Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het verkoopgesprek

Total questions: 16

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is hét lokmiddel die een verkoper kan gebruiken?

a)

openstaande deuren

b)

etalage

c)

winkelinrichting

d)

verkoper

2.

Vul aan:

Om te weten te komen wat de klant wil, maak je best gebruik van ...

a)

open vragen

b)

gesloten vragen

c)

doorvragen

3.

Bij de stap 'Interesse' ga je op zoek naar de ... van de klant.

(a)  

4.

Wat bedoelt men met "koopmotief"?

a)

de reden waarom de klant een product wil kopen

b)

een motief (argument) om het artikel/product te kopen

c)

peilen naar de behoefte van de klant

5.

In welke fase van het verkoopgesprek zal je de klant moeten overtuigen dat ze het product echt nodig hebben?

a)

interesse

b)

aankoop

c)

drang tot aankoop

d)

klanttevredenheid

6.

Wat heb je nodig om een klant te overtuigen van een bepaald product?

(a)  

7.

Een klant gaat niet altijd akkoord met de verkoopargumenten. Wat doe je als verkoper:

(2 antwoorden aan te duiden)

a)

ga in de verdediging

b)

toon begrip

c)

stel vragen

d)

geef extra argumenten

8.

Gebruik niet alleen woorden om klanten te doen verlangen naar een product. Maak zeker waar kan ook gebruik van een ...

(a)  

9.

Een koopsignaal kan zijn:

a)

de klant kijkt regelmatig op zijn smartphone

b)

de klant stelt gericht vragen

c)

de klant heeft een twijfelende blik

10.

Wat betekent "klantenbinding"?

a)

Een tevreden klant zal anderen overtuigen om de winkel te bezoeken.

b)

Een tevreden klant zal terugkeren naar de winkel.

11.

Waaruit bestaat de laatste stap 'Klanttevredenheid'?

a)

afrekenen

b)

afscheid nemen

c)

afrekenen en afscheid nemen

12.

Waarvoor staat de D in AIDAS?

(a)  

13.

Om welk soort vraag gaat het hier:

"Kan u uitleggen waarom?"

(a)  

14.

Bij welke fase hoort de volgende tip:

De klant laten proeven

(a)  

15.

Bij welke fase hoort volgende tip:

De klant een extra reclamefolder meegeven

a)

drang tot kopen

b)

aankoop

c)

klanttevredenheid

16.

Bij welke fase hoort volgende uitspraak van de verkoper:

"Deze schoenen staan u erg goed!"

a)

interesse

b)

drang tot kopen

c)

aankoop