wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie H14

Total questions: 56

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Welke van deze zijn primaire levensbehoeften?

a)

Telefoon

b)

Voeding

c)

Kleding

d)

Geld

e)

Huis

2.

Welke zijn secundaire levensbehoeften?

a)

Telefoon

b)

Snoep

c)

Mondkapje

d)

Eten

e)

Computer

3.

Uit welke 3 dingen bestaat het milieu?

a)

Lucht

b)

Water

c)

Bodem

d)

Zuurstof

e)

Mineralen

4.

Op welke 4 manieren gebruiken wij de aarde? Zet de 4 in alfabetische volgorde en schrijf hier onder alleen de 1ste op

(a)  

5.

Op welke 4 manieren gebruiken wij de aarde? Zet de 4 in alfabetische volgorde en schrijf hier onder alleen de 2de op

(a)  

6.

Op welke 4 manieren gebruiken wij de aarde? Zet de 4 in alfabetische volgorde en schrijf hier onder alleen de 3de op

(a)  

7.

Op welke 4 manieren gebruiken wij de aarde? Zet de 4 in alfabetische volgorde en schrijf hier onder alleen de 4de op

(a)  

8.

Wat is waar over de ecologische voetafdruk?

a)

Is een berekening

b)

De uitkomst is in vierkante kilometers

c)

Er is ongeveer 1,7 hectare beschikbaar per persoon

d)

Nederland heeft een gemiddelde van 6,3

9.

Leg uit hoe je uitputting van de aarde kunt voorkomen

4 lines
10.

De planten veranderen tijdens de 1 zonlicht in glucose

Fotosynthese bestaat uit water en 2

Van glucose maken planten andere voedingsstoffen

De mensen gebruiken die voedingsstoffen dan weer.

De energie uit glucose komt vrij door de verbranding van glucose in je 3

4 eten dode resten van planten en mensen en maken het klein

De schimmels en bacteriën zetten de resten om in mineralen die de plant weer opneemt


Welk woord hoort niet op een van de 4 getallen?

a)

Fotosynthese

b)

Koolstofdioxide

c)

Cellen

d)

Afvaleters

e)

Glucose

11.

De planten veranderen tijdens de fotosynthese zonlicht in glucose

Fotosynthese bestaat uit water en koolstofdioxide

Van glucose maken planten andere voedingsstoffen

De mensen gebruiken die voedingsstoffen dan weer.

De energie uit glucose komt vrij door de verbranding van glucose in je cellen

Afvaleters eten dode resten van planten en mensen en maken het klein

De schimmels en bacteriën zetten de resten om in mineralen die de plant weer opneemt


Is dit een gesloten kringloop?

a)

Ja

b)

Nee

12.

Wat is waar over duurzaam(heid)?

a)

Gaat over voedsel

b)

Zuinigheid staat centraal

c)

Vooral voor de toekomst

d)

Gaat over energiebronnen

e)

Gaat over grondstoffen

13.

Wat past bij akkerbouwers?

a)
b)
c)
14.

Wat past bij tuinbouwers?

a)
b)
c)
15.

Wat past bij veehouders?

a)
b)
c)
16.

Koppel de letter met het goede cijfer:

A: Akkerbouwers

B: Tuinbouwers

C: Veehouders

1: Groente

2: Voedingsgewassen

3: Eieren

Voorbeeldantwoord: A1B2C3

(a)  

17.

Welk begrip past bij dit plaatje?

(a)  

18.

Wat is het belangrijkste voordeel van een gemengd bedrijf?

4 lines
19.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Boeren deden dit door veel verschillende/dezelfde producten te produceren

a)

Verschillende

b)

Dezelfde

20.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wat doen veehouders om zo efficent mogelijk te werken door zoveel mogelijk van hetzelfde te hebben?

a)

Ze doen aan intensieve landbouw

b)

Ze geven de dieren krachtvoer

21.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wat gebruiken akkerbouwers om hun opbrengst van hun akkers te verhogen?

a)

Mest

b)

Krachtvoer

22.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wat gebruiken veehouders om hun opbrengst van hun akkers te verhogen?

a)

Mest

b)

Krachtvoer

23.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Akkerbouwers gebruiken ook kunstmest

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wat zit er extra in krachtvoer?

a)

Calorieën

b)

Mineralen

25.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


In een monocultuur staan de planten dicht bij elkaar. Hierdoor kunnen ... sneller vermeerderen. Hierdoor ontstaat een plaag.

a)

Ziektes

b)

insecten, schimmels, bacteriën

26.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Op welk plaatje zie je wat de boeren doen tegen een plaag?

a)
b)
27.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wat doen veehouders om hun vee te beschermen tegen ziektes?

a)

Ze doen aan biodiversiteit

b)

Ze stoppen antibiotica in het voer

28.

Voedsel moet betaalbaar blijven en daarom gingen boeren steeds efficiënter werken. Over dit onderwerp krijg je een paar korte vragen:


Wie helpen boeren om rassen met gunstige eigenschappen te maken, zoals graan me veel en grote zaden?

a)

De overheid

b)

Onderzoekers

29.

Noem 1 van de 2 problemen die kunnen ontstaan bij overbemesting

(a)  

30.

Wat is een ander woord voor eutrofiëring?

a)

Verzuring

b)

Vermesting

c)

Waterbloei

d)

Mestinjectie

31.

Zet in de goede volgorde:

A: De dode plantjes zijn voedsel voor bacteriën die veel zuurstof gebruiken

B: Die gebieden vermesten dan

C: De overtollige mineralen komen via het grondwater ook in sloten, meren of rivieren terecht.

D: Hierdoor ontstaat waterbloei

E: Zo ontstaat een zuurstoftekort waardoor andere planten en dieren in de sloot verstikken en dood gaan

F: Via het grondwater komen de mineralen overal terecht.

G: Na een tijdje sterven de plantjes

H: Door de extra mineralen gaan planten woekeren terwijl anderen soms verdwijnen

Voorbeeldantwoord: ABCDEFGH

(a)  

32.

Maak de zin af: In dierlijke mest zit het stinkende gas ...

a)

Koolsotfdioxide

b)

Stikstofchloride

c)

Zwaveloxide

d)

Ammoniak

33.

Wat is waar over ammoniak?

a)

Dat gas komt in de mineralen terecht waardoor veel planten dood zullen gaan

b)

Dat gas komt in de lucht en op de bodem terecht en lost op in vocht

c)

Dat gas komt eerst in de bodem en daarna in de lucht terecht en lost op in mineralen

34.

Viel in wat op de puntjes moet staan (2 antwoorden zijn goed): Ammoniak wordt in de bodem door bacteriën omgezet in ...

a)

Nitraat

b)

Silicium

c)

Salpeterzuur

d)

Zwaveloxide

35.

Viel in wat op de puntjes moet staan: Het ... zorgt voor vermesting

a)

Nitraat

b)

Silicium

c)

Salpeterzuur

d)

Zwaveloxide

36.

Viel in wat op de puntjes moet staan: Het ... zorgt voor verzuring van de bodem.

a)

Nitraat

b)

Silicium

c)

Salpeterzuur

d)

Zwaveloxide

37.

Wat zijn de 3 regels waar boeren zich aan moeten houden met het gebruiken van mest?

a)

Boeren mogen alleen mest verspreiden als de planten de mineralen ook kunnen opnemen (vanaf 1 september tot 1 februari)

b)

Boeren mogen niet meer mest op het land brengen dan hun gewassen op kunnen nemen

c)

Boeren mogen niet meer mineralen op het land brengen dan hun gewassen op kunnen nemen

d)

Boeren mogen de mest niet meer over het land verspreiden maar moeten het met een machine de grond in spuiten

e)

Boeren mogen alleen mest verspreiden als de planten de mineralen ook kunnen opnemen (vanaf 1 februari tot 1 september)

38.

Aan welke eisen moeten de gewasbeschermingsmiddelen aan doen?

a)

De middelen werken selectief

b)

De middelen werken demonstratief

c)

De middelen zijn genetisch bepaald, bacteriën en schimmels kunnen het middel afbreken. Daardoor blijft het gif niet lang in de bodem zitten

d)

De middelen zijn biologisch afbreekbaar, bacteriën en schimmels kunnen het middel afbreken. Daardoor blijft het gif niet lang in de bodem zitten

39.

Op welk plaatje zie je gifophoping?

a)
b)
c)
d)
40.

Hoort dit bij duurzame landbouw of bij biologische landbouw?


Werken met steeds minder gewasbeschermingsmiddelen

a)

Duurzame landbouw

b)

Biologische landbouw

41.

Hoort dit bij duurzame landbouw of bij biologische landbouw?


Boeren proberen hun natuurlijke kringloop beter in stand te houden

a)

Duurzame landbouw

b)

Biologische landbouw

42.

Noem het begrip: Gebruik maken van natuurlijke vijanden

(a)  

43.

Op welke manieren wordt afval verwerkt?

a)

Recycling

b)

Verbranden

c)

Storten

d)

Nuttige toepassing

44.

In wat wordt tuinafval, groente en fruit veranderd als je het weg gooit?

a)

Mest

b)

Compost

45.

Maak de zin af: Het afval dat niet gerecycled of hergebruikt wordt heet ...

(a)  

46.

Wat wordt er gedaan met het afval wat overblijft na de verbranding?

4 lines
47.

Wat is er speciaal aan een vuilstort?

4 lines
48.

Welke zijn fossiele brandstoffen?

a)

Aardgas

b)

Aardolie

c)

Steenkool

49.

Door de verbranding van fossiele brandstoffen komen afvalgassen vrij. Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

50.

Door welke afvalstoffen ontstaat luchtvervuiling?

a)

Zwaveldioxide

b)

Stikstofoxiden

c)

Koolstofdioxide

51.

Noem 1 voorbeeld van een fijne stof

(a)  

52.

Wat is waar over smog?

a)

Ontstaat op koude windvolle dagen

b)

De afvalgassen en fijn stof blijven dan hangen en er ontstaat een vieze mist

c)

Kan leiden tot hoofdpijn

d)

Bestaat uit vervuilende gassen en stofdeeltjes

53.

Welke afvalstoffen zorgen net zoals ammoniak voor verzuring?

a)

Zwaveldioxide

b)

Stikstofoxiden

c)

Koolstofdioxide

54.

Waar zie je het (versterkt)broeikaseffect?

a)
b)
c)
d)
55.

Leg aan de hand van dit plaatje uit hoe de koolstofkringloop werkt

4 lines
56.

Fossiele brandstoffen ontstaan uit resten van planten en dieren. Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar