wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Actieve en passieve zinnen gebruiken

Total questions: 14

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Is deze zin actief of passief?


Kom op tijd naar het examenlokaal.

a)

Actief

b)

Passief

2.

De boekentas van Femke werd door het raam gekieperd.

a)

Deze zin is actief.

b)

Deze zin is passief.

3.

Welke tijd heeft een voltooid deelwoord?

a)

voltooide tijden

b)

onvoltooide tijden

4.

Het hulpwerkwoord ZIJN wordt gebruikt bij ___ tijden.

a)

voltooide

b)

onvoltooide

5.

Bij onvoltooide tijden gebruik je het hulpwerkwoord ...

a)

zijn

b)

worden

6.

Zet om van actief naar passief:


Twee overvallers beroofden een bank vandaag.

Een bank (a)   door 2 overvallers beroofd vandaag.

7.

Zet om van actief naar passief.


Iedereen respecteert het schoolmateriaal.

Het schoolmateriaal (a)   door iedereen gerespecteerd.

8.

Zet om van actief naar passief.


Matisse heeft die bladzijden overgeschreven.

Die bladzijden (a)   door Matisse overgeschreven.

9.

Zet om van actief naar passief.


Iedereen had het examen ingeleverd ten laatste om 12 uur.

Het examen (a)   door iedereen ten laatste om 12 uur ingeleverd.

10.

Wat staat bij een actieve zin centraal?

a)

het onderwerp dat de handeling uitvoert

b)

de handeling die wordt uitgevoerd

11.

Wat wordt bij een passieve zin benadrukt?

a)

het onderwerp dat de handeling uitvoert

b)

de handeling die wordt uitgevoerd

12.

Wanneer je kiest voor levendige, duidelijk zinnen, schrijf je best...

a)

actieve zinnen

b)

passieve zinnen

13.

Het zinsdeel dat de handeling uitvoert, noemen we een (a)  

14.

Welke zinnen zijn formeler en afstandelijker?

a)

actieve zinnen

b)

passieve zinnen