

43.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Ik zou een lekkere taart voor je hebben gebakken...

(a)  

44.

Wat voor werkwoord staat in deze zin?

Nurdius Maximus krijgt poep op zijn been.

a)

persoonsvoorm

b)

voltooid deelwoord

c)

infinitief

45.

Wat voor werkwoord staat in deze zin?

Paul plukt de papperige peper.

a)

persoonsvoorm

b)

voltooid deelwoord

c)

infinitief

46.

Hoe vaak staat de letter P in deze zin?

Paul plukt de papperige peper.

(a)  

47.

Wat is de ik-vorm in de verleden tijd van het werkwoord planten?

(a)  

48.

Wat is de wij-vorm in de verleden tijd van het werkwoord wassen?

(a)  

49.

Wat is de wij-vorm in de verleden tijd van het werkwoord kleuren?

(a)  

50.

Wat is de hij-vorm in de verleden tijd van het werkwoord braden?

(a)