wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

natuurkunde

Total questions: 46

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

1: Er is sprake van beeldvorming als lichtstralen vanuit 1 punt evenwijdig worden. 2: convergeren is het naar elkaar toe lopen van lichtstralen

a)

1 is waar 2 is waar

b)

1 is waar 2 is onwaar

c)

1 is onwaar 2 is waar

d)

1 is onwaar 2 is onwaar

2.

1 Er is sprake van beeldvoming als licht vanuit 1 punt in 1 punt wordt samengebracht. 2 divergeren is het naar elkaar toe lopen van lichtstralen.

a)

1 is waar, 2 is waar

b)

1 is waar, 2 is onwaar

c)

1 is onwaar, 2 is waar

d)

1 is onwaar, 2 is onwaar

3.

1 een positieve lens wordt gebuikt om te convergeren 2 een holle lens wordt gebuikt om te divergeren

a)

1 is waar, 2 is waar

b)

1 is waar, 2 is onwaar

c)

1 is onwaar, 2 is waar

d)

1 is onwaar, 2 is onwaar

4.

De ...1... van de lens staat loodrecht op de lens. Deze ...1... gaat door ...2... van de lens. Wat moet bij 1 en 2 worden ingevuld?

a)

1 hoofdas 2 de beeldvoming

b)

1 ichting 2 de beeldvoming

c)

1 ichting 2 het optisch middelpunt

d)

1 hoofdas 2 het optisch middelpunt

5.

Wat is het symbool voor het brandpunt?

a)

A

b)

F

c)

B

d)

O

6.

Wat is het symbool voor het optisch middelpunt?

a)

L

b)

F

c)

B

d)

O

7.

Een lichtstraal door het optisch middelpunt gaat evenwijdig aan de hoofdas verder.

a)

True

b)

False

8.

Voor een positieve lens geldt: een lichtstraal door het brandpunt gaat evenwijdig aan de hoofdas verder.

a)

True

b)

False

9.

Voor een positieve lens geldt: een lichtstraal evenwijdig aan de hoofdas gaat door het brandpunt.

a)

True

b)

False

10.

Lichtstralen die uit één punt van het voowerp op een positieve lens vallen, snijden elkaar ook weer in één punt.

a)

True

b)

False

11.

Wat is het symbool voor brandpuntsafstand?

a)

f

b)

F

c)

v

d)

V

e)

b

12.

Wat is het symbool voor voowerpsafstand?

a)

f

b)

F

c)

v

d)

V

13.

Wat is het symbool voor beeldafstand?

a)

b

b)

B

c)

v

d)

V

e)

f

14.

De voowerpsafstand is de afstand van het voowerp tot het beeld

a)

True

b)

False

15.

De voowerpsafstand is de afstand van het voowerp tot het brandpunt

a)

True

b)

False

16.

De voowerpsafstand is de afstand van het voowerp tot het optisch middelpunt.

a)

True

b)

False

17.

De beeldafstand is de afstand van het beeld tot het brandpunt.

a)

true

b)

false

18.

De beeldafstand is de afstand van het beeld tot het optisch middelpunt.

a)

True

b)

False

19.

De beeldafstand is de afstand van het beeld tot de lens.

a)

True

b)

False

20.

De lenzenfomule kan zo geschreven worden: 1/v+1/b=1/f

a)

True

b)

False

21.

De lenzenfomule kan zo geschreven worden: 1/f+1/b=1/v

a)

True

b)

False

22.

De lenzenfomule kan zo geschreven worden: 1/f-1/b=1/v

a)

True

b)

False

23.

Een lens maakt van een voowerp van 5 cm een beeld van 1,5 m. Bereken de vergroting.

(a)  

24.

Een lens maakt van een voowerp van 5 cm een 20 keer vergroot beeld. Bereken de beeldgrootte in cm. Rond af op gehelen.

(a)  

25.

Een lens maakt van een voowerp van 5 cm een 20 keer vergroot beeld. Bereken de beeldgrootte in cm. Rond af op gehelen.

(a)  

26.

Een lens maakt van een voowerp van 50 cm een 10 keer verkleind beeld. Bereken de beeldgrootte in cm. Rond af op gehelen.

(a)  

27.

Een lens maakt van een voowerp een 10 keer verkleind beeld van 20 cm. Bereken de voowerpsgrootte in cm. Rond af op gehelen.

(a)  

28.

Een voowerp staat op 50 cm van een lens. De lens maakt een beeld op 40 cm van de lens. Bereken de vergroting. Rond af op 1 decimaal.

(a)  

29.

Een voowerp staat op 60 cm van een lens. De lens maakt een beeld op 40 cm van de lens. Bereken de brandpuntsafstand in cm. Rond af op gehelen.

(a)  

30.

Een voowerp staat op 60 cm van een lens. De lens heeft een brandpuntsafstand van 40 cm. Bereken de beeldafstand in cm. Rond af op gehelen

(a)  

31.

Een auto van 4,10 m lang wordt gefotografeerd. De auto staat op 14,3 m afstand van de camera. In bovenstaande tekst is 4,10 m de...

a)

voowerpsafstand

b)

brandpuntsafstand

c)

beeldafstand

d)

voowerpsgrootte

32.

Een auto van 4,10 m lang wordt gefotografeerd. De auto staat op 14,3 m afstand van de camera. In bovenstaande tekst is 14,3 m de

a)

voowerpsafstand

b)

brandpuntsafstand

c)

beeldafstand

d)

voowerpsgrootte

e)

beeldgrootte

33.

Men wil van een kerktoren die op een afstand van 80 m van de lens van een camera staat, een foto maken. De kerktoren is 45 m hoog en moet de hele beeldchip van 22 mm "vullen". In bovenstaande tekst is 80 m de

a)

voowerpsafstand

b)

brandpuntsafstand

c)

beeldafstand

d)

voowerpsgrootte

e)

beeldgrote

34.

Wanneer zien wij een voowerp. Als er licht ...1... het voowerp ...2... onze ogen komt. Wat moet bij 1 en 2 worden ingevuld?

a)

naar in

b)

naar uit

c)

vanaf uit

d)

vanaf in

35.

De hoeveelheid licht die op de ooglens valt, wordt geregeld met het hoonvlies.

a)

Ja

b)

Nee

36.

Met welke afstand wordt het convergerend vemogen van een lens aangegeven?

a)

voowerpsafstand

b)

beeldafstand

c)

brandpuntsafstand

37.

Wat is de eenheid van lenssterkte?

a)

diametie

b)

dioptie

c)

S

d)

f

38.

Hoe groter de brandpuntsafstand, hoe groter de lenssterkte.

a)

Ja

b)

Nee

39.

Een lens heeft een brandpuntsafstand van 50 cm. Bereken de lenssterkte in dioptie. Rond af op gehelen.

(a)  

40.

Een lens heeft een sterkte van 0,20 D. Bereken de brandpuntsafstand in m. Rond af op gehelen.

(a)  

41.

Accommoderen betekent: de ooglens boller of platter maken.

a)

Ja

b)

Nee

42.

Accommoderen betekent: aanpassen aan de kijkafstand.

a)

Ja

b)

Nee

43.

De afstand tussen de lens van het oog en het netvlies is voor een bepaald oog 17 mm. In bovenstaande tekst is 17 mm de

a)

voowerpsafstand

b)

beeldafstand

c)

voowerpsgrootte

d)

beeldgrootte

44.

De nabijheidsafstand van een bepaald oog is 21 cm. In bovenstaande tekst is 21 cm de

a)

voowerpsafstand

b)

beeldafstand

c)

voowerpsgrootte

d)

beeldgrootte

e)

brandpuntsafstand

45.

Een bijziend oog heeft een te grote sterkte.

a)

Ja

b)

Nee

46.

Met een oudziend oog kan niet scherp in de verte worden waargenomen.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Nee natuurlijk niet jij achterlijke gladiool dat je bent. Altijd weer die mensen hé, op die telefoon hé. Die tereringlijers. DONDERTIEFSTRAAL TOCH IS EEN END OP JOH