WorksheetsVoornaamwoorden
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Welk voornaamwoord wordt hier gebruikt?: Ik vertrek morgen.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk voornaamwoord wordt hier gebruikt?: Deze man doet echt raar.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk voornaamwoord wordt hier gebruikt?: Mijn ouders zijn echt streng.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk voornaamwoorden worden hier gebruikt?: We schaamden ons enorm na het weekend.
persoonlijk voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord en wederkerend voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord en aanwijzend voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord en persoonlijk voornaamwoord
Welk voornaamwoord wordt hier gebruikt?: Het park is groot. Dat is de favoriete plek van elke inwoner.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk voornaamwoord moet ingevuld worden?: ... gaat morgen naar Disneyland
Hij/Zij
Ons
Ik
Wij
Welk voornaamwoord moet ingevuld worden?: Hij zei dat voor hem ... belangrijkste bezit de televisie is.
mijn
zijn
jullie
hun
Welk voornaamwoord moet ingevuld worden?: ... redder hielp me heel goed.
Die/Dat
Dit/Deze
Deze/Die
Dat/Dit
Welk voornaamwoord moet ingevuld worden?: Ze kleedt ... aan.
me/mij
je/u
jullie
zich
Wat vond je van de quiz?
Super leuk!
Leuk!
Handig!
Oké.
