Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1MHV - Th2 Organen en cellen Bs1-3

Total questions: 36

Worksheet time: 4hrs 48mins

Name
Class
Date
1.

Wat vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen?

a)

ademhalingsstelsel

b)

bloedvatenstelsel

c)

spierstelsel

d)

zenuwstelsel

2.

Welk orgaan hoort niet bij het verteringsstelsel?

a)

dikke darm

b)

dunne darm

c)

hart

d)

maag

3.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
4.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
5.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

6.

De stevigheid van dierlijke cellen ontstaat door stevige celwanden. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

8.

De lever hoort bij het .......

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

9.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

10.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

11.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
12.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
13.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
14.
Welke organen horen bij het verteringsstelsel?
a)
Hart, slokdarm ,maag, dunne darm
b)
slokdarm, maag, dikke arm, longen
c)
dikke darm, dunne darm, maag, lever, slokdarm
15.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
16.
Een cel bestaat uit levend materiaal
a)
waar
b)
niet waar
17.

Wat is celplasma?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

18.

Cellen zijn plat

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

20.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

21.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

22.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
23.

Wat zijn de drie functies van wortels?

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

24.

Wat is tussencelstof?

a)

Een stof die tussen de cellen van weefsels zit

b)

Een stof die tussen verschillende weefsels zit

c)

Een ander woord voor weefsel

d)

Een orgaan

25.

Wie hebben er allemaal huidmondjes?

a)

Alle organismen

b)

Mensen

c)

Planten

d)

Dieren

26.

Bladmoes is een orgaan van een plant.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Wat is het celmembraan?

a)

Dat is hetzelfde als de celwand

b)

Dat bestaat niet

c)

Dat regelt alles wat er in de cel gebeurt

d)

Een dun vlies om het celplasma

28.

Wat is de celkern?

a)

Hier zit alle erfelijke informatie van een organisme

b)

Dit beschermt de cel

c)

Het is vloeistof met opgeloste stoffen

d)

Dat bestaat niet

29.

Welke van deze onderdelen hebben dierlijke cellen niet?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

30.

Anthocyaan is een paarse kleurstof die voorkomt in bloemen van veel planten, bijvoorbeeld van de grote leeuwenbek. De kleurstof bevindt zich in de vacuole van bloemcellen.

Het maken van anthocyaan wordt geregeld door een gen. Wetenschappers hebben zo’n gen vanuit een cel van een grote leeuwenbek overgebracht in een cel van een tomatenplant. Zo hebben ze tomatenplanten kunnen kweken met paarse tomaten. Paarse tomaten bevatten dezelfde stoffen als rode tomaten, maar veel meer anthocyaan.

Welk nummer geeft een plaats aan waar zich dit GEN bevindt?

a)

nummer 2

b)

nummer 3

c)

nummer 4

d)

nummer 5

31.

Anthocyaan is een paarse kleurstof die voorkomt in bloemen van veel planten, bijvoorbeeld van de grote leeuwenbek. De kleurstof bevindt zich in de vacuole van bloemcellen.

Het maken van anthocyaan wordt geregeld door een gen. Wetenschappers hebben zo’n gen vanuit een cel van een grote leeuwenbek overgebracht in een cel van een tomatenplant. Zo hebben ze tomatenplanten kunnen kweken met paarse tomaten. Paarse tomaten bevatten dezelfde stoffen als rode tomaten, maar veel meer anthocyaan.

Welk nummer geeft een plaats aan waar zich anthocyaan bevindt?

a)

nummer 2

b)

nummer 3

c)

nummer 4

d)

nummer 5

32.

In de afbeelding zie je een bepaalde type korrel.

Welke korrels zijn er in de afbeelding te zien?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Kleurstofkorrels

c)

Zetmeelkorrels

33.

Welk orgaanstelsel is aangegeven met nummer 2?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Hersenstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

34.

Wat is de goede volgorde van de organen? (Van boven naar beneden)

a)

Stengel, blad, wortel, bloem.

b)

Bloem, blad, wortel, stengel.

c)

Bloem, stengel, blad, wortel.

d)

Stengel, bloem, blad, wortel.

35.

Het hart, de aorta en de holle ader behoren tot het ...

a)

verteringsstelsel

b)

ademhalingsstelsel

c)

beenderstelsel

d)

bloedvatenstelsel

36.

Kijk naar de afbeelding. Dit is een ..... cel

a)

dierlijke

b)

plantaardige