WorksheetsAstérix en Obélix
Total questions: 20
Worksheet time: 14mins
Astérix en Obélix aiment le sanglier.
sanglier =
wijn
everzwijn
vechten
kaas
Vercingétorix a jeté ses armes.
ses armes =
zijn strijd
zijn uitrusting
zijn wapens
zijn schild
Welke verschillende personages kan jij opnoemen uit het verhaal?
(namen)
Abraracourcix heeft pijn in zijn lever.
lever =
tête
bras
jambe
foie
Ça fait mal! = ...
Hou op!
Het doet pijn!
Het is vervelend!
Stop ermee!
le vin = ...
wijn
kaas
brood
vlees
Abraracourcix est le chef.
le chef = (a)
le fromage = (a)
Vertaal naar het Frans:
de Galliërs = (a)
Vertaal naar het Frans:
de romeinen = ...
(a)
Waar gaat Abraracourcix naar toe om zich te laten genezen?
Naar een oud ziekenhuis.
Naar een spa.
Naar een kuuroord.
Naar een ander dorp.
Wat moet Abraracourcix doen volgens zijn dieet?
Hij moet veel sporten
Hij mag alleen maar brood eten
Hij mag alleen gestoomde groenten eten
Hij moet veel wandelen
Alambix is een ...
een leider van een groepje romeinen
de leider van een ander dorp
een Galliër die op Gergovie woont
een Romein die op Alésia woont
"À l'attaque" betekent :
aanvallen!
terug trekken!
Ga weg!
Ten strijde!
Alambix heeft een bijzondere manier van praten hoe komt dat?
Hij heeft een accent uit een ander gebied
hij heeft een accent van het platteland
hij heeft een spraakprobleem
hij slist
Wie is Tulius Franfelus?
de leider van een ander dorp
een romeinse soldaat
een romeinse leider van een groep soldaten
de druïde van het kuuroord
Bij het vermelden van welke stad worden veel Galliërs boos?
Alésia
Gergovie
Bretannia
Arvenne
Le bouclier de Vercingétorix est très grand.
le bouclier =
het zwaard
het schild
het wapen
de strijd
Het bijvoeglijk naamwoord in het Frans:
Daniel est grand | Wanda est ....
grand
grands
grande
grandes
Het bijvoeglijk naamwoord:
Panoramix est fort | Astérix et Obélix sont ....
fortes
forts
fort
forte
