wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Speltheorie

Total questions: 17

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Heeft Jan een dominante strategie?

a)

Nee

b)

Ja, geen prijsactie

c)

Ja, wel prijsactie

2.

Heeft Dolcis een dominante strategie?

a)

Nee

b)

Ja, niet verbouwen

c)

Ja, wel verbouwen

3.

Wat kun je zeggen over Paulus?

a)

Hij heeft geen dominante strategie

b)

Zijn dominante strategie is geen paddenstoelen plukken

c)

Zijn dominante strategie is wel paddenstoelen plukken

4.

Het Nash-evenwicht is hier ....

a)

niet trainen ; niet trainen

b)

niet trainen ; wel trainen

c)

wel trainen ; niet trainen

d)

wel trainen ; wel trainen

5.

In dit voorbeeld is ...

a)

er alleen sprake van een Nash-evenwicht

b)

er sprake van een gevangendilemma

c)

er sprake van een dubbel Nash-evenwicht

d)

er helemaal geen evenwicht

6.

Wat moet er bij (wel; wel) staan om het een gevangendilemma te maken?

a)

(95 ; 100)

b)

(105 ; 95)

c)

(105 ; 85)

d)

(90 ; 100)

7.

Tom heeft ...

a)

geen dominante strategie

b)

een dominante strategie en wel 'Kat'

c)

een dominante strategie en wel 'Muis'

d)

twee dominante strategieën en wel 'Kat' en 'Muis'

8.

Jerry heeft

a)

geen dominante strategie

b)

een dominante strategie en wel 'Kat'

c)

een dominante strategie en wel 'Muis'

d)

twee dominante strategieën en wel 'Kat' en 'Muis'

9.

Wat is zelfbinding?

a)

Dominante strategie

b)

Prijzenoorlog

c)

Als een speler van een bepaalde actie onaantrekkelijk voor zichzelf maakt

d)

Als een speler zijn dominante strategie kiest

10.

Wat wordt er bedoeld met 'meeliftgedrag'?

a)

Bedrijven in dezelfde winkelstraat trekken ook klanten aan die komen shoppen in andere winkels.

b)

Producten tegen een veel lagere prijs verkopen dan concurrenten. Op deze manier worden die klanten ingepikt.

c)

Niet meebetalen aan een voorziening, maar deze wel gebruiken als deze er toch komt.

d)

Gaan shoppen, maar niet betalen (stelen).

11.

Welke van de onderstaande goederen zijn voorbeelden van collectieve goederen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

dijken

b)

de kapper

c)

komkommers

d)

straatverlichting

e)

defensie

12.

Bij het spel 'split or steal' werken 2 spelers samen om geld te verdienen. Aan het einde van het spel kiezen beide kandidaten voor 'split' of 'steal'. Ze kennen elkaars keuze niet.


Mogelijke uitkomsten:

> 2x split: beide spelers ontvangen 50%.

> 2x steal: beide spelers ontvangen niets.

> 1x split, 1x steal: 1 speler ontvangt 100%.


Stelling 1: op deze situatie is de speltheorie toepasbaar.

Stelling 2: er is sprake van een gevangenendillema.

a)

I is juist, II is onjuist

b)

I is onjuist, II is juist

c)

I en II zijn juist

d)

I en II zijn onjuist

13.

Is er in deze situatie sprake van een gevangenendillema?

a)

ja

b)

nee

14.

Een dorp heeft 2 supermarkten: Jumbo en Albert Heijn. Beide supermarkten vragen zich af of een prijsverlaging verstandig is. De uitkomstenmatrix is een weergave van de winst per supermarkt.


Is er hier sprake van een gevangenendillema?

a)

ja

b)

nee

15.

Een dorp heeft 2 supermarkten: Jumbo en Albert Heijn. Beide supermarkten vragen zich af of een prijsverlaging verstandig is. De uitkomstenmatrix is een weergave van de winst per supermarkt.


Wat zullen de supermarkten besluiten?

Ga uit van de volgorde (Jumbo ; Albert Heijn)

a)

niet verlagen ; niet verlagen

b)

niet verlagen ; wel verlagen

c)

wel verlagen ; niet verlagen

d)

wel verlagen ; wel verlagen

16.

Herhaald spelen werkt als oplossing voor het gevangenendilemma alleen wanneer het spel een duidelijke eindronde heeft (en dus niet 'oneindig' doorgaat).

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

17.

Bedrijf 1 kiest eerst of ze toetreden tot de markt, daarna bedrijf 2 een hoge of lage prijs (zie de beslisboom). Wat wordt de uitkomst van dit spel?

a)

(toetreden, hoge prijs)

b)

(niet toetreden, hoge prijs)

c)

(toetreden, lage prijs)

d)

(niet toetreden, lage prijs)