wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Astérix en Obélix

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Astérix en Obélix aiment le sanglier.


sanglier =

a)

wijn

b)

everzwijn

c)

vechten

d)

kaas

2.

Vercingétorix a jeté ses armes.


ses armes =

a)

zijn strijd

b)

zijn uitrusting

c)

zijn wapens

d)

zijn schild

3.

Welke verschillende personages kan jij opnoemen uit het verhaal?

(namen)

4 lines
4.

Abraracourcix heeft pijn in zijn lever.


lever =

a)

tête

b)

bras

c)

jambe

d)

foie

5.

Ça fait mal! = ...

a)

Hou op!

b)

Het doet pijn!

c)

Het is vervelend!

d)

Stop ermee!

6.

le vin = ...

a)

wijn

b)

kaas

c)

brood

d)

vlees

7.

Abraracourcix est le chef.


le chef = (a)  

8.

le fromage = (a)  

9.

Vertaal naar het Frans:


de Galliërs = (a)  

10.

Vertaal naar het Frans:


de romeinen = ...

(a)  

11.

Waar gaat Abraracourcix naar toe om zich te laten genezen?

a)

Naar een oud ziekenhuis.

b)

Naar een spa.

c)

Naar een kuuroord.

d)

Naar een ander dorp.

12.

Wat moet Abraracourcix doen volgens zijn dieet?

a)

Hij moet veel sporten

b)

Hij mag alleen maar brood eten

c)

Hij mag alleen gestoomde groenten eten

d)

Hij moet veel wandelen

13.

Alambix is een ...

a)

een leider van een groepje romeinen

b)

de leider van een ander dorp

c)

een Galliër die op Gergovie woont

d)

een Romein die op Alésia woont

14.

"À l'attaque" betekent :

a)

aanvallen!

b)

terug trekken!

c)

Ga weg!

d)

Ten strijde!

15.

Alambix heeft een bijzondere manier van praten hoe komt dat?

a)

Hij heeft een accent uit een ander gebied

b)

hij heeft een accent van het platteland

c)

hij heeft een spraakprobleem

d)

hij slist

16.

Wie is Tulius Franfelus?

a)

de leider van een ander dorp

b)

een romeinse soldaat

c)

een romeinse leider van een groep soldaten

d)

de druïde van het kuuroord

17.

Bij het vermelden van welke stad worden veel Galliërs boos?

a)

Alésia

b)

Gergovie

c)

Bretannia

d)

Arvenne

18.

Le bouclier de Vercingétorix est très grand.


le bouclier =

a)

het zwaard

b)

het schild

c)

het wapen

d)

de strijd

19.

Het bijvoeglijk naamwoord in het Frans:

Daniel est grand | Wanda est ....

a)

grand

b)

grands

c)

grande

d)

grandes

20.

Het bijvoeglijk naamwoord:

Panoramix est fort | Astérix et Obélix sont ....

a)

fortes

b)

forts

c)

fort

d)

forte