wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NT2 Taalmenu Spreken les 6 Wat zeg je aan de telefoon

Total questions: 22

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

De telefoon gaat. Je neemt op.

Wat zeg je dan?

a)

Hallo, met ……. Kan ik Adam even spreken?

b)

Sorry, kunt u wat harder praten?

c)

O sorry, ik heb een verkeerd nummer gedraaid.

2.

Je belt het nummer van een vriend.

Maar je hoort: “Ja hallo, met Joop Verstraete.”

Je denkt: “Hé?? Mijn vriend heet Mehmet!”

Wat zeg je dan?

a)

Hallo, met.....(jouw naam)

b)

O, sorry, ik heb een verkeerd nummer gedraaid.

c)

Kan ik een boodschap doorgeven? Ik kan morgen niet komen, want ik ben ziek.

3.

Een man belt.

Hij wil je een internet-abonnement verkopen.

Jij wilt dat abonnement helemaal niet.

Wat zeg je dan?

a)

Sorry, morgen kan ik niet, want ik moet naar school.

b)

Hallo met....(jouw naam) Ik kan niet komen, ik ben ziek.

c)

Sorry, ik heb geen interesse.

4.

Je hebt morgen een afspraak met je vriend Adam, maar je bent ziek.

Je belt hem op, maar je krijgt zijn moeder aan de telefoon.

Wat zeg je dan?

a)

Nee sorry, morgen kan ik niet, want ik moet naar school.

b)

Hallo met ....(jouw naam). Kan ik Adam even spreken?

c)

Kan ik een boodschap doorgeven? Ik kan morgen niet komen, want ik ben ziek.

5.

De vrouw van je vriend Adam zegt: “Sorry, hij is niet thuis.”

Wat zeg je dan?

a)

Hallo, met …(jouw naam) Ik zit in klas oa21. Ik kan niet komen, want ik ben ziek.

b)

Hallo, met …….(jouw naam) Kan ik Adam even spreken?

c)

Kan ik een boodschap doorgeven?

Ik kan morgen niet komen, want ik ben ziek.

6.

Je belt naar school, want je wilt zeggen dat je ziek bent.

Je krijgt de voicemail van school.

Wat zeg je?

a)

Sorry, ik heb geen interesse. Goedemiddag!

b)

Sorry, kunt u wat harder praten?

c)

Hallo, met …(jouw naam). Ik zit in klas oa21.

Ik kan niet komen, want ik ben ziek.

7.

Een man belt.

Hij praat erg zacht.

Je kunt hem niet goed horen.

Wat zeg je?

a)

Sorry, ik heb geen interesse. Goedemiddag!

b)

O sorry, ik heb een verkeerd nummer gedraaid.

c)

Sorry, kunt u wat harder praten?

8.

Een vriend belt.

Hij wil morgen op bezoek komen.

Maar je moet morgen naar school.

Wat zeg je?

a)

Kan ik een boodschap doorgeven? Ik kan morgen niet komen, want ik ben ziek.

b)

Nee, sorry. Morgen kan ik niet, want ik moet naar school.

c)

Sorry, ik heb geen interesse. Goedemiddag!

9.

Welk antwoord hoort erbij?

Kunt u wat.........

a)

niet, want ik moet naar school.

b)

nummer gedraaid.

c)

even spreken?

d)

harder praten?

10.

Welk antwoord hoort erbij?

Kan ik een boodschap...............?

a)

nummer gedraaid.

b)

even spreken?

c)

doorgeven?

d)

interesse.

11.

Welk antwoord hoort erbij?

Sorry, ik heb geen.........

a)

nummer gedraaid.

b)

want ik ben ziek.

c)

doorgeven?

d)

interesse.

12.

Welk antwoord hoort erbij?

Kan ik Adam ..............?

a)

harder praten?

b)

interesse.

c)

even spreken?

d)

want ik ben ziek.

13.

Welk antwoord hoort erbij?

Ik kan morgen niet komen..............................

a)

niet, want ik moet naar school.

b)

even spreken?

c)

want ik ben ziek.

d)

doorgeven?

14.

Welk antwoord hoort erbij?

Ik heb een verkeerd......................

a)

interesse.

b)

doorgeven?

c)

nummer gedraaid.

d)

want ik ben ziek.

15.

Welk antwoord hoort erbij?

Morgen kan ik..................

a)

want ik ben ziek.

b)

even spreken?

c)

niet, want ik moet naar school.

d)

goedemiddag!

16.

Vul het goede woord in.

Sorry, ik heb geen....................

Goedemiddag!

a)

harder

b)

verkeerd

c)

interesse

d)

met

17.

Vul het goede woord in.

Kan ik een boodschap........................?

a)

verkeerd

b)

even

c)

harder

d)

doorgeven

18.

Vul het goede woord in.

Kunt u wat......................praten?

a)

verkeerd

b)

even

c)

doorgeven

d)

harder

19.

Vul het goede woord in.

Sorry, ik heb een ..............................nummer gedraaid.

a)

harder

b)

even

c)

verkeerd

d)

doorgeven

20.

Vul het goede woord in.

Kan ik Omar ....................spreken?

a)

doorgeven

b)

verkeerd

c)

met

d)

even

21.

Vul het goede woord in.

Hallo, .................Kees Vreeman.

a)

want

b)

even

c)

met

d)

harder

22.

Vul het goede woord in.

Nee, sorry.

Morgen kan ik niet, ....................... ik moet naar school.

a)

even

b)

met

c)

want

d)

verkeerd