wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Planten staan aan de basis van de voedselvoorziening. Ze zijn daarmee erg belangrijk. Waarom?

a)

Planten kunnen zelf voedsel maken

b)

Planten kunnen zelf voedsel maken en zichzelf voeden

c)

Planten kunnen zich in het algemeen zelf voorzien van zowel voedsel als zuurstof

d)

Planten kunnen zuurstof maken

2.

Je ziet hier een bladskelet. Was is dit eigenlijk?

a)

Het restant van het blad als al het bladmoes is verdwenen.

b)

Het netwerk van transportweefsel (vaten) in het blad

c)

Het netwerkje van kleine houtvezels wat stevigheid geeft aan het blad

d)

Alle antwoorden zijn goed

3.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit is een voorbeeld van een ...

a)

zaadplant, naaktzadige

b)

zaadplant, bedektzadige

c)

eencellige plant

d)

sporenplant

4.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit is een voorbeeld van een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit is een voorbeeld van een

a)

windbloem

b)

insectenbloem

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Het transportweefsel van deze plant ligt bij de letter...

a)

P

b)

Q

c)

R

7.

Kijk goed naar de afbeelding. Het huidmondje van deze plant ligt bij de letter...

a)

P

b)

Q

c)

R

8.

Geef de naam van nummer 9

a)

Kroonblad

b)

Kelkblad

c)

Bloembodem

d)

Stamper

9.

Geef de naam van nummer 3

a)

Kroonblad

b)

Kelkblad

c)

Stempel

d)

Stijl

10.

Een vrucht heeft in totaal 8 pitten. Hoeveel stuifmeelkorrels zijn nodig geweest om deze 8 pitten te laten ontstaan?

a)

4

b)

8

c)

16

d)

32

11.

De plant heeft water nodig, hoe verzorgt de plant het water?

a)

Door de wortelharen, naar de bastvaten

b)

Door de wortel, naar de stengel

c)

Door de wortelharen, naar de houtvaten

d)

Door de wortel, naar de bladeren

12.

De plant maakt in het daglicht .... en gebruikt hiervoor onder andere ...

a)

suiker, zuurstof

b)

suiker, water

c)

koolstofdioxide, water

d)

koolstofdioxide, zuurstof

13.

Zaden zijn nodig voor nieuwe planten. Ze onstaan in ..

a)

het vruchtbeginsel

b)

het zaadbeginsel

c)

de bloembodem

d)

de meeldraden

14.

Als een zaad gaat ontkiemen, komt ... het eerst naar buiten

a)

worteltje

b)

stengeltje

c)

bladeren

d)

zaadlobben

15.

In het donker gebruikt de plant ... en maakt hierbij onder andere...

a)

water, koolstofdioxide

b)

water, zuurstof

c)

suiker, koolstofdioxide

d)

suiker, zuurstof

16.

Een cactus groeien in droge woestijngebieden. Hoe komt een cactus aan zijn water?

a)

Door een uitgebreid wortelstelsel

b)

Door het gebruik van naalden, er ligt water in de cactuscellen opgeslagen

c)

Door afwezigheid van bladeren

d)

Alle antwoorden zijn goed

17.

De els heeft heel veel bladeren. Dit is handig om ...

a)

goede fotosynthese te doen: veel licht opvangen

b)

veel water te verdampen

c)

zichzelf te beschermen tegen uitdroging

18.

Dit zijn kiezen van een

a)

planteneter

b)

vleesetere

c)

alleseter

19.

Bacteriën en schimmels zijn de opruimers in de natuur. Ze heten ook wel ..

a)

producenten

b)

consumenten

c)

reducenten

20.

Bacteriën gaan dood bij 60 graden Celsius of nog hoger. Kunnen zij in de woestijn leven?

a)

nee

b)

ja

21.

Bacteriën gaan dood bij 60 graden Celsius of nog hoger. Kunnen zij in op de Noordpool leven?

a)

nee

b)

ja